Nederland wil Israel humanitaire hulp geven

DEN HAAG, 24 jan. - De Nederlandse regering wil Israel steunen met humanitaire hulp.

De aard en de omvang van de hulp zal in overleg met de Israelische regering worden vastgesteld. Het is nog niet duidelijk hoeveel geld er voor deze hulpverlening beschikbaar is. Dat heeft minister Dales (binnenlandse zaken) gisterenavond verklaard na afloop van overleg met joodse organisaties in Nederland.

In het overleg werd onder meer gesproken over maatregelen ter beveiliging van de joodse gemeenschap in Nederland. De minister heeft gewezen op de “maximale paraatheid” bij de politie. Er zouden geen gerichte aanwijzingen zijn omtrent groepen “die ten aanzien van Nederland boosaardige bedoelingen hebben”.

Ook de relatie met islamitische groeperingen kwam ter sprake. Van gewelddadige incidenten tussen joodse en islamitische inwoners is tot nu toe niets gebleken, aldus de minister.

Rabbijn Soetendorp zei na afloop van het gesprek dat er veel wordt geleden in de joodse gemeenschap, maar dat er alles aan wordt gedaan om elkaar op te vangen. De Nederlandse regering en de joodse organisaties staan, aldus Dales, in permanent contact met elkaar.

Woordvoerder Ensel van de Stichting Joods Maatschappelijk Werk deelde mee dat de joodse organisaties van plan zijn op korte termijn met moslimgroeperingen een gesprek aan te gaan. Vanochtend lieten vertegenwoordigers van moslim-organisaties weten positief te zullen reageren op een uitnodiging van vertegenwoordigers van de joodse gemeenschap voor een gesprek. R. Kasiem, voorzitter van de Surinaamse World Islamic Mission, zegt zo'n gesprek “uiteraard” toe te juichen. Met de joodse organisaties zou moeten worden overlegd, hoe “intern de rust en vrede kan worden gehandhaafd”

Vice-voorzitter O. Bahadir van de Turkse Islamitische Culturele Federatie (TICF) wil met de joodse organisaties bespreken hoe joden en moslims met elkaar in Nederland kunnen samenleven.

Vorig week vrijdag ontving Dales al vertegenwoordigers van verschillende moslimorganisaties in Nederland. Dat was om te voorkomen dat de oorlog in de Golf zou leiden tot spanningen tussen autochtone Nederlanders en moslims uit minderheidsgroepen.