Zuid-Ossetie glijdt snel af naar een heuse burgeroorlog

MOSKOU, 24 jan. - Zeker 22 doden zijn er deze maand al gevallen in Georgie, de Sovjet-republiek onder leiding van de radicaal-nationalistische ex-dissident Zviad Gamsachoerdia.

Gisternacht vielen de laatste drie slachtoffers. Dat althans dat is het officiele cijfer over het aantal doden in Zuid-Ossetie, een van de gebieden in Georgie die zich niet willen voegen naar het bestuur van Gamsachoerdia.

Ook in Georgie zijn decreten van president Michail Gorbatsjov van kracht. Maar die worden vooralsnog niet via het Sovjet-leger ten uitvoer gelegd. Het machtsvacuum heeft er aldus ongekende vormen aangenomen. De escalatie begon vorig jaar toen de Zuid-Osseten zich onafhankelijk van Georgie verklaarden omdat ze meer vertrouwen hebben in de Sovjet-Unie. Het Georgische parlement, dat voor driekwart gedomineerd wordt door de nationalisten van Gamsachoerdia, maakte deze stap onmiddellijk ongeldig. Tot 2 januari zeiden de troepen van het Sovjet-ministerie van binnenlandse zaken de zaak in Tschinvali, de hoofdstad van Zuid-Ossetie, nog redelijk onder controle te hebben. De Zuid-Osseten dachten daar echter anders over. Ze begonnen de “economische boycot” door de Georgische autoriteiten aan den lijve te voelen. Bovendien had de politie het volgens de Zuid-Osseten vooral op hun bewapende militie gemunt en niet op de Georgische. Tweehonderd half-automatische wapens zouden er door de Georgische politie in beslag zijn genomen.

De Zuid-Osseten gingen daarom op 3 januari over tot de eigenmachtige ontwapening van de Georgiers in Tschinvali. De vlam sloeg dezelfde dag nog in de pan. Drieduizend Georgische vrijwilligers maakten zich onverwijld op om naar Tschinvali te trekken om er zelf de orde te gaan handhaven. De troepen van het departement van binnenlandse zaken (MVD) stonden machteloos, sterker, ze trokken zich zelfs uit het centrum van de stad terug. Op 7 januari, de dag waarop de eerste parachutisten naar de Baltische landen werden gestuurd, decreteerde Gorbatsjov dat alle gewapende groepen (behalve die van de MVD) drie dagen de tijd hadden om Zuid-Ossetie te verlaten en dat Gamsachoerdia binnen vijf dagen diende te rapporteren over de uitvoering van deze opdracht.

Het decreet werd door alle partijen aan de laars gelapt. Het was “inmenging in interne aangelegenheden”, aldus de Georgische Opperste Sovjet in Tbilisi. Een harde strijd om de macht in Tschinvali begon. Bij schietpartijen vielen de eerste doden. Tschinvali werd een soort Beiroet, een stad met hinderlagen, barricades, controleposten en veel zandzakken. Nu beheersen Georgische vrijwilligersmilities het centrum van de stad en de Zuid-Ossetische groepen de rest. Van enige communicatie tussen de Zuid-Ossetische leiding en de Georgische regering is geen sprake. De Zuid-Osseten onder “president' Torez Koeloembekov willen alleen maar met Gamsachoerdia spreken als hij Gorbatsjovs decreet uitvoert. Gamsachoerdia zegt altijd met iedereen te willen praten maar wil de aanwezigheid van de Georgische milities in Tschinvali niet ter discussie stellen.

De gewone burgers hebben het zich tot nu toe moeten laten welgevallen. Elke vorm van rechtsorde ontbreekt. Begrafenissen zijn in Tschinvali verboden omdat tot opstootjes kunnen leiden. De gewapende Georgische vrijwilligers opereren bovendien zonder enige juridische basis. Ze dragen veelal identiteitsbewijzen bij zich waarop niet meer staat dan dat ze “lijfwacht” zijn van president Gamsachoerdia.

Ook in politieke zin gaat de polarisatie naar een climax. Bij gebrek aan steun uit het Kremlin hebben de Zuid-Osseten nu contact gezocht met de extreem-rechtse beweging Pamjat, die radikaal-Russisch nationalisme paart aan anti-semitisme en haat jegens de vrijmetselarij. En de Georgische regering draait ook in eigen huis de duimschroeven aan. Niet alleen wordt het gas en licht elke dag twee uur uitgeschakeld om energie te besparen en rijden er om dezelfde reden een vijftiental treinen niet meer - uit Rusland en Azerbajdzjan wordt geen gas en olie meer geleverd en de Armeense kerncentrale is stilgelegd - ook op het culturele terrein wordt nu opgetreden. Deze week kreeg het dagblad Molodjoz Groezije (Jong Georgie), een krant die kritisch schreef over zowel de tot voor kort aan de macht zijnde communisten als de nationalisten van Gamsachoerdia, te horen dat het diende te fuseren met het andere Russisch-talige dagblad Zarja Vostoko (Morgenstond van het Oosten). De nieuwe krant wordt bovendien uitgegeven onder verantwoordelijkheid van het Georgische parlement, dat wel zeggen onder auspicien van Gamsachoerdia zelf. Volgens de redactie van Molodjoz Groezije is het doel van deze “administratieve creativiteit” duidelijk: “De eliminatie van de enige vrije Russisch-talige krant in Georgie”.