Siemens amper sterker dan Philips; Alleen dank zij zijn pensioenreserves heeft Siemens zich staande kunnen houden

MUNCHEN, 24 JAN. Terwijl Philips in het afgelopen boekjaar een verlies leed van circa vier miljard gulden, steeg de nettowinst bij Siemens met zes procent tot 1, 67 miljard D-mark (1, 88 miljard gulden).

Terwijl Philips over 1990 geen dividend uitkeert, verhoogt Siemens het dividens met 50 pfennig tot dertien mark.

Toch deelt ook Siemens in de malaise van de Europese elektronica-industrie. De industriele activiteiten van het concern zijn al jaren verliesgevend. Alleen dank zij overvloedige liquide middelen - 19, 3 miljard D-mark in het boekjaar 1989-'90 - heeft de onderneming zich steeds staande kunnen houden. Maar die reserves bestaan voor het overgrote deel uit pensioengelden die door het concern worden beheerd, een constructie die in Nederland niet is toegestaan. Als Philips hetzelfde had mogen doen, zouden de liquide middelen van het concern in 1989 niet 1, 5 miljard gulden hebben bedragen maar 19, 7 miljard gulden. De financiele positie van Philips zou er aanzienlijk florissanter hebben uitgezien.

Terwijl Philips in 1989 ongeveer driekwart van zijn bedrijfsresultaat kwijt was aan financiele lasten (1.655 miljoen gulden), kon Siemens dank zij zijn goed gevulde spaarkas in het boekjaar 1989-'90 juist 1, 8 miljard D-mark aan rentebaten incasseren. Dat was bijna twee derde van de brutowinst.

Het brutoresultaat uit gewone bedrijfsvoering bedroeg niet meer dan 1 miljard D-mark. En ook dat cijfer gaf nog een te rooskleurig beeld van de winstgevendheid van de industriele activiteiten. Want van de exploitatie-inkomsten was 4, 37 miljard D-mark uitsluitend te danken aan financiele activiteiten: koers- en valutawinsten, subsidies, desinvesteringen. Siemens legt dus geld toe op zijn produkten. Geld wordt er alleen met geld verdiend.

Dat maakt het sterkste elektronicaconcern van Europa uitermate kwetsbaar. De raad van bestuur van Siemens is zich daarvan ook terdege bewust. De jaren tachtig heeft het bedrijf gebruikt voor strategische groei en mondialisering. Siemens slaagde erin de omzet ruim te verdubbelen, vertienvoudigde de afzet in de Verenigde Staten, verminderde zijn afhankelijkheid van de Duitse thuismarkt. Tegelijkertijd nam het concern een aantal grote bedrijven over, zoals het Amerikaanse Rolm (telecommunicatie), het Britse Plessey (telecommunicatie en defensie-elektronica) en het Duitse Nixdorf (computers). Ook investeerde de firma miljarden D-marken in “vitale en veelbelovende” markten, zoals in chips en in de voormalige DDR.

Maar al die “investeringen in de toekomst”, zoals Siemens ze hardnekkig blijft noemen, leveren op de korte termijn alleen maar verliezen op. Weliswaar heeft Siemens het tekort in de VS het afgelopen boekjaar teruggedrongen met meer dan de helft, maar het verlies bedroeg nog altijd ruim 200 miljoen D-mark. De verliezen in de chip-divisie zijn intussen weer opgelopen tot naar schatting 400 miljoen D-mark. En Nixdorf, dat onlangs werd ingelijfd door Siemens, leed in 1990 een verlies van 800 miljoen mark.

Siemens kan niet blijven doorgaan boven zijn stand te leven, ze kan niet blijven teren op haar financiele kracht. Dat was de boodschap van de financiele man in de raad van bestuur, dr. K. H. Baumann, alweer een half jaar geleden. Hij wees erop dat de overvloedige liquide middelen “in het verleden wezenlijk hebben bijgedragen aan onze resultaten”. En hij waarschuwde dat die reserves onvermijdelijk zouden afnemen als gevolg “van onze concernstrategie en hoge investeringen”. Dat betekent dat het rendement op de industriele activiteiten “duidelijk omhoog” moet, zei Baumann. Te veel van de 297 produktiegebieden binnen Siemens hebben de afgelopen jaren winsten van gezonde bedrijfsonderdelen opgesoupeerd. Het aantal verliesgevende activiteiten moet drastisch verminderen. Ook “de boven-proportionele kosten van onderzoek en ontwikkeling” - in het laatste boekjaar weer 7 miljard D-mark, ruim 10 procent van de omzet - moeten naar beneden, verklaarde de financiele man in de raad van bestuur.

Na de strategische expansie van de jaren tachtig, richt het concern zich nu op “strategische herorientatie”, jargon voor wijze zelfbeperking. “We zijn niet te groot, we zijn te breed”, verklaarde ondernemingsstrateeg H. Franz onlangs in een gesprek met The Financial Times. Siemens is actief op 80 procent van de totale elektronicamarkt, Toshiba op 64 procent, Philips op 48 procent, General Electric op 28 procent. Dat betekent dat Siemens zijn inspanningen in vergelijking met de concurrentie te veel versnippert. Zelfs een reus als Siemens kan niet in alle marktsegmenten toonaangevend zijn.

Siemens moet dus kiezen, kiezen waar ze uitstapt, kiezen welke activiteiten kunnen worden gedeeld met een partner. Daartoe heeft de onderneming vorig jaar alvast een eerste aanzet gegeven, onder meer door haar kantoorprinters onder te brengen in een joint venture met de firma Mannesmann. Maar dat is niet meer dan een begin.

De 'strategische herorientatie' is pas mogelijk geworden door de 'strategische herstructurering' die het concern de afgelopen jaren heeft voltrokken. Staforganen en ondersteunende diensten werden gedecentraliseerd en gedecimeerd. Zeven produktdivisies werden opgedeeld in zeventien bedrijfssectoren die opereren als zelfstandige firma's. Daardoor is het concern doorzichtiger geworden, wat het gemakkelijker maakt zich te spiegelen aan de concurrentie en structurele verliezen op te sporen.

Maar om winstgevendheid en concurrentiekracht wezenlijk te vergroten, zullen strategische herstructureing en herorientatie met grotere kracht moeten worden voortgezet, zeggen analisten. In hun ogen is de onderneming nog altijd te bureaucratisch, te traag, te paternalistisch, hoewel de afgelopen jaren al grote vooruitgang is geboekt.

Een Amerikaanse hoogleraar ondernemingsstrategie, die ongenoemd wil blijven, zegt dat de onderneming voor een grote krachtproef staat: “Als Siemens zich blijft koesteren in een misplaatst gevoel van veiligheid, als het concern blijft talmen met versmalling van werkterrein en drastische kostenverlaging, kan het bedrijf in een zelfde situatie belanden als Philips.”

Maar zover hoeft het niet te komen. Dank zij een conservatieve manier van boekhouden beschikt het concern nog altijd over omvangrijke stille reserves. In grote markten als openbare telecommunicatie, medische techniek en energievoorziening behoort het bedrijf onmiskenbaar tot de wereldleiders. Siemens heeft zijn lot nog steeds in eigen hand.

    • Dick Wittenberg