Regenboogvrucht gaat gewoon door met fotosynthese

De Grote Weerschijnvlinder dankt zijn naam aan een speciaal kleureffect: als het licht onder een bepaalde hoek op zijn vleugels valt komen ze in een prachtige purperen gloed te staan.

Tropische vogels en vlinders vertonen dit bijzondere kleurenspel vaak, zij ontlenen hun iriserende (regenboog) kleuren aan allerlei speciale fysische effecten (zoals dunne laag-interferentie, diffractie, Tyndall verstrooiing). In het plantenrijk daarentegen ziet men zulke kleuren maar zelden. Een uitzondering vormen de blauwe vruchten van de tropische boomsoort Elaeocarpus angusifolius. De meeste van de 60 soorten van het geslacht Elaeocarpus zijn oogverblindend blauw. Toch kan men uit deze vruchten geen pigmenten ontdekken, blijkbaar gaat het om een fysisch verschijnsel.

Wellicht, zeggen onderzoekers van Florida International University, die de ultrastructuur van deze vruchten onderzochten, is deze iriserende (regenboog) kleur een speciale ecologische aanpassing. Daarmee oefent de vrucht aantrekkingskracht uit op dieren, terwijl er toch nog genoeg licht binnen kan komen om fotosynthese mogelijk te maken. Dankzij de bijdrage die rijpende vruchten aan de fotosynthese leveren ziet de plant zich kans om zich zelfs onder schaduwrijke omstandigheden te handhaven. (Nature 17 januari)