Schooljeugd 'beetje bang' door oorlog

ROTTERDAM, 24 jan. - In zijn opstel over de Golfoorlog schrijft de 13-jarige Murat: “Er zijn veel families in Turkije en ik maak me zorgen over mijn oma”.

Brenda is “soms wel bang, maar mijn oma nog erger”. “Zij drinkt elke dag een zenuwmedicijn. En wanneer mijn oma nieuws kijkt, vraag ik iets en dan schreeuwt ze tegen mij. En dan lijkt het net alsof ik de oorlog heb laten komen!” Mohammed schrijft: “Ik ben wel een beetje bang (een beetje maar)”.

Murat, Brenda en Mohammed zitten in groep acht - vroeger de zesde klas - van de openbare basisschool Charlois in Rotterdam-Zuid. Charlois is een 'zwarte school': meer dan de helft van de leerlingen is van buitenlandse afkomst, in groep acht 20 kinderen van de 27.

Sinds vorige week maandag het aftellen voor de Golfoorlog begon, is groep acht onrustiger dan anders. Thuis wordt veel over de oorlog gepraat, iedereen kijkt naar CNN en onder elkaar praten de kinderen over 'de Derde Wereldoorlog' en 'Heilige Oorlog'.

Toen hun onderwijzeres Mieke de Gier de onrust merkte, besloot ze aandacht aan de oorlog te besteden met een klassegesprek, een opstelopdracht en een geschiedenisles samen met groep zeven. De Gier: “Ik vind dat je de wereld niet buiten de klas moet houden. Maar nu was het extra moeilijk. Even heb ik gedacht: stel dat alle kinderen voor Saddam Hussein zijn, wat moet ik dan doen?”

Pag. 3: .

Het bleek mee te vallen. De meeste leerlingen, zo schreven ze in hun opstel, willen liever geen oorlog. “Niemand wint, iedereen is verliezer,” vond Lohman. Op de vraag of er kinderen voor Irak zijn, steken maar een paar de vinger op: “Koeweit is altijd van Irak geweest”, verklaart een zijn voorkeur. Een ander: “Als Irak geen oorlog met Iran had gevoerd, was Iran een grote oorlog begonnen.” De vingertjes zijn van Marokkaanse kinderen. “De felste,” weet De Gier. Zelf probeert ze 'zo neutraal mogelijk te zijn. “lk vind dat de kinderen recht hebben op een eigen mening, al doet het me pijn als ik merk dat ze Saddam Hussein bewonderen. In de klas duid ik hem aan met het woord tiran.

Om dat uit te leggen, vroeg ik de kinderen of een onderwijzer een Ieerling van school kan sturen als hij die niet aardig vindt. Ze dachten van wel: “een meester is de baas”. Inmiddels is het wat rustiger in de klas, al is de angst niet verdwenen. Een meisje denkt dat er “wel een atoombom op Nederland kan vallen”. Een ander verwacht “een aanval op de olie in Rotterdam”. De meesten zijn bang voor hun familie in Turkije, Marokko of Pakistan. In een de opstellen wordt de suggestie gedaan een grote cirkel om Irak te trekken, “en wie wil vechten moet daar maar naar toe gaan”. Slapeloosheid heeft zich niet gemanifesteerd. De kinderen kijken naar CNN, maar niet tot diep in de nacht. Naar eigen zeggen kunnen ze die zender redelijk volgen. lnderdaad beheersen ze de de woorden 'war', 'bomb', 'missile' en 'crisis' (op zijn Engels uitgesproken) perfect. Volgens De Gier komt dat ook door de tekenfilms. Ze denkt wel eens dat hele wereld `zou moeten zijn als haar klas. Hier praten ze met elkaar.” Want vechten of piloot worden, dat willen zelfs de Marrokkaantjes niet. “Dan schieten ze je kapot”.