Nederlandse missie bekijkt gevolgen van Tsjernobyl in USSR; Kernramp geeft vooral psychische problemen; 'De fabel zit hem niet in die geboorteafwijkingen, want die bestaan echt, maar in de toeschrijving aan nucleaire straling.'

Over drie maanden is het kernongeluk in Tsjernobyl al weer vijf jaar oud. Maar hoewel de brand is geblust, de getroffen reactoreenheid hermetisch afgesloten, de directe omgeving grondig schoongemaakt en de drie resterende reactors weer volop in bedrijf gebracht, heeft de bevolking in de getroffen regio nog dagelijks te lijden van de gevolgen.

Het afgelopen najaar bezocht een Nederlandse 'fact finding missie' het getroffen gebied om te onderzoeken hoe ons land een bijdrage kan leveren aan de oplossing van de diverse problemen. De missie, bestaande uit een klinisch psycholoog, een chemicus, een radiobioloog en twee ambtenaren van de ministeries van WVC en Buitenlandse Zaken, legde het oor te luisteren bij onderzoeksinstellingen, centrale en lokale overheidsinstanties, ziekenhuizen, psychiaters, medici, milieu-activisten, een zuivelfabriek en de lokale bevolking in de drie getroffen Sovjet-republieken. Ook verrichtte ze globale stralingsmetingen en nam ze voedselmonsters in dorpjes en op andere lokaties in de buurt van de centrale.

De missie was het directe gevolg van een toezegging die minister Van den Broek in juni vorig jaar tijdens een bezoek aan Moskou heeft gedaan. De toezegging was het Nederlandse antwoord op het verzoek om hulp dat de regeringen van de Sovjet-Unie, Wit-Rusland en de Oekraine twee maanden daarvoor aan de wereldgemeenschap hadden gericht. Dat verzoek leidde ook tot internationale initiatieven van onder meer de Verenigde Naties, de Europese Gemeenschap en het Internationaal Atoom Energie Agentschap (IAEA), maar omdat dergelijke multilaterale programma's tot dusverre nauwelijks van de grond konden komen wegens gebrek aan coordinatie, voelt ons land meer voor bilaterale steun.

De Nederlandse missie heeft haar indrukken neergelegd in een nog ongepubliceerd rapport. Daarnaast stelde ze een advies op voor de wijze waarop eventuele hulp, die van humanitaire aard zou dienen te zijn, het best zou kunnen worden gegeven. Over het advies neemt de ministerraad binnenkort een besluit, waarna het aan de Sovjets kan worden voorgelegd.

Het geldbedrag dat met de voorgestelde hulp is gemoeid staat nog niet vast, maar ligt in de grootteorde van tien miljoen gulden. Dat de hulp er daadwerkelijk is evenmin zeker, gezien de onzekere politieke ontwikkelingen in de Sovjet-Unie. Bovendien kan de Golfoorlog roet in het eten gooien, want het ligt in de bedoeling dat de fondsen zullen worden geput uit het Noodfonds.

GEHEIMHOUDING

Een van de deelnemers aan de 'fact finding missie' was de radiobioloog dr. G. Wagemaker, verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij was bereid om op persoonlijke titel te vertellen van de indrukken die de missie op haar reis heeft opgedaan.

“We hebben in tien dagen een groot aantal gesprekken met belangrijke personen en instanties kunnen voeren”, aldus Wagemaker, “ We genoten de volledige medewerking van de Sovjets en werden in onze informatiegaring niet noemenswaard gehinderd.”

Die houding van de Sovjets staat in schril contrast met de situatie enkele jaren geleden, toen alle informatie over de gevolgen van Tsjernobyl nog geheim was. Wagemaker: “ Jarenlang hielden de autoriteiten die informatie achter en de bevolking is daardoor erg wantrouwig geworden. Pas sinds medio 1989 is dat veranderd en is men van overheidswege volledige openheid van zaken gaan geven. Maar ondanks dat is het wantrouwen niet verdwenen. Alle uitlatingen van de overheid worden nog steeds met grote skepsis bezien, ook wanneer ze volkomen juist zijn.”

Zoals bekend ontsnapte na de ramp ongeveer vier procent van de totale inhoud aan radioactieve nucliden van reactor 4 van het Tsjernobylcomplex in de atmosfeer. Ongeveer de helft daarvan kwam in de Sovjet-Unie als fallout naar beneden, met hot spots in de Oekraine (waar de centrale zich bevindt) en in de aangrenzende Sovjet-republieken Wit-Rusland en de Russische Federatie.

De 30-kilometerzone waaruit snel na het ongeval 135.000 mensen werden geevacueerd (de Sovjet-term luidt 'verplaatst'), is nog steeds hermetisch afgesloten. De Nederlandse delegatie stond er op om de zone te bezoeken en ter plekke stralingsmetingen te verrichten. De besmettingsgraad blijkt viereneenhalf jaar na de ramp redelijk mee te vallen. Wagemaker: “ Zelfs op de 'heetste' plekjes is het stralingsniveau maar drie keer zo hoog als wat we op onze vlucht van Amsterdam naar Moskou maten.”

Ook de radioactieve besmetting van voedsel valt redelijk mee. In een door de missie bezochte zuivelfabriek in Novozybkov, een kleine plaats in het sterkst besmette deel van de Russische Federatie, worden de EG-normen voor melk gehanteerd. Slechts ongeveer een tiende van de melk die binnenkomt uit de sovchozen en kolchozen overstijgt die limiet en wordt verwerkt tot boter (waarbij de radioactieve nucliden achterblijven in de waterfase).

Mede omdat er in de getroffen gebieden veel voedsel moet worden ingevoerd, doen zich maar weinig echte problemen met besmette produkten voor. Wagemaker: “ Een van de weinige vervelende zaken is het verbod op de consumptie van paddestoelen, een natuurprodukt waar Russen massaal voor de bossen in trekken. Paddestoelen verzamelen cesium en overstijgen daardoor de norm.”

Registratie

Loopt de bevolking vijf jaar na de ramp dus niet al te veel gevaar meer om nog te worden besmet of bestraald, ze verkeert wel in grote onzekerheid in welke mate ze in het voorjaar van 1986 aan radioactiviteit is blootgesteld en welke gevolgen voor de gezondheid dat heeft of nog zal hebben. Voor grote groepen zijn de opgelopen stralingsdoses niet met fysische methoden gemeten. Na vijf jaar kunnen ze praktisch alleen nog langs indirecte weg en ten koste van grote inspanningen en investeringen worden gereconstrueerd.

Al even somber is het gesteld met het epidemiologisch onderzoek. Adequate gegevens van voor de ramp ontbreken, terwijl er ook na het ongeluk maar weinig van een systematische registratie van de bevolking is gekomen. Gezien de gebrekkige medische infrastructuur in het gebied en de ongunstige economische omstandigheden zal het niet eenvoudig zijn om in die toestand snel verandering te brengen.

De belangrijkste te verwachten ziekte ten gevolge van stralingsblootstelling, kanker, onttrekt zich al bij voorbaat praktisch aan detectie omdat een derde van de bevolking hoe dan ook 'spontaan' kanker kijgt en een kleine toename ten gevolge van Tsjernobyl (in de betrokken regio volgens deskundigen hooguit 2 procent) zelfs bij een perfecte registratie in de ruis zal verdwijnen.

De enige mogelijke uitzondering vormen zeldzame kankersoorten zoals bepaalde leukemieen en schildklierkanker. Maar ook daar wreekt zich het gebrek aan meetgegevens van voor of direct na de ramp. Het aantal diagnoses van chronische leukemie in de republiek Wit-Rusland is weliswaar duidelijk gestegen, maar op grond van de beschikbare gegevens is niet meer te achterhalen of dat ook werkelijk iets te maken heeft met blootstelling aan Strontium-90 of Cesium-137. De toename kan net zo goed het gevolg zijn van demografische verschuivingen dan wel van verbeterde diagnostiek of rapportage. Alleen in het geval van schildklierkanker bij kinderen (22 gevallen in de drie getroffen Sovjet-republieken) is het verband met het ongeluk ondanks het ontbreken van gegevens uit 1986 significant, om de simpele reden dat deze aandoening normaal bij kinderen praktisch niet voorkomt.

Een extra nevelige factor in deze epidemiologische mistbank vormt de groep van 500- tot 600.000 schoonmakers van de centrale. Deze zogeheten 'liquidatoren' wonen verspreid over de hele Sovjet-Unie. Ze staan weliswaar centraal geregistreerd in een gegevensbank in het Instituut voor Medische Radiologie in het onderzoeksstadje Obninsk nabij Moskou, maar volgens de Nederlandse missie lijkt de praktische bruikbaarheid van die bank beperkt.

Op eerste gezicht zou men zich om de liquidatoren niet al te druk hoeven te maken, omdat hun verblijfstijd in de centrale werd beperkt al naar gelang de opgelopen, maximaal toelaatbare stralingsdosis. Maar volgens de missie zijn de opgelopen doses soms sterk onderschat. En het is niet alleen de straling die tot klachten kan leiden. Onder de liquidatoren is een merkwaardig neurologisch syndroom geconstateerd dat vrijwel zeker niets met straling te maken heeft, maar meer lijkt op vergiftiging met zware metalen. “ De brandende grafietkern van de reactor is dagenlang gebombardeerd met lood en borium”, aldus Wagemaker, “ Door de intense hitte zal zeker een deel daarvan zijn verdampt en wellicht door de schoonmakers ingeademd.”

Daar komt nog bij dat lang niet vast staat hoe compleet de registratie van liquidatoren eigenlijk is. Veel van hen zouden zich uit angst voor stigmatisering aan registratie hebben onttrokken. De autoriteiten van hun kant zouden soms hebben geweigerd om registratiepasjes, die recht geven op bepaalde financiele voordelen, te verstrekken.

NORMEN

Dat de medische follow up van 's werelds grootste kernramp tot nu toe zo teleurstellend verloopt, ligt niet zo zeer aan onwil of onverschilligheid van de zijde van de Sovjet-autoriteiten alswel aan de economische, politieke en bestuurlijke moeilijkheden waarin het land verkeert.

In een tijd waarin de bevolking al moeite genoeg heeft om de eerste levensbehoeften bij elkaar te schrapen, is een goed bemande en modern uitgeruste medische infrastructuur niet te verwachten, zeker niet in armlastige agrarische gebieden. Artsen zijn in de besmette regio's schaars geworden omdat ze samen met andere sociaal sterkeren zijn weggetrokken. Onder de bevolking is grote vraag naar faciliteiten waar men zijn voedsel of het eigen lichaam kan laten doormeten, maar meetapparatuur is nauwelijks voorhanden en indien toch aanwezig sterk verouderd of erg ongevoelig. Wagemaker: “ Bij een meetpunt in Novozybkov troffen we een apparaat aan zonder isotopenaanduiding, duizend tot tienduizend keer minder gevoelig dan we gewend zijn in Nederland”.

De wankele politieke situatie in de Sovjet-Unie heeft het vertrouwen in de centrale overheid nagenoeg tot het nulpunt teruggebracht. De Nederlandse bezoekers werd herhaaldelijk bezworen om de hulp vooral niet centraal te laten lopen, omdat er dan 'zeker niets van terecht komt'. De lokale overheden worden ook gewantrouwd door hun jarenlange zwijgzaamheid.

Dat er in 1989 uiteindelijk toch opening van zaken kwam, is ten dele de verdienste van milieu-activisten. “ Maar ook die werkten aan de desinformatie mee door fabeltjes rond te strooien. Zo heb je de hardnekkige mythe van ernstige geboorte-afwijkingen bij vee en mensen, die de afgelopen jaren ook in onze pers herhaaldelijk de kop opstak. De fabel zit hem niet in die geboorteafwijkingen, want die bestaan echt, maar in de toeschrijving aan nucleaire straling. Men vergeet dat ernstige geboorteafwijkingen ook onder normale omstandigheden allesbehalve zeldzaam zijn. Er zal misschien wel eens een geboorte-afwijking optreden als gevolg van de stralingsbesmetting in Tsjernobyl, maar die zal volkomen wegvallen tegen de natuurlijke, spontane gevallen.

“Zo krijg je dat met de beste bedoelingen allerlei verhalen de ronde doen die de angst onnodig versterken. Een treffend voorbeeld was de film over kaalhoofdige kinderen die na het ongeluk waren geboren en klaarblijkelijk als gevolg daarvan. Maar die kinderen kwamen ter wereld in een gebied 800 kilometer ten zuidwesten van de centrale, waar helemaal geen fallout was geweest.”

In de gesprekken van de missie kwam steeds opnieuw de grote behoefte onder de bevolking naar voren aan betrouwbare voorlichting. Westerse bronnen worden betrouwbaarder geacht dan Sovjetbronnen, met als mogelijke uitzondering het IAEA, dat wordt gezien als vertegenwoordiger van de kernernergielobby.

Behalve door mythen en desinformatie wordt het wantrouwen van de bevolking versterkt door dubbelzinnige en onderling tegenstrijdige normen. De overheden in de drie getroffen deelrepublieken blijken twee verschillende normen te hanteren voor evacuatie: de dosis straling die iemand in zijn hele leven in het besmette gebied zou oplopen, dan wel de besmettingsgraad (meestal gemeten als Cesium-137) per km. Voor deze laatste norm worden tot overmaat van ramp per deelrepubliek andere waarden gehanteerd. In de Sovjet-Unie geldt een norm van 40 curie per km. Maar Wit-Rusland evacueert al bij 15 curie per km, terwijl de Oekraine zich weer houdt aan een norm van 7 rem boven de achtergrondstraling. Het zou een wonder zijn als een zo grote pluriformiteit aan normen niet zou leiden tot verwarring en wantrouwen onder de bevolking.

Los van elke stralings- of dosisnorm staat de 30-kilometerzone rond de reactor, die hoe dan ook gesloten blijft. De afgelopen tijd zijn ongeveer duizend voormalige bewoners illegaal in deze zone teruggekeerd, hetgeen door de autoriteiten oogluikend wordt toegestaan.

Ziekte

Sinds de ramp is de bevolking in de besmette gebieden beduidend vaker en langduriger ziek dan ervoor. Door zowel artsen als leken worden deze toegenomen klachten toegeschreven aan Tsjernobyl. Stralingsdeskundigen wijzen de suggestie van zo'n verband echter als zeer onwaarschijnlijk van de hand. Veel aannemelijker is, dat de klachten het gevolg zijn van slechte voeding en stress.

Het voedingspatroon in de besmette regio's is traditioneel uiterst eenzijdig. Jodium-, ijzer- en vitaminegebrek zijn endemisch. De verergering van de klachten in de laatste jaren zou heel goed verband kunnen houden met de verslechterde voedselsituatie, maar door de bevolking wordt ze als vanzelfsprekend toegeschreven aan Tsjernobyl.

In het geval van schildklierklachten zit daar ook wel wat in, want de jodiumprofylaxe (preventieve verstrekking van jodiumtabletten ter voorkoming van de cumulatie van radioactief Jodium-131 in de schildklier) kwam na de ramp veel te laat op gang. Een groep van ongeveer 90.000 mensen in de 30-kilometerzone heeft daardoor vrijwel zeker aan aanzienlijke doses straling blootgestaan, wat een deel van de schildklierklachten verklaart. Een ander deel is echter gewoon het gevolg van jodiumgebrek: schildkliervergroting (struma of 'krop') is een zeer veel voorkomende aandoening in de regio.

Wagemaker: “ Hier ligt waarschijnlijk het belangrijkste medische probleem op dit moment. Bekend is dat kinderen tot tien jaar heel gevoelig zijn voor radioactief jodium, dat onder meer via fall out wordt opgenomen. Na een radio-actieve besmetting op de Marshall-eilanden bij een Amerikaanse atoomproef in 1954 zijn enkele honderden mensen medisch vervolgd. Indien in Rusland nu al 22 gevallen van schildklierkanker zijn gerapporteerd, is dat opvallend snel na het ongeluk, namelijk twee tot drie keer sneller dan op de Marshall eilanden. Dat zou of kunnen komen door het jodiumgebrek, dat leidt tot een verhoogde groeistimulering van de schildklier, of doordat de getroffen populatie heel groot is en er in de komende jaren veel meer gevallen te verwachten zijn. Tegenover die kankergevallen staan ongeveer tien keer zo veel gevallen van andere schildklierschade die in beginsel dezelfde diagnostiek en klinische zorg eisen. Het was voor de missie duidelijk dat op dit punt de medische voorzieningen nu al te kort schieten, terwijl heel goed mogelijk is dat de grote aantallen nog moeten komen.”

Afgezien daarvan lijken veel gezondheidsklachten van psychosomatische aard. Bij alle gesprekken die de Nederlandse commissie in de Sovjet-Unie voerde, kwam de psychische problematiek van Tsjernobyl dikwijls ongevraagd ter sprake. Sinds de ramp nam het aantal klachten van psychische oorsprong, waaronder slapeloosheid, ongerustheid en moeheid, sterk toe. De angst en de stress worden niet alleen gevoed door de vrees voor straling, maar ook door sociale trauma's als de gevolgen van gedwongen evacuatie en de beperking van de recreatiemogelijkheden.

De Sovjet-autoriteiten lijken met deze psycho-sociale problematiek weinig raad te weten. Wagemaker: “ De geestelijke gezondheidszorg in de Sovjet-Unie staat op een zeer laag peil. Specialisatie tot psychotherapeut duurt twee tot vier maanden, vergeleken met vier tot zes jaar bij ons. Op de 1, 3 miljoen artsen in het land zijn er maar 21, 000 psychotherapeuten, waarvan de meesten psychiaters - ambulante geestelijke gezondheidszorg bestaat nagenoeg niet. Daarbij komt nog eens, dat de psychiatrie onder de bevolking zeer slecht staat aangeschreven vanwege de rol die ze in het verleden speelde bij de opsluiting van de dissidenten.”

    • Felix Eijgenraam