Backroom Boys

Op de BBC zag ik Noam Chomsky. Hij leek weinig veranderd. Misschien was hij een tikje grijs geworden, maar hij praatte nog altijd op precies dezelfde manier.

Een rots van zedelijk zelfvertrouwen, door niets van zijn stuk te brengen, gehard in het politieke debat, iemand die als hij geinterrumpeerd wordt zegt: “Laat mij eerst het antwoord op uw vorige vraag afmaken.”

Ik heb bewondering voor dat soort mensen, maar ik kan het meestal niet langer dan een uur in hun omgeving uithouden.

In 1973 schreef Chomsky The Backroom Boys, een boek dat hem ook buiten linguistische kringen beroemd maakte. Het was een koele analyse van de Pentagon Papers, die uitmondde in een felle aanklacht tegen het Amerikaanse optreden in Vietnam. Chomsky ontleende de titel van zijn boek aan een opmerking van een Amerikaanse piloot, wiens taak het was het vijandelijke terrein dagelijks met napalm te bombarderen.

Zo zei de piloot: “Wij waren verguld met alles wat die Backroom Boys bedachten. Het oorspronkelijke napalm was niet zo heet - als die kwatta's (gooks) er snel bij waren, konden zij het zo van zich af schrapen. Dus voegden the Boys er polystyreen aan toe, waardoor het aan het lichaam bleef kleven als stront aan een laken. Maar als die kwatta's in het water sprongen, hield het branden op. Dus mengden de Boys er witte fosfor bij, zodat het onder water door bleef branden. Een druppel was genoeg, het brandde nu rechtstreeks door tot het bot.” Die opmerking werd in al haar horror een van de meest geciteerde uit de Vietnamoorlog.

Wat hebben de Backroom Boys dit keer voor ons bedacht? Moeilijk te zeggen, want we hebben nog geen slachtoffers gezien. Maar als wij het Pentagon nu eens mogen geloven, hebben de Backroom Boys dit keer al hun inventiviteit gericht op een technologie die slechts de militaire doelen vernietigt en de burgers ontziet. Hebben de Backroom Boys van Vietnam geleerd en zijn zij plotseling ethisch voelende mensen geworden?

Chomsky kan dat niet geloven en je zou geneigd zijn hem gelijk te geven als zijn politieke inzichten wat minder dogmatisch en clichematig zouden zijn. Zo gaat Chomsky er vanuit dat de oorlog in de Golf in de eerste plaats een conflict is om olie, waarbij de Verenigde Staten zich uitsluitend laten leiden door economisch eigenbelang.

Dat uitgangpspunt zou wel eens een ernstige misvatting kunnen zijn. Als olie werkelijk de bottleneck was geweest, dan had men Saddam Hussein, met wie in het verleden toch altijd goede zaken zijn gedaan, net zo goed in Koeweit kunnen laten zitten. Bovendien, zo lees ik in de Volkskrant, “kan de wereld heel goed zonder Koeweit leven.” Zelfs als de Koeweitse olie tot de laatste druppel wordt vernietigd, zullen wij daar niets van merken. Sommige olieproducerende landen staan al te trappelen om het aandeel van de Koeweiti's over te nemen.

Maar als het niet om olie gaat, waar gaat het dan wel om? Het klinkt misschien middeleeuws, maar we zouden op dit ogenblik wel eens getuige kunnen zijn van een regelrechte godsdienstoorlog tussen het Christendom en het Jodendom aan de ene, en de Islam aan de andere kant. Een heilige oorlog om heilige plaatsen, heilige ideeen en heilige koeien. Waarom wordt Saddam Hussein op dit punt niet serieus genomen, terwijl hij toch ook op andere punten precies doet wat hij zegt?

Ook in het Westen komt de motivatie om oorlog te voeren voor een belangrijk deel voort uit frustratie. Het is de woede over het opblazen van vliegtuigen en het jarenlang gevangen houden van onschuldige gijzelaars die heeft geleid tot de algemene stelling dat het Islamitisch fundamentalisme maar eens flink mores moet worden geleerd.

Op de achtergrond speelt zeker ook de affaire-Rushdie mee. Het feit dat men machteloos moet toehoren hoe een schrijver om een boek ter dood veroordeeld kon worden, heeft psychisch een veel groter gat geslagen dan men beseft. De afgedwongen bekering van Rushdie tot de Islam, waarbij hij hopelijk “Eppur si muove” heeft gemompeld, was niet alleen een knieval van de auteur zelf, maar ook een nederlaag van iedereen die de vrijheid van meningsuiting serieus neemt.

Misschien is de wraak hier een tweetrapsraket. De klap die Saddam Hussein nu krijgt toegediend, is voor de helft zeker ook de klap die men indertijd voor Khomeiny in gedachten had.