Nepmiddel

In het uitstekende stuk 'Waarom nepmiddelen meestal helpen' van Frans Roes (W en O 10 jan.) had in de titel eigenlijk moeten staan: (nep)middelen, daar het betoog ook geldt voor de reguliere geneesmiddelen (en -artsen).

Vooropgesteld zij dat de arts het zieke lichaam in sommige gevallen beslissend kan bijstaan, en dat vaak met grote aandacht en overgave doet, gesteund door geavanceerde hedendaagse geneesmiddelen en technieken.

Maar 95% van de aandoeningen die mensen kunnen treffen behoren tot de kwalen met een zelf-limiterend verloop: griep, angina, maagdarmklachten, oog- en oorontstekingen, steenpuisten; zelfs een appendicitis kan voor kortere of langere tijd genezen, en voor het penicilline-tijdperk genas ook veelal een longontsteking op eigen kracht. En hoe vaak wordt bij een ander onderzoek niet toevallig een genezen maagzweer of tbc-haard ontdekt?

Het organisme probeert 'van huis uit' ziekte te overwinnen, is er in principe toe uitgerust om dit zonder externe hulp te doen en kwijt zich in de meeste gevallen uitstekend van deze taak. Het is derom niet alleen de eventueel geraadplegde alternatieve arts die in zo'n geval 'met de eer wegloopt', dit geldt evenzeer voor de reguliere arts. Beiden zien de patient gewoonlijk op het laagste punt van de gezondheidscurve, zoals Roes stelt, en deze kan vanaf dan (indien geen complicaties optreden) alleen maar weer omhoog gaan. Elke ingreep, elk medicijn, elke arts, kan op deze wijze een klinkende naam krijgen, een magisch aura deelachtig worden en een bewonderend publiek, terwijl het werkelijke wonder vaak bestaat in de wonderbaarlijke veerkracht van het organisme.

Dit doet mij denken aan de al vele malen beschreven familie Mitford in Engeland, waarvan de moeder (van o.a. novelist Nancy) onmiddellijk na het vertrek van de zelden geraadpleegde arts alle voorgeschreven medicijnen door de wc placht te spoelen onder het motto: 'The Good Body will throw off the illness if left to itself'.

    • Laren Nh
    • Margreet van der Wal