Bij het verscheiden van de PSP

Over Plein en Binnenhof trekken vele duizenden demonstranten, die luidkeels betogen dat de Amerikanen naar huis dienen te verdwijnen.

Zielstevreden volgt de Russische partijleider de nieuwsberichten via radio-Vrij Europa. “Kameraden, de tijd en de pacifisten werken voor ons. Zij eisen eenzijdige ontwapening.”

De druk is zo groot dat de Nederlandse regering zich genoodzaakt voelt af te treden. “Kameraden”, zegt de Russische partijleider stralend, “onze ambassadeur in Den Haag meldt dat de Nederlandse Koningin de leider van de pacifisten met het vormen van een regering heeft belast.”

De eerste beleidsdaad van het nieuwe kabinet is, dat de Verenigde Staten wordt gelast hun op Nederlands grondgebied gelegen bases te ontruimen. Met als gevolg dat de Amerikanen besluiten de verloren gegane posities met geweld der wapenen te heroveren.

“Mijn volk”, klinkt via de luidspreker de stem van de PSP-premier, “uw regering heeft het schokkende bericht ontvangen dat de Amerikaanse president opdracht heeft gegeven een aanval op West-Europa in te zetten. Uw regering heeft nu besloten land en volk onder bescherming van de Unie van Socialistische Sovjet-Republieken te plaatsen. Ik roep u op om kalm en waardig... “

Zo gaat een langvervulde wens van de opperste legerleiding der Sovjets in vervulling. Kalm zet de maarschalk zijn pet op de vierkante schedel en gromt: “Eindelijk gaat het er op los.”

De tijd heeft U. G. de Jong, schrijver van het boek Zwarte Juli (1970) geen gelijk gegeven. Nu, meer dan twee decennia na verschijning, spelen de militaire conflicten zich niet af tussen Russen en Amerikanen, maar tussen respectievelijk Russen en Letten en tussen Amerikanen en Irakezen, terwijl de Pacifistische Socialistische Partij aanstaande zondag met enig feestelijk vertoon zal worden opgeheven.

Het is een verlies. De partij representeerde een soort politici waarvoor ik traditioneel een zwak heb. Wereldverbeterende onderwijzers uit Appelscha. Keurige dames uit Amsterdam-Zuid die nog weten wie Kathe Kollwitz was, en boven de thee bewogen over vrede, veiligheid en de noden der arbeidersklasse discussieren.

Over het hoofd van de arbeidersklasse heen, die tot verdriet van de pacifistisch-socialisten, nooit enige belangstelling voor de PSP heeft gehad, “al trok de PSP in haar beginjaren veel kantoorbedienden” - zo vermeldt het laatste nummer van het partijorgaan. Plus aanhangers van de Derde Weg, Wereldfederalisten, de Nederlandse Vegetariersbond, de Nederlandse Esperantisten-Vereniging, de Nederlandse Anti-Tabakstichting, de Vereniging voor Natuurgeneeswijze, de Bijbelsocieteit Tenach en Evangelie en de Nederlandse Vereniging tot afschaffing van Alcoholhoudende dranken.

Links was de PSP in haar eerste jaren nauwelijks te noemen, constateert Lucas van der Land in zijn proefschrift over het ontstaan van deze partij. “Wij zijn niet links, wij zijn niet rechts, maar staan er zeker niet tussenin”, zoals de toenmalige PSP-voorzitter op het openingscongres bezwoer.

Deze woorden getuigden niet van maximale politieke duidelijkheid. Waarschijnlijk bedoelde spreker dat zijn partij primair tegen oorlog en bewapeningswedloop opponeerde, op zichzelf al een alleszins honorabel partijprogramma.

Later is de PSP wel degelijk een socialistische partij geworden, van het aardige - compromisloze en machteloze - soort. De beloning bleef niet uit: In het begin van de jaren zeventig schijnt er waarachtig een echte arbeider binnen de PSP-gelederen actief te zijn geweest, een man uit Amsterdam-Noord, die zijn brood in de scheepsbouw verdiende. Meestal verliet hij de partijvergaderingen tegen een uur of elf, lichtelijk aangebrand, want hij moest in tegenstelling tot al die luxe-baarden om zes uur 's morgens z'n nest uit.

De PSP zal, als ik het goed heb begrepen, nu definitief versmelten met de CPN en de PPR.

Is dit een wijs besluit geweest?

Een keer heb ik om den brode een CPN-congres meegemaakt. Het was in Marcanti te Amsterdam. De verslaggevers zaten in quarantaine op het balkon, met schrikdraad en gewapend beton gescheiden van de afgevaardigden, die stuk voor stuk vanachter het katheder hun 'discussiebijdragen' voorlazen. Mooie discussies waren dat! Het waren veeleer voorgestanste genegenheidsverklaringen aan het adres van partijleider Paul ('eigenlijk Saul') de Groot, die zich dit allemaal vergenoegd liet aanleunen, niet vermoedend dat hij een paar jaar later - nadat zijn partij door de platpratende politicologen en manvijandige tuinbroeken was veroverd - roemloos op de mestvaalt van de arbeidersbeweging zou worden geworpen.

De PPR is voor mij al evenmin een echt politiek alternatief geweest. Wij watergeuzen met een goed hart en een slechte smaak. Op een PPR-convent in Utrecht stond plotseling de PPR-minister van cultuur op het podium, in koddig Sinterklaaspak, wat iedereen zo grappig vond dat ik bijkans van plaatsvervangende schaamte uit elkander barstte. En ik herinner mij eveneens met pijnlijke nauwkeurigheid een PPR-convent in Nijmegen. Daar had menigeen zijn hond meegebracht, terwijl door de wandelgangen tevens een complete anti-autoritaire kinderschare ('Moet kunnen') dartelde, nauwelijks in toom gehouden door de congresgangers, “met onbeteugeld spraakwater toegeruste, zwaarbehaarde bosneukers, aan wie men niet graag zijn minderjarige dochter zou toevertrouwen”, zoals een der weekbladen het 's anderendaags formuleerde. Dat was erg hardhandig uitgedrukt, want het leken mij, ondanks al die honden en kinderen, wel bevlogen mensen. De PPR bleef echter een christelijke partij, waarop je als niet-christen niet kon stemmen zonder het gevoel te hebben dat je aan je eigen brandstapel bouwde.

Ik ben onmogelijk in staat de teloorgang van CPN en PPR te bewenen. Anders dan het verdwijnen van de PSP. Zo'n twintig jaar, denk ik, heb ik op deze partij gestemd, om tenslotte toch voor de lauwwarme, weinig avontuurlijke Partij van de Arbeid, waar ik trouwens al meer dan vijfentwintig jaar lid van ben, door de knieen te gaan. Behalve natuurlijk bij de laatste raadsverkiezingen. En bij de aanstaande statenverkiezingen, want dan stem ik, zoals al mijn vrienden en kennissen, vanzelfsprekend op Annie M. G. Schmidt.