Mobiele nieuwsvoorziening met satelliet en grondstation

Ook al had de NOS het gewild, de SNG-unit van PTT Telecom vliegt niet naar de Golf.

“We vinden dat we onze mensen niet aan het risico kunnen blootstellen”, zegt R. Jockin van de afdeling Satellite Communications. Een buitenlandse klant had wel belangstelling voor stationering in Jeruzalem, maar de PTT vond het te gevaarlijk.

De SNG (van Satellite News Gathering) bestaat uit zeven koffers die bij elkaar driehonderd kilo wegen. Er zit een complete televisiezender in. Een van de koffers herbergt acht plastic bloembladen die aan elkaar geklikt een schotelantenne met een diameter van 1 meter 90 vormen. De antenne wordt op een van de Eutelsat II satelieten gericht - de F1, die 36.000 km boven de evenaar op 13 graden oosterlengte zweeft. De stekker gaat in het stopcontact (een gewone 220 volt aansluiting is voldoende) en binnen een half uur na aankomst kunnen de beelden via de satelliet naar het grondstation in Nederhorst den Berg worden gestraald. Met de SNG kan een cameraploeg overal ter wereld zijn eigen gang gaan. Geen gebedel bij andere stations of vermoeiende onderhandelingen met makelaars in verbindingen. CNN en de andere Amerikaanse networks gebruiken soortgelijke installaties.

De zeven koffers kostten ongeveer een miljoen gulden en de PTT verhuurt ze inclusief twee technici voor zevenduizend gulden per dag. Voor elk uur zenden komt er dan nog zo'n vijfduizend gulden bij. Ook dat maakt een langdurig verblijf in het Midden-Oosten niet erg waarschijnlijk. “ Zolang we in Nederland een versnipperd omroepbestel hebben en zolang deze verbindingen uit het programmabudget moeten worden betaald, kunnen de omroepen dat niet betalen”, meent Jockin.

MALTA TEGEN ORANJE

De SNG-unit heeft inmiddels toch al heel wat buitenlandse ervaring opgedaan: Bush in Polen, de val van de Berlijnse muur, de voetbalwedstrijd van Malta tegen Oranje - de zeven koffers waren erbij, vaak ook in opdracht van buitenlandse stations.

PTT Telecom heeft voor de verbindingen met het grondstation permanent een van de 16 kanalen op de F1 van Eutelsat gehuurd. Voor elk kanaal zit er op de satelliet een 'transponder', een voorziening die een signaal ontvangt en het op een andere frequentie weer terugstuurt naar een ander plekje op de Aarde. Op elk kanaal kunnen tegelijkertijd twee verbindingen tot stand worden gebracht. De ene is overdag in gebruik voor de zakenwereld en is 's avonds verhuurd aan de Turkse tv-omroep. De andere staat voortdurend voor SNG-toepassingen ter beschikking.

Ook binnen de landsgrenzen wordt de unit wel ingezet. De voor korte afstanden meestal gebruikte straalzender - die zorgt voor een punt-naar-punt verbinding met de dichtstbijzijnde PTT-toren - is binnen Nederland voordeliger, maar het wil wel eens gebeuren dat de snelste route van Groningen naar Hilversum toch via die satelliet daar hoog boven de evenaar gaat.

Voor een succesvolle communicatie via een satelliet moet de capaciteit van zender, satelliet en ontvanger nauwkeurig op elkaar worden afgestemd. De schotel van de SNG kan zich beperken tot die 1 meter 90 omdat de ontvangstschotel in Nederhorst den Berg een diameter van 11 meter heeft. Als de SNG-schotel groter was, zou het signaal weer met een kleinere schotel uit de lucht geplukt kunnen worden. Link budget calculations noemen de satellietjongens het maken van dergelijke afwegingen.

34 KILO

Wie niet met bewegende beelden, maar met alleen maar spraak, faxen en foto's over de wereld wil komen, hoeft niet zo zwaar te tillen. De eenheid die bijvoorbeeld MTI (Taiwan) op de markt brengt gaat in een koffer en weegt maar 34 kilo. Er zit een telefoontoestel in, een zender en er zit een schotelantenne bij die als een paraplu wordt uitgeklapt en met de hand op de satelliet wordt gericht. Spraak heeft veel minder ruimte in de ether nodig dan video: de 'bandbreedte' van het signaal is veel geringer. Een televisiesignaal heeft een bandbreedte van minimaal 36 Mhz; voor spraak van goede telefoonkwaliteit is slechts het zevenhonderste deel daarvan vereist (ongeveer 50.000 Hz). Dat betekent dat er met veel minder zendvermogen en een kleinere schotel kan worden volstaan.

VULKAANUITBARSTING .

De apparaten in deze klasse gebruiken een schotel van ongeveer 90 cm middellijn en staan bekend als Standaard A terminals. Ze maken gebruik van de diensten die door de in Groot Brittannie gehuisveste organisatie Inmarsat worden aangeboden. Net als Eutelsat exploiteert Inmarsat een aantal satellieten (negen stuks) en een aantal grondstations. Inmarsat is vanouds gericht op communicatie met schepen, maar al vroeg is het systeem door de media ontdekt. Als door een ramp de normale verbindingen niet zijn te gebruiken is zo'n koffer een uitkomst. Bij een vulkaanuitbarsting in Columbia in 1985 bewees de Standaard A apparatuur voor het eerst goede diensten en bij de aardbeving in Armenie van 1988 waren ook op vele plaatsen de schotels te zien. In het Golfgebied zijn de Standaard A apparaten inmiddels vertrouwde verschijningen. Energie betrekken de apparaten uit aggregaten, accu's, zonnepanelen of desnoods uit het lichtnet.

Behalve voor telefonie kan het apparaat voor het versturen van faxen, telexen en foto's worden gebruikt. In het laatste geval moet er een fotolezer mee. In zo'n apparaat wordt het ontwikkelde kleinbeeldnegatief (kleur of zwart wit) gestopt, afgetast en in elektrische stroompjes omgezet. Een mooie fotolezer als de Leafax kost een slordige twintigduizend gulden en weegt een kilo of tien.

Standaard A toestellen worden nu door zeker vijf fabrikanten aangeboden. Een van de bekendste is de Satpax van Marconi Marine Systems (2 koffers, 60 kilo). De apparatuur kost ongeveer 70.000 gulden; de gesprekskosten bedragen 18 gulden per minuut. Standaard A zal binnen een paar jaar door Standaard B worden opgevolgd. B is ook voor telefonie, maar werkt in tegenstelling tot C digitaal. Door slimme codering en datacompressie zal de kwaliteit omhoog gaan, terwijl de benodigde zendenergie geringer is. De koffers zullen daardoor nog lichter worden.

Nog kleiner

Maar het kan nog kleiner, nog lichter en nog goedkoper. Sinds een paar weken is een systeem in werking getreden dat zich zonder twijfel zal ontwikkelen tot de lieveling van de schrijvende pers: Standaard C van Inmarsat. Het is een systeem dat in principe bestemd is voor schepen en er kunnen alleen data mee worden verstuurd en ontvangen: orders, plaatsbepalingen en stukjes uit de tekstverwerker. Een standaard C terminal weegt een kilo of vijf en kost ongeveer zestienduizend gulden. Daar komt dan nog een laptop pc bij, maar die wegen tegenwoordig minder dan twee kilo.

De Deense firma Thrane en Thrane was de eerste die een werkend apparaat kon leveren, maar de verwachting is dat er velen zullen volgen en dat de prijzen zullen dalen. Wereldwijd zijn er nu zo'n 1000 gebruikers (50 in Nederland), maar Inmarsat weet niet of daar al veel journalisten onder zijn.

De antenne van de C-terminal zit in een plastic koepeltje ter grootte van een hoge fluitketel. Die antenne is 'omnidirectioneel'; hij is aan alle kanten gevoelig en hoeft niet gericht te worden. Bovenop een auto of gewoon op tafel zetten is voldoende om verbinding met de hele wereld te maken - de enige eis is dat er een satelliet ergens boven de horizon moet staan. De installatie kan met een 12 volts accu worden gevoed.

Standaard C-berichten worden via een Inmarsat satelliet naar een grondstation verstuurd en vandaar reist het naar de elektronische postbus van de geadresseerde. Het is een zogeheten store and forward procedure; het bericht gaat in pakketjes via de satelliet naar het grondstation, wordt daar opnieuw samengesteld en gaat dan naar de geadresseerde. Binnen tien a twintig minuten is het bericht ter plaatse en meestal gaat het sneller. Voor het gebruik van de satellietkanalen hoeft geen abonnementsgeld worden betaald; de kosten van een verbinding bedragen nu 12 gulden per minuut.

Het geringe gewicht, de kleine omvang en de bescheiden energiebehoefte van de C-apparatuur zijn mogelijk bij de gratie van de gevoelige grondstations en de zeer geringe bandbreedte (5 kilohertz) van het signaal. Voor datacommunicatie hoeven alleen maar enen en nullen te worden verstuurd. Als een een door een toontje en een nul door een iets hoger toontje wordt voorgesteld en de bitjes niet te snel worden verstuurd, kan alle beschikbare zendenergie in een smal bandje worden gepropt; om dezelfde reden kwamen die oude morsetekens zo ver.

Alle C-communicatie verloopt nu nog via twee grondstations: een in Perth (Australie) en een in Bretagne (Pleumeur Boudou). Daarmee kan al tweederde van de wereld worden bestreken, maar het net wordt dichter. Over een maand of twee zal PTT Telecom in ons eigen Burum (Friesland) twee nieuwe schotels van 13, 5 meter in gebruik nemen voor Inmarsat-communicatie. Voor Nederlandse gebruikers wordt Inmarsat daardoor zeer aantrekkelijk.

Vergelijkbaar met Standaard C is het ook onlangs in werking getreden Euteltracks. Het is een Europees systeem voor plaatsbepaling van en communicatie met vrachtwagens en het wordt door Eutelsat op de markt gebracht. Ook dit systeem leent zich in principe voor het versturen van nieuws. De antenne is niet omnidirectioneel, in het koepeltje draait een kleine richtantenne die zichzelf richt, ook tijdens het rijden. Als het satellietsignaal op zijn sterkst is, stopt het draaien. Euteltracks is door de zwaardere antenne iets minder mobiel dan Standaard C en het bereik is vooralsnog tot Europa beperkt.

foto: Boven: de SNG-unit van PTT Telecom voor televisie. De hele uitrusting past in zeven koffers die samen 300 kilo wegen.

Links: Standaard A-terminal van MTI voor telefonie. Schoteldiameter is 90 cm, het gewicht 32 kilo.

Onder: Standaard C-uitrusting van STC Telecommunications. Het zwarte kastje is de zend-ontvanger, het witte koepeltje herbergt de antenne. STC brengt de C-apparatuur met een laptopcomputer en een printer als set op de markt.

Geheel onder: Leafax fotoseiner voor het versturen van kleinbeeldfoto's. Op het scherm kan het contrast en de uitsnede bepaald worden. Het toetsenbord dient voor het maken van een bijschrift.