Barre houdt verbeten vast aan zijn laatste macht

NAIROBI, 25 jan. - Als ik dan naar de hel moet, dan zal ik een heleboel Somaliers met me meenemen.

Aldus zou de belegerde Somalische president Siad Barre zich een paar weken geleden tegenover een naaste medewerker hebben uitgelaten.

Barre hield zich aan zijn woorden. Hoewel zijn positie hopeloos is geworden, houdt Barre verbeten vast aan zijn laatste beetje macht. Bij de gevechten die sinds eind vorige maand in de hoofdstad woedden, zijn duizenden burgers gesneuveld. Er is een stroom vluchtelingen naar de buurlanden op gang gekomen. De laatste dagen is de strijd tussen rebellen en regeringstroepen in Mogadishu wat geluwd.

Volgens berichten van de Vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties (UNHCR) zijn 10.000 Somaliers op de vlucht geslagen naar Ethiopie en 7.000 naar Kenia. De rijkere Somaliers, onder wie ex-ministers en zakenlui, arriveren per boot in Keniase havensteden. De vluchtelingen verhalen over gewapende anarchie, over barbarisme en over hun angsten. Een boot met vluchtenden zou volgens onbevestigde berichten op volle zee zijn omgeslagen, de ruim 100 inzittenden zouden zijn verdronken.

De opstandelingen van het Verenigde Somalische Congres (USC) zijn sinds zij drie weken geleden Mogadishu binnendrongen er niet in geslaagd Barre's burcht bij de luchthaven in te nemen. De militaire impasse leidde tot een relatieve rustperiode in de strijd en tot de lancering van nieuwe politieke initiatieven. Barre benoemde na overleg met een Somalische vredescommissie bestaande uit wijze heren Omar Arteh Ghaleb als nieuwe premier. Ghaleb is een ex-minister en een prominent lid van de burgeroppositie.

De president kondigde tevens eenzijdig een wapenstilstand af. De externe factie van het USC in Rome wees het bestand af, maar de USC-strijders in Mogadishu lijken hun wapens tijdelijk te hebben neergelegd.

Twee medewerkers van Artsen zonder Grenzen maakten gebruik van de militaire rustperiode en keerden deze week in Mogadishu terug om medische hulp te verstrekken. Gebrek aan medische voorzieningen, elektriciteit en stromend water maken de kans op een cholera-epidemie aanzienlijk.

In buurland Kenia riep president Moi eerder deze week op tot een regionaal vredesinitiatief. De Keniase president wenst op korte termijn een vredesconferentie waaraan naast de strijdende groeperingen in Somalie ook Ethiopie en Djibouti zouden moeten deelnemen.

Het vooruitzicht van voortgaande gevechten na het vertrek van Barre boezemt de buurstaten angst in. In Kenia, Ethiopie en Djibouti leven talrijke Somalische gemeenschappen, elk behorend tot hun eigen clan. Met de komst van grote groepen Somalische vluchtelingen worden mogelijk de clan-geschillen binnen Somalie geexporteerd naar de buurlanden.

Het directe toekomstperspectief voor Somalie lijkt uiterst somber. Barre's onvermijdelijke vertrek zal vermoedelijk geen einde aan de oorlog maken. De drie voornaamste guerrillabewegingen zijn onderling verdeeld en ook binnen de groepen zelf bestaat tweespalt.

De oudste en sterkste verzetsbeweging is het Somalische Nationale Verzet (SNM). Het SNM vecht al jaren in het noorden onder de Issaq-clan en doet niet mee aan de strijd in het zuidelijker gelegen Mogadishu. Daar is het USC actief met steun van de Hawiye-clan. Het USC verdenkt het SNM ervan afscheiding van Noord-Somalie na te streven.

De Somalische Patriottische Beweging (SPM) ten slotte strijdt in het zuiden met hulp van de Ogadeni-clan. De Ogadeni's waren de laatsten die twee jaar geleden hun steun opzegden aan Barre's regime van de Marehan-clan. Het SPM zou eerder bereid zijn concessies te doen aan Barre's Marehan dan de andere twee verzetsgroepen.

USC en SNM zeggen op het punt te staan een tactisch samenwerkingsakkoord te sluiten. Eerdere aankondigingen over cooperatie bleven echter steken in goede voornemens. Het historische probleem van Somalie - de verdeeldheid tussen de verscheidene clans waardoor eensgezindheid uitblijft - dreigt het land verder op te breken. Leiders van de verschillende clans en voormannen in de moslim-gemeenschap lijken nog als enigen in staat om aan verzoening te werken.