Tempel der wetenschap

Er is een beroemde toespraak van Einstein ter ere van de 60ste verjaardag van Max Planck. Het begin is als volgt.

“De tempel van de wetenschap is een veelzijdig bouwwerk. De mensen die er zich in bewegen zijn even verschillend als de geestelijke krachten die hen naar de tempel hebben geleid. Velen houden zich met wetenschap bezig in het aangename besef over een superieure geesteskracht te beschikken. Zij zien de wetenschap als hun favoriete tak van sport, die hun een gevoel van kracht geeft en hun ambities moet bevredigen. Voorts zijn in groten getale degenen aanwezig die hier om puur utilistische redenen een offer uit hun hersenpan willen brengen. Wanneer er nu een engel Gods zou verschijnen, om iedereen te verdrijven die tot een van beide categorieen behoort, dan zou de tempel opvallend leeg worden. Maar toch zou er nog een enkeling uit verleden of heden overblijven, onder wie Max Planck, die ons daarom zo dierbaar is.”

In het afgelopen jaar werd professor Buck uit de tempel der wetenschap verdreven. Is hij ons daarom niet meer dierbaar? En zijn de wetenschapsjournalisten te vergelijken met de engelen van God die de tempel der wetenschap hebben gezuiverd?

Volgens zijn collega's is Buck een zeer bekwaam biochemicus. Hij heeft een methode ontwikkeld voor de synthese van een bepaald soort DNA, dat gebruikt kan worden bij de bestrijding van alle mogelijke virussen. De farmaceutische industrie vindt de methode belangwekkend genoeg om met Buck samen te werken in zijn laboratorium. Dat is nogal wat. Meestal vinden de grote industriele laboratoria in ons land dat ze het onderzoek wat echt voor de onderneming van belang is beter zelf kunnen doen en dat ze daarvoor de universiteiten niet nodig hebben. Buck moet dus wel iets bijzonders hebben gedaan. Op een avond ziet Buck op de televisie Goudsmit in een programma over Aids en Buck komt op het idee om met Goudsmit samen te proberen of het gesynthetiseerde DNA zal helpen tegen het Aids-virus. Ook dit is iets bijzonders want de meeste onderzoekers in dit land houden van 'schoenmaker blijf bij je leest'.

De resultaten van het gezamenlijk onderzoek zijn positief en Buck en Goudsmit publiceren hun werk in het Amerikaanse tijdschrift Science. Daarmee kiezen zij niet de weg van de minste weerstand want zij hadden het ook kunnen opsturen naar een lokaal tijdschrift met minder strenge referees, waarin de minder ambitieuze geleerden hun onderzoeksresultaten publiceren. Helaas heeft de redactie van Science niet de goede referees geraadpleegd, want het bij Buck gesynthetiseerde materiaal blijkt verontreinigd.

Buck zou niet naar zijn medewerkers hebben geluisterd die hem gewaarschuwd hadden voor de verontreinigingen in zijn preparaten. Hij zou misbruik hebben gemaakt van zijn positie als hoogleraar en vakgroepsleider. Jaloerse collega's van Buck en Goudsmit haasten zich om beiden in diskrediet te brengen en Buck wordt zelfs uit de tempel der wetenschap verdreven.

Ik geloof niet dat Buck te kwader trouw is geweest. Ik denk dat hij echt heeft gemeend een nieuw resultaat te hebben gevonden dat de moeite waard was om te publiceren. Natuurlijk werd hij niet alleen gedreven door puur wetenschappelijke redenen, maar ook door eerzucht en hij hoopte vast dat zijn methode bruikbaar zou zijn tegen Aids.

Maar Buck moet ook zelf verontrust zijn geweest over de verontreinigingen die in zijn preparaten zo duidelijk zichtbaar waren. Als je een nieuwe stof synthetiseert volgens een nieuw procede, dan vecht je in het begin altijd tegen verontreinigingen en heb je te weinig van de gewenste stof om geheel te overtuigen. “ The proof of the pudding is in the eating” en Buck en Goudsmit hadden de pech dat zij werden misleid door de positieve resultaten bij de proeven met het Aids virus. Het werkt en daarom, zo moeten zij gedacht hebben, doen de verontreinigingen er kennelijk niet toe.

Dit is waarachtig niet de eerste keer dat wetenschappers door eigen resultaten misleid worden. Zo dachten Fleischman en Pons dat ze werkelijk koude fusie hadden ontdekt, en Benveniste meende het experimentele bewijs voor homeopathie te hebben geleverd. Bednorz en Muller dachten supergeleiding bij hoge temperatuur te hebben gevonden. Van deze recente voorbeelden, die alle drie in het centrum van de belangstelling hebben gestaan, is alleen de laatste waar gebleken. Bednorz en Muller kregen de Nobelprijs en de anderen werden uit de tempel der wetenschap verwijderd, omdat ze ten onrechte bleven geloven in hun eigen observaties, maar vooral omdat ze zijn bezweken onder de druk van de publiciteit.

In de euforie over zijn onderzoeksresultaten bevestigde Buck voor het NOS-journaal dat het Aids-probleem weldra de wereld uit zou zijn en hij zelf een Nobelprijs naar Nederland zou halen. Toen kon de dagbladpers niet achterblijven en dus kwamen woorden van gelijke strekking op de voorpagina's terecht. Daarmee werd het grote publiek misleid en werden valse verwachtingen gewekt bij patienten. Tot overmaat van ramp bleken de onderzoeksresultaten nog onbetrouwbaar ook. En daarmee was Buck vogelvrij. De industriele partner trok zich terug. Biochemici in Nederland waren bereid voor de krant het Science-artikel van Buck en Goudsmit in het openbaar te kraken op een manier die ze zelfs als anonieme referees van Science uit hun hoofd zouden hebben gelaten. Colleges van bestuur en universiteitsraden gingen zich ermee bemoeien. Het hoofd van Buck rolde en misschien volgen er nog meer, want deze muis heeft kennelijk een lange staart.

Het is evident dat er door Buck fouten zijn gemaakt, maar als iedere wetenschapper die fouten maakt meteen uit het ambt zou worden gezet dan was het bedenkelijk leeg in de tempel der wetenschap. Bucks fouten in het contact met de media werden hem noodlottig. Als hij zich niet samen met zijn hondje voor het NOS-journaal had laten afficheren als de nieuwe Pasteur of dokter Flemming dan was een rectificatie aan Science genoeg geweest om de zaak weer te sluiten.

De hele affaire had voorkomen kunnen worden als Buck bij het eerste contact met de pers tegen zichzelf in bescherming was genomen. Dit behoort tot de taken van de wetenschapsvoorlichter. Weliswaar hebben de meeste wetenschapsjournalisten na de eerste nieuwsgolf de hele zaak gerelativeerd, maar toen bleek dat het geen zuivere koffie was openden ze een ware klopjacht op Buck. Dat had best achterwege kunnen blijven, echter wetenschapsjournalisten zijn niet slechts onbaatzuchtige waarheidszoekers, zij hopen op een primeur en verlangen net als iedereen naar een snelle oplossing voor grote problemen als Aids, kanker, olie (oorlog en vrede). In die zin verschilt de tempel der journalistiek niet van die der wetenschap.

    • Frans W. Saris