Bariton en piano samen op avontuur

Concert: Maarten Koningsberger (bariton) en Kelvin Grout (piano). Programma: liederen van Schubert, Ravel, Barber en Weill. Gehoord: 24- 1 Kleine Zaal, Concertgebouw, Amsterdam.

De maatschappij is hard, de muziek is hard en de mensen zijn uit op de fysieke kick van de klank. Daarom vreest de 34-jarige bariton Maarten Koningsberger dat 'de poezie van het lied' ten onder zal gaan. Zelf doet hij er alles aan om 'het tij te keren' en dat doet hij met zo'n aanstekelijk enthousiasme, dat de liedkunst in elk geval gisteravond weer even in volle bloei stond.

In de Kleine Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw (volgens Koningsberger de enige Nederlandse zaal die nog een vocale serie aandurft) presenteerde hij zichzelf in een prachtig opgebouwd programma: voor de pauze bekende en vooral onbekende liederen van Schubert, na de pauze Franse liederen van Ravel, Barber en Weill.

Daarbij had Koningsberger de 'losse' liederen van Schubert gerangschikt naar drie thema's: water, voorjaar en nacht. Meteen al tijdens Fischerweise, een van Schubert's weinig gezongen liederen uit 1826, profileerde Koningsberger zich vol zelfvertrouwen en vanaf de eerste noot 'op temperatuur' als een even sensitieve als suggestieve Schubert-vertolker.

Hetzelfde gold voor zijn vaste begeleider Kelvin Grout. Grout is niet het type pianist dat zich bedeesd op de achtergrond verschuilt om het welluidende stemgeluid van zijn partner zo goed mogelijk tot zijn recht te laten komen, al is hij ervaren genoeg om precies te weten op welke momenten hij kan uitpakken en waar hij weer moet inbinden. Zo ontspon zich van het begin af aan een schitterend uitgebalanceerde dialoog tussen zangstem en piano. Zowel Koningsberger als Grout gaven daarbij blijk van een opmerkelijk inlevingsvermogen, oog voor de kleinste details, en het soort artistieke avontuurlijkheid waardoor iedere frase niet alleen zijn eigen kleur, maar ook een binnen het geheel passende vorm kreeg.

In alle sterktegraden en op alle toonhoogten blijft Koningsbergers bariton rond, warm en zuiver klinken. Daarbij is zijn uitspraak van de tekst zo helder en zorgvuldig, dat men de inhoud van zijn liederen ook zonder programmaboekje kan volgen. Benadrukte Koningsberger vooral de intieme, overgevoelige en lyrische kant van Schubert, tijdens zijn even vrijgevochten als enerverende vertolking van Ravel bleek hij ook tot enorme volumes in staat.

Daarna volgde een ingetogen en serene interpretatie van Barber's Melodie Passagieres, waarna Koningsberger en Grout zich in drie Franse liederen van Weill grenzeloos brutaal maar toch smaakvol op het grensgebied tussen klassiek en variete begaven.

    • Wenneke Savenije