Voorlichtingsland

Wat is multimediaal en heeft een heel breed draagvlak? Een campagne die dezer dagen door het land waart, Nederland, Voedingsland geheten.

Dat u haar nog niet had opgemerkt is geen wonder. Want die campagne, gesteund door levensmiddelenfabrikanten, wetenschappers, overheid, voorlichters, Produktschappen, de KRO, de Rabobank en vele anderen, heeft omwille van dat brede zitvlak een nogal fletse boodschap. Zij wil bekendheid geven aan het feit dat (a) dank zij de moderne techniek in ons kleine landje heel wat voedsel wordt geproduceerd, (b) dat je dat allemaal gerust kunt eten, en (c) dat gezond eten reuze fijn is. En dat wist iedereen al.

Maar mocht u, gisteren bij voorbeeld, per ongeluk een tv-spelprogramma hebben gezien waarin de deelnemers aldoor hilarische dingen met eten doen, met er tussendoor gezellige kooktips, dan hoort dat bij die campagne. Voorts zijn er congressen over actuele thema's als 'voeding en sport' en 'kwaliteitsbewaking'. De apothekers doen een duit in het zakje door een boekje over Gezond Leven (dat Aan Tafel begint) te slijten. Het Voorlichtingsbureau voor de Voeding heeft een supermodern computerschijfje dat calorieen kan tellen en waarschuwt dat je hart- en vaatziek wordt als je boter op je boterhammen smeert. Er zijn kwaliteitswedstrijden, lespakketten en een infolijn. Er zijn tv-documentaires om te laten zien dat moderne agrarische technieken niet eng zijn. (Hoewel de beelden uit een pluimveeslachterij vorige week dinsdag toch wel verscheidene sluimerende vegetariers moeten hebben gewekt.) De Open Universiteit doet iets. Kortom, te veel om op te noemen.

Bedacht is het allemaal door de Stichting Maatschappij en Onderneming, die in opdracht van het bedrijfsleven probeert bij het publiek meer begrip te kweken voor het bedrijfleven - en vice versa natuurlijk.

Is het voedingsvoorlichting, is het public relations? Als die onduidelijke campagne een ding duidelijk maakt, is het dat het een wel eens het logische eindpunt van het ander zou kunnen zijn.

Voedingsvoorlichting begon lang geleden, toen sommige relatief rijke mensen zich gingen storen aan het feit dat de armen zo veel slechter aten dan zij zelf. Zij namen zich voor, hun minder fortuinlijke medemensen te vertellen hoe zij zich van hun armoedje verstandiger en gezonder konden voeden. Een nobel plan. Het had weliswaar geen succes, maar dat merkte niemand, want bijna iedereen werd rijker en ging daardoor beter eten.

De voorlichters echter lieten het er niet bij zitten. Vertelden zij vroeger dat je aardappels beter in de schil kunt koken en dat peulvruchten veel waardevols bevatten, de laatste jaren worden de slachtoffers aangemoedigd om toch eens een vetarm toetje te maken. Het bestrijden van verspilling en gebreksziekten ging, met andere woorden, naadloos over in het waarschuwen voor welvaartskwalen.

Maar toen gebeurde er iets. Midden in het welvarende leven, onafhankelijk van het geprevel der voedingsvoorlichters, is bij een heleboel mensen brandende zorg over het eten ontstaan. Zo is er niks aan de hand, en zo is het opeens een milieuprobleem, een ethisch probleem, er zitten chemicalien in, er komt straling bij, de smaak is weg, kinderen worden er raar van, de verpakkingen deugen niet, om nog te zwijgen van de carcino- en de andere genen.

Nu breekt de derde leeftijd van de voedingsvoorlichting aan: de fase van het sussen. Het valt immers allemaal best mee. De moderne technieken zijn er voor ons, en kijk eens wat een een keuzemogelijkheden, zeggen de voorlichters die weten aan welke kant de halvarine op hun brood zit. Behalve een nieuwe roeping, brengt deze benadering ze een keur van nieuwe mogelijkheden, want dat soort voorlichting wil het bedrijfsleven wel helpen betalen. De overheid trouwens ook, vanwege de economie. En zo is dus eigenlijk iedereen weer tevreden, precies zoals het hoort aan een welvoorziene dis.

    • Ileen Montijn