Slagkracht VS rust op Japanse elektronica; Amerikaanse technologische achterstand bedreigt nationale veiligheid

ROTTERDAM, 24 jan. - Irakese soldaten die een laser-geleide bom recht op zich af zien komen doen er verkeerd aan in hun laatste ademtocht de vilale Amerikaanse technologie te vervloeken.

Veel vitale componenten waaraan het projectiel zijn dodelijke precisie ontleent zijn van Japanse makelij.

Japan mag zich dan als enige grote industrieland militair afzijdig houden in de slag om de olie, de Japanse elektronica is nadrukkelijk aanwezig. Japanse lasers, geheugenchips, halfgeleiders van galliumarsenide, sensoren en keramische materialen bepalen in grote mate de slagkracht van de geallieerden. Sterker: als Japan zich in het verleden wat cooperatiever had opgesteld tegenover het Amerikaanse ministerie van defensie zou de geallieerde oorlogsmachine nu waarschijnlijk nog efficienter zijn.

Daaruit blijkt wat het Pentagon in oorlogstijd angstvallig stilhoudt maar waarvoor het in het verleden herhaaldelijk heeft gewaarschuwd: de Amerikaanse defensie is in de jaren tachtig steeds afhankelijker geworden van Japanse componenten. De Defense Science Board constateerde al in 1984: de technologische achterstand die de VS op tal van terreinen hebben opgelopen, bedreigt niet alleen de nationale industrie maar ook de nationale veiligheid.

Tot halverwege de jaren zeventig vormde militaire apparatuur het front van technisch kunnen. Wat in het kader van bewapenings- of ruimtevaartprogramma's ontwikkeld was, kwam pas veel later terecht in civiele toepassingen, van computers via magnetron-ovens tot scheerapparaten. Maar sindsdien hebben consumentenprodukten die rol van technologische wegbereider overgenomen. De lasertechnologie die gebruikt wordt bij geavanceerde wapengeleidingssystemen, is ontleend aan de compact disc. Voor de plaatsbepaling van vijandelijke doelen dient de modernste tv-techniek.

Dat maakt de Verenigde Staten militair kwetsbaar, zeker nu elektronica volgens een Amerikaanse defensie-commissie “de beslissende factor is geworden in de technologische wapenwedloop”. Want in grote delen van de civiele elektronica-markt spelen de VS alleen nog een bijrol. De Amerikaanse consumentenelektronica-industrie is nagenoeg weggevaagd, Amerikaanse chip- en telecommunicatie-firma's hebben sterk aan invloed verloren. In een groot aantal marktsegmenten en technologieen is het inmiddels Japan, dat de scepter zwaait.

Volgens de Washington Post betrekken de Amerikaanse defensiebedrijven al circa tachtig procent van hun siliciumchips uit Azie en levert Japan ook de bulk van de nog veel snellere galliumarsenide-chips. Zonder deze componenten zou operatie Desert Storm niet meer dan een woestijnbriesje zijn. Een woordvoerder van de Defense Advanced Research Projects Agency verklaart machteloos: “Steeds meer essentiele onderdelen zijn in de Verenigde Staten niet te koop.”

Een deel van de elektronica in de Amerikaanse wapens blijkt dan ook verouderd te zijn. De beelden van verbluffende precisiebombardementen verhullen dat het merendeel van de Amerikaanse wapensystemen het moeten doen met technologie die ruim een decennium oud is. Dat komt onder andere doordat de Amerikaanse defensie-industrie met handen en voeten gebonden is aan de trage aankoop-bureaucratie en aan eindeloze produktspecificaties moet voldoen om in aanmerking te komen als leverancier van het Pentagon. De ontwikkelings- en produktcyclus in de Amerikaanse defensie-industrie is daarom uiterst traag.

Een goed voorbeeld is de veelgeprezen patriot-raket. Die werd bijna twintig jaar geleden ontwikkeld en in het begin van de jaren tachtig gemoderniseerd. De verdediging van Riad en Tel Aviv is dus gebaseerd op technologie die tien jaar oud is en die op de commerciele markt als achterhaald en dus waardeloos geldt.

Voor de meeste computergestuurde wapensystemen geldt dat de chips die erin zitten niet veel geavanceerder zijn de elektronische componenten in personal computers en video-spelletjes. Computerfabrikanten voor de commerciele markt beginnen nu zogenoemde 4-Megabit D-ram chips in hun apparatuur te verwerken. In de defensie industrie zal het nog vijf jaar duren voordat de eerste wapensystemen met de oudere chipgeneratie, de 1 Megabit chips, uit het laboratorium zullen rollen.

Al vier jaar geleden stelde een Amerikaanse defensie-commissie vast, dat Japan technologisch leidinggevend is op een aantal terreinen dat militair van grote betekenis is. Daarbij ging het ondermeer om spraakherkenning, beeldsensoren, robots, dynamische geheugenchips, saffier-substraten en opto-elektronica. Pogingen om vrije toegang te krijgen tot deze kennis van bondgenoot Japan zijn steeds stukgelopen, ondanks een akkoord uit 1983 dat de weg had moeten vrijmaken voor overdracht van militair belangrijke technologie. Zo wordt de Amerikaanse defensie steeds afhankelijker van Japanse elektronica. Tot afgrijzen van het Pentagon, dat zich in rapporten afvraagt wat er zou gebeuren “als de belangen van Japan en de VS plotseling uiteenlopen”. In zijn boek 'Het Japan dat nee kan zeggen' fantaseert Shintaro Ishihara, de voormalige Japanse minister van transport, over deze mogelijkheid. Zijn stelling: het Pentagon zou zijn militaire suprematie in een klap verliezen als Japan zijn meest geavanceerde chips niet meer aan de VS zou verkopen maar aan de Sovjet-Unie. Dat illustreert de potentiele militaire invloed van de anti-militairistische industriele grote mogendheid Japan.

    • Dick Wittenberg