Nieuw blad De XXIe Eeuw wil niet geassocieerd worden met de Maximalen; Belangrijk is dat alles anders wordt!

Sinds enkele dagen heeft Nederland een nieuw literair tijdschrift. Het heet De XXIe Eeuw en wordt aangeprezen als de opvolger van het blad De Held. Een gesprek met twee van de drie redacteuren.

De naam van het nieuwe blad wekt de indruk dat de redactie haar respect wil tonen voor de literaire traditie in ons land: De XXIe Eeuw. Bijna honderd jaar geleden bestond er in Nederland een literair tijdschrift genaamd De XXe Eeuw, dat werd geleid door Lodewijk van Deyssel en Albert Verwey, en je zou denken dat redacteuren van De XXIe Eeuw zich als de nieuwe Van Deyssels en de nieuwe Verweyen zien. Maar in een gesprek blijkt dit een groot misverstand. De redactie van De XXIe Eeuw wil zich juist zo min mogelijk op de traditie beroepen. De naam van het nieuwe tijdschrift mag bij neerlandici herinneringen oproepen aan de tijd van Van Deyssel, er zit een verschil in van een hele eeuw, en in de literatuur is dat veel.

Redacteur Joost Niemoller (33), ooit begonnen als student Nederlands, legt uit waarom hij niet zoveel meer van de traditie moet hebben. “Veel critici in Nederland vinden het een pre als een nieuwe schrijver net zo schrijft als iemand anders. De schrijver Herman Stevens werd vorig jaar bij voorbeeld unaniem geprezen omdat hij in de traditie van Vestdijk schreef. Het zou veel meer voor de hand liggen als hij werd geprezen omdat hij niet in die traditie schrijft. Het is toch veel belangrijker dat iemand iets anders wil. Ik wil bij een boek niet steeds het gevoel hebben dat ik het al eerder heb gelezen. Ik hecht veel meer aan originaliteit. Ik wil bij het lezen verrast worden en me afvragen: waar zal dit heen gaan, hoe zal deze schrijver zich verder ontwikkelen.” Het is voor Niemoller het belangrijkste criterium om een stuk in de door hem geredigeerde prozarubriek op te nemen. “Het moet een eigen toon hebben, authentiek zijn, nieuwsgierig maken.”

Geest

Met de naam De XXIe Eeuw hebben de oprichters willen aangeven dat zij geloven in vernieuwing. Niemoller: “Als je ziet wat voor geest hier over het algemeen in Nederland heerst... Jaap Goedegebuure heeft laatst geschreven dat de ijkpunten voor de Nederlandse literatuur nog altijd Marsman, Nijhoff en Vestdijk zijn. Als ik zoiets lees, ben ik echt heel verbaasd. Het is toch absurd om nu met die namen te komen. Alles wat er wordt geschreven wordt zo teruggebracht tot een partje in de literatuurgeschiedenis. Het zou hetzelfde zijn als wanneer je in de beeldende kunst alles zou vergelijken met Mondriaan.”

Niemoller die vorig jaar enig opzien baarde met zijn voor de AKO-prijs genomineerde roman Wraak!, heeft de indruk dat de schrijvers van zijn generatie niet meer zo geinteresseerd zijn in de literatuurgeschiedenis: “Wij hebben nu een veel bredere belangstelling. Wij zijn geinteresseerd in buitenlandse literatuur. We zijn opgegroeid in een tijd van popcultuur, wij kijken naar de televisie, lezen science fiction.”

De nadruk die De XXIe Eeuw op originaliteit legt, maakt dat de drie redacteuren zich niet al te sterk willen vastleggen op een programma. Veel mensen die aan het blad meewerken komen weliswaar uit de kring die tot vorig jaar geregeld in het tijdschrift De Held publiceerde, maar dat is geen vooropgezet plan. Het is de groep die elkaar toevallig kent van literaire avondjes in de Amsterdamse boekhandel De Verloren Tijd.

Redacteur Xandra Schutte (27), tot voor kort medewerkster van De Verloren Tijd: “Wij willen eerst onderzoeken waar onze generatie staat. Aftasten hoe het zit met onze normen. Het is belangrijk een plaats te hebben waar deze discussie gevoerd kan worden. In de literaire kritiek gebeurt zoiets nu niet.” Niemoller: “In beginsel sluiten wij niemand buiten. Dat is nu juist waar De Held aan onderdoor is gegaan. Niemand kon dat blad op den duur anders zien dan als een spreekbuis van de Maximalen.” De belangrijkste reden waarom het door Bert Bakker uitgegeven blad op de titelpagina wordt aangeduid als een voortzetting van De Held blijkt de subsidie. Voor volledig nieuwe bladen is het in het huidige stelsel onmogelijk om meteen overheidssteun te krijgen.

Groningen

Dat De XXIe Eeuw zich niet ziet als een voortzetting van het voormalige blad voor maximalen blijkt misschien wel het duidelijkste uit het aantrekken van de Groningse dichter Marc Reugebrink (30), als redacteur van de poezieafdeling. Reugebrink, die in 1988 bij De Bezige Bij debuteerde met de bundel Komgrond, beschouwt zich in geen enkel opzicht als een maximale dichter. Sterker: hij heeft zich in artikelen en tijdens een lezing bij De Verloren Tijd juist regelmatig tegen deze stroming afgezet. Wat Joost Niemoller betreft pleitte dat voor hem. Temeer omdat hij het op zo'n goede manier deed. “Negentig procent van de kritiek op de maximalen ging er destijds over dat ze snelle jongens wilden zijn.” Xandra Schutte: “Marc discussieert op een goed niveau. Dat zie je aan zijn bijdrage aan het eerste nummer.” Een bijkomend voordeel was dat Reugebrink als Groninger van ver kwam. De Held was volgens Niemoller en Schutte te veel het produkt van een groepje Amsterdammers. “Er moest iemand bij die aan de periferie verkeerde.”

Joost Niemoller geeft aan dat hij in de tijd van De Held altijd wat “dubbelhartig” heeft gestaan tegenover de Maximalen. “Ik vond het goed dat ze de aandacht op de literatuur vestigden. Ze hebben de discussie aangezwengeld over poezie. Er zijn ook wel een paar goede dichters bij. Maar ze bleven te veel in een pose steken. Ze richtten zich helemaal op de media. Ze wilden literatuurtje spelen. Hun grootste zorg was een rol te krijgen in de Nederlandse literatuurgeschiedenis. Hoe ze in de wereld stonden, wat uiteindelijk toch veel belangrijker is, kwam pas op de tweede plaats. Dat geeft goed het loze van de beweging aan.”

De redactie van De XXIe Eeuw is van plan het blad vier keer per jaar te laten verschijnen. Elk nummer wordt gedeeltelijk een themanummer, waarvoor een speciale gastredactie aantreedt. Deze gastredactie nodigt de medewerkers uit die tijdens bijeenkomsten het thema verder uitwerken. Het nu verschenen, eerste nummer is gewijd aan vadermoord. Op stapel staan nummers over het eind van de ironie, over literatuur in de voormalige DDR, en over het engagement.

Joost Niemoller: “Het gaat ons om een literatuur die de confrontatie aangaat met deze tijd. Dat is duidelijk iets anders dan de intertextuele richting die je bij een blad als Optima aantreft. Daar verwijzen ze graag naar andere en eerdere boeken. Je zou bij ons meer van engagement kunnen spreken.”

    • Reinjan Mulder