'Onze buitenlandse leerlingen hebben aan een diploma niet genoeg'; Amsterdamse school experimenteert met werkprojecten

Voor allochtone jongeren lijken de mogelijkheden om maatschappelijk hogerop te komen uiterst beperkt. Het merendeel verlaat de school voortijdig, belandt in de bijstand of erger. Het Augustinus College in Amsterdam probeert er wat aan te doen.

Op het Augustinus College in Amsterdam Zuidoost, een middelbare school met zo'n 1000 leerlingen onder wie 600 Surinamers, 50 Antillianen en 100 leerlingen uit de categorie 'overige allochtonen', is drie jaar geleden het project 'Maak werk van je vakantie' begonnen. Nu loopt er het project 'Verzeker je toekomst'.

Aan het eerste project ligt een in 1987 verschenen, verontrustend rapport over jeugdwerkloosheid ten grondslag. In dat jaar hadden veel allochtone leerlingen hun HAVO- of atheneum-diploma gehaald en mocht landelijk gezien zelfs van een uitzonderlijke score gesproken worden. De eerste reactie van de schoolleiding was er dan ook een van tevredenheid, maar toen kwam hun het rapport onder ogen en beseften ze dat er voor een geslaagde maatschappelijke carriere meer nodig is dan een diploma.

Ad Borstlap (40), rector van het Augustinus College: “ We hebben bedrijven in Zuidoost gebeld en gezegd: u heeft vakantiewerk en u geeft dat werk aan de kinderen van uw werknemers, want dat vindt u veilig en vertrouwd. We begrijpen dat best, maar uw werknemers zijn wit en uw kinderen ook. Dat betekent dat de zwarte kinderen die wij hier hebben en die graag willen werken, uit de boot vallen. Dat is voor hen jammer, maar ook voor u, want zo maakt u geen kennis met allochtone mensen.”

Borstlap is er inmiddels van overtuigd dat sociale integratie alleen mogelijk is bij economische integratie. “ Veel allochtone leerlingen kennen de weg niet. Kom je bijvoorbeeld bij een bank, dan zie je grote dikke mappen vol brieven liggen, open sollicitaties. Maar onze leerlingen weten niet dat de bank met zo'n sollicitatie-mechanisme werkt. En hoe kunnen ze dat ook weten, ze hebben geen oom of tante die daar werkt en die ze dat kan vertellen.”

Onder de toezegging dat de school voor begeleiding zou zorgen, reserveerden een aantal bedrijven in Zuidoost plaatsen voor leerlingen van het Augustinus. Tot nu toe zijn de reacties positief.

Maar Borstlap wil meer. Om extra aandacht aan zijn allochtone leerlingen te kunnen besteden, zou hij fl. 1000, - per leerling meer willen ontvangen (versus f. 2500, - per leerling nu). Zelf vindt Borstlap dat niet veel. “ Momenteel moet de overheid allerlei maatregelen nemen voor leerlingen die zijn uitgevallen, en dat kost een veelvoud.” Hij denkt het geld van het ministerie van onderwijs te kunnen krijgen, “ maar je kunt ook denken aan WVC, sociale zaken of binnenlandse zaken met zijn minderhedenbeleid.”

Een voorbeeld van hoe Borstlap dat geld zou kunnen gebruiken, is gemakkelijk gevonden. “ Aan het begin van het cursusjaar wordt er nogal eens geknokt en in het oplossen van zulke conflicten wordt veel tijd gestopt, want het zijn bijna altijd familievetes. Hele middagen worden eraan besteed. En dan ebt het weer weg. Je kunt als leraar ook zeggen: nog een keer en je gaat van school, maar dan los je niets op. Sinds oktober hebben we geen knokpartijen meer gehad.”

DOORSTUDEREN

In vervolg op 'Maak werk van je vakantie' is dit jaar het project 'Verzeker je toekomst' begonnen, waarin het Augustinus probeert allochtone jongeren door te laten studeren of op veelbelovende plaatsen in het bedrijfsleven te krijgen. Borstlap noemt Albert Heijn, de Amrobank en de NMB als voorbeelden van grote bedrijven die geinteresseerd zijn in 'Verzeker je toekomst'.

Het project wordt gecoordineerd door conrector Jenneke Peek (39). Ook de twee mentoren van de brugklas, waar het project zich nu nog op richt, hebben er bemoeienis mee. Volgens Maartje Steinkamp (38) en Karien van Netten (36) is het mentorschap binnen 'Verzeker je toekomst' op te vatten als “ een minutieus leerlingvolgsysteem”. Vooralsnog wordt er extra veel aan buitenschoolse activiteiten gedaan en uitgebreid over alles nagepraat. De kinderen wordt niet alleen voorgehouden dat ze tot een bijzondere groep behoren, maar ook dat ze bijna dagelijks keuzen doen die hun toekomst beinvloeden: “ Je kunt uitgaan, maar je kunt ook je huiswerk maken”. De mentoren zeggen 'steunende ouders' te willen zijn die een 'leerstimulerende omgeving' scheppen. Want, aldus Van Netten, “ de kinderen zijn intelligent genoeg, maar dat is in hun geval niet voldoende.”

VEILIGER .

Ook op het Augustinus nemen leerlingen door uiterlijk, haardracht en gedrag afstand van 'de waarden van de witte wereld'. Jenneke Peek constateert voorzichtig dat een aantal migranten zich niet met de andere leerlingen mengen en dat kinderen uit die categorie meer “ in groepen zitten” dan witte kinderen. Klaarblijkelijk, oppert ze, “ voelen ze zich daar veiliger”.

De mentoren zijn het niet helemaal met haar eens. Steinkamp: “ Witte kinderen voelen zich al veilig in Nederland”. Van Netten: “ Hier bezoek ik mijn buurvrouw niet omdat ze een witte neus heeft. Maar als ik emigreerde, zou ik wel om die reden met haar omgaan.” De twee mentoren menen dat er op het Augustinus nauwelijks zwarte jongeren zijn die zich door groepen te vormen afsluiten van de witte wereld. Dat gebeurt toch vooral onder werklozen, jongeren zonder perspectief, niet onder kinderen die nog zijn opgenomen in het schoolsysteem.

Wel ziet Van Netten een uitzondering: de leerlingen uit de lagere schooltypen, en dan nog alleen degenen met wie het niet zo goed gaat op school. “ Die grijpen terug op de mogelijkheid zich etnisch te onderscheiden. Maar als je op zo'n schooltype moet afhaken, heb je ook weinig over”, zegt ze begripvol.

Maar om af te haken en uit te vallen krijgen de leerlingen weinig kans. Het Augustinus heeft de naam streng te zijn. Coordinatoren lopen de klassen af om te kijken of iedereen er wel is. Spijbelen wordt geregistreerd en de lessen waar dat het meeste gebeurt, worden in kaart gebracht. Hebben leerlingen een uur tussendoor vrij, dan worden ze opgevangen, want “ als je ze de straat opstuurt komen ze niet meer terug.” Alleen aan het 'gedekte', door de ouders geautoriseerde spijbelen kunnen de coordinatoren niets doen.

Volgens de brugklasmentoren is schoolgaan voor de blanke Nederlander uit de middenklasse zo vanzelfsprekend dat deze er niet bij stilstaat hoeveel steun hij zijn kinderen hierbij geeft. Steinkamp: “ Hoeveel kinderen mochten vroeger niet acht jaar over het gymnasium doen, omdat hun ouders wisten dat ze toch gingen studeren? Dat zie je op deze school niet. Onze kinderen komen uit milieus waar studeren ongewoon is, en als het op school even niet lukt is de teleurstelling des te groter. Sommigen worden uitgehuwelijkt als ze slechte cijfers halen.”

AMROBANK

Voor het project 'Verzeker je toekomst' zijn ook psychologen ingeschakeld, die begeleidingslessen in 'carriereplanning' verzorgen. Het is de bedoeling in de toekomst geslaagde migranten voor gastlessen naar school halen, wat uiteindelijk moet leiden tot een cohort 'wegbereiders'.

J. Geerts (61) is afdelingsdirecteur bij de Amrobank en houdt zich bezig met beide projekten. Hij schat dat van de ongeveer 16.000 werknemers van de Amro een paar honderd 'een etnische achtergrond' hebben. Dit jaar hebben 32 kinderen in het kader van 'Maak werk van je vakantie' een zakcentje bij de Amrobank verdiend. Twee zijn na de vakantie gebleven en een meisje heeft binnen het 'Verzeker je toekomst'-projekt een leer-arbeidsovereenkomst gekregen. Hoeveel mensen verwacht Geerts dit jaar nog meer te kunnen plaatsen?

Na enig aarzelen zegt hij: “ Vier... misschien... We zouden er meer hebben kunnen plaatsen, maar er waren niet meer.” Even later steekt hij de hand in eigen boezem en verontschuldigt zich met: “ Het kan ook best zijn dat ik te laat op het projekt heb ingespeeld. Het projekt is erg recent en als bedrijf heb je toch met een betrekkelijk lange planning te maken.” Overigens meent Geerts dat een bank “ geen voorloper' moet zijn, “ dat is haar taak niet”. “ Banken horen voorzichtig te opereren, omdat ze afhankelijk zijn van hun klanten. Die denken erg verschillend over dit soort zaken.”

Wel is Geerts het met Borstlap eens dat allochtone jongeren een enorm potentieel voor het bedrijfsleven zijn. “ Alleen is er een hele ontwikkeling voor nodig, wil je dat potentieel ten volle benutten. Je dient er niemand mee als je een werknemer naar een klant stuurt terwijl je vantevoren weet dat het niet zal klikken. Je moet dingen niet forceren, want dan bereik je het tegenovergestelde.”

    • Hans Moll