Latijns-Amerikanen vrezen 'gasolinazo'

LIMA, 24 jan. - Dank zij het tijdsverschil van acht uur met het Midden-Oosten waren benzinestations in Lima nog open toen vorige week donderdagochtend vroeg de geallieerde bombardementen op Bagdad en Koeweit begonnen.

Het was woensdagavond in Peru en voor de pompen vormden zich lange rijen automobilisten.

De bezwerende woorden van eerste minister Hurtado Miller dat de benzineprijzen voorlopig niet omhoog zullen gaan en de verbazingwekkende daling van de internationale olieprijzen een dag later ten spijt namen de Peruanen het zekere voor het onzekere met een resoluut 'lleno, chico' ('gooi 'm maar vol, vriend'). De angst voor een nieuwe 'gasolinazo', een drastische verhoging van de brandstofprijzen, is evenals het wantrouwen in politici diep verankerd in Peru.

De oliearme en olieloze landen van Latijns Amerika zijn somber gestemd over de mogelijke neveneffecten van de Golfoorlog. Olieprijsstijgingen op het moment dat vele Latijns-Amerikaanse regeringen bezig zijn met pijnlijke economische ingrepen dreigen een toch al wankele balans te verstoren.

Terwijl een land als Peru in elk geval nog een eigen olieproduktie heeft is buurland Chili vrijwel volledig van invoer afhankelijk. De regering-Aylwin kondigde het afgelopen weekeinde, als eerste op het continent, rantsoenering van brandstoffen aan. Ook in Brazilie - netto-importeur van olie - liggen rantsoeneringsplannen klaar, ondanks de toezegging van buurland Argentinie dat het bij een oliecrisis de landen van de Zuidelijke Punt zal bijstaan met leveranties.

Onder leiding van coordinerend minister Sergio Molina heeft de Chileense regering met ingang van maandag beperkingen opgelegd aan het autoverkeer in de hoofdstad Santiago. “Hoewel Chili 85 procent van zijn olie moet importeren kunnen we deze nieuwe situatie het hoofd bieden”, verzekerde Molina zondag op een persconferentie zijn gehoor. Zijn collega van financien, Alejandro Foxley, voegde eraan toe dat de restricties “van kracht zullen blijven zolang de onstabiele prijzen op de oliemarkt voortduren”. De regering heeft de Chilenen voorts gevraagd vrijwillig het benzineverbruik te beperken. Samen met de verplichte maatregelen moet een besparing van vijftien procent worden gerealiseerd.

De Latijns-Amerikaanse bezorgdheid over de Golfoorlog geldt niet alleen de mogelijke gevolgen voor de oliemarkt. Het continent is naast Europa, Azie en de Verenigde Staten doelwit voor terroristische aanslagen ter vergelding van de geallieerde bombardementen. Uit informatie die vorige week in Washington werd vrijgegeven blijkt dat het 'terroristenalarm' met name voor Santiago, Lima en Buenos Aires geldt.

Hoewel Chili en Peru niet bij de oorlogsinspanningen zijn betrokken staan Amerikaanse, Britse en Franse doelwitten in deze landen kennelijk hoog op het lijstje van de terroristen. Bij aanslagen in Chili en Peru kunnen internationaal opererende terroristen gebruik maken van ter plekke functionerende infrastructuren van de Chileense guerrillabeweging Patriottisch Front Manuel Rodriguez (FPMR) en van de Revolutionaire Beweging Tupac Amaru (MRTA) in Peru. Mogelijk heeft ook de grootste en onafhankelijk van elke buitenlandse mogendheid opererende Peruaanse terreurbeweging Sendero Luminoso (Lichtend Pad) zijn diensten in Bagdad aangeboden, aldus goed ingelichte bronnen in Lima.

Vorige week donderdag deden zich in Santiago twee aanslagen voor op filialen van Amerikaanse banken uit kennelijke wraak voor de geallieerde aanval op Irak. Niet duidelijk is of het hierbij ging om een 'lokale' aanslag of om het werk van internationale terroristen.

In de Peruaanse hoofdstad Lima is de bewaking van Westerse ambassades verscherpt na de waarschuwing uit Washington. Vorige week meldde de Peruaanse pers dat een commando van zes Palestijnse terroristen in Peru was aangekomen. Het door buitenlandse diplomaten bevestigde bericht wil dat de zes leden zijn van de groep van Abu Nidal. Ze zouden vanuit Brazilie via de Peruaanse Amazone-stad Iquitos het land zijn binnengekomen.

Behalve de buitenlandse politieke vertegenwoordigingen geldt ook de luchthaven Jorge Chavez nabij Lima als doelwit. Een recente vliegtuigkaping en alarmerende rapportages van de Amerikaanse luchtvaartdienst FAA hebben laten zien dat dit vliegveld uitermate onveilig is. Tot nu toe zijn aanslagen anders dan de gebruikelijke van de twee lokale terreurbewegingen echter uitgebleven.

Van de Latijns-Amerikaanse landen zijn alleen Honduras met 150 soldaten in Saoedi-Arabie en Argentinie direct bij het conflict betrokken. De Argentijnen hebben de torpedojager Almirante Brown en het geleide-rakettenkorvet Spiro in de Golf gestationeerd, zij het buiten de directe oorlogszone. De door de Argentijnse regering verzochte toestemming voor een taakuitbreiding van de twee oorlogsbodems leidde eind vorige week tot massale scheld- en kloppartijen in het parlement in Buenos Aires tussen oppositie- en regeringsfracties. En zo had het Congres de twijfelachtige primeur van de eerste Argentijnse gewonde in de Golfoorlog.

    • Reinoud Roscam Abbing