Israel zou in ziekenhuizen vrijwilligers kunnen gebruiken

AMSTERDAM, 24 jan. - Ziekenhuizen, verpleeg- en kindertehuizen in Israel hebben grote behoefte aan vrijwilligers voor werk waarvoor geen speciale opleiding nodig is, zoals helpen met wassen en eten.

Dat zegt A. Italiaander, die na een verblijf van drie weken in een plaatsje bij Tel Aviv dinsdagnacht in Nederland is teruggekeerd. Italiaander coordineert de activiteiten van Sar-El (helpende hand).

Bij het Joods coordinatiecentrum in Amsterdam hebben zich inmiddels vierhonderdvijftig vrijwilligers gemeld voor uitzending naar Israel.

De Nederlandse ambassadeur in Israel, J. Horak, heeft vanochtend tegen het ANP gezegd dat hij niet zou weten wat de vrijwilligers in Israel precies zouden moeten doen. Intussen maakt de Nederlandse afdeling van Sar-El overuren. Italiaander heeft sinds hij terug is zijn bed nog nauwelijks gezien.

Hij was in Israel met nog tien andere vrijwilligers die op het moment dat de Golf oorlog uitbrak werkten in kindertehuizen, een ziekenhuis en een geriatrische inrichting. Zelf werkte Italiaander (62) de afgelopen drie weken in een verpleeghuis in Jaffo.

“Het klinkt misschien gek, maar ik heb heel weinig gemerkt van paniek tijdens de Iraakse raket-aanvallen. De stemming in het verpleeghuis waar ik zat was vooral gelaten. Maar natuurlijk was het voor sommigen een traumatische ervaring: met een gasmasker op wachten op de dingen die komen gaan.”

In de weken voor het aflopen van het VN-ultimatum merkte hij wel dat de spanning opliep. “Je ging wel gewoon aan het werk maar steeds spookte de datum van 15 januari door je hoofd. Men was gespannen maar tegelijk groeide het saamhorigheidsgevoel en werden mensen vriendelijker tegen elkaar.”

Toen de eerste maal het luchtalarm klonk, vorige week donderdag, deed Italiaander niet wat hij zou moeten doen: eerst zijn gasmasker opzetten en pas dan de patienten naar de afgesloten ruimte brengen. “Op papier staat heel mooi wat je allemaal moet doen. Maar je voelt je in de eerste plaats verantwoordelijk voor de patienten die voor honderd procent afhankelijk zijn. Dan ga je niet eerst zelf een gasmasker op zetten, maar je zorgt dat ze zo snel mogelijk worden weggereden en pas als iedereen een gasmasker op heeft doe je het zelf ook.”

Niet iedereen wilde een masker. “Er waren een paar patienten die het psychisch niet konden verwerken dat ze een gasmasker moesten opzetten. Het is ook een traumatische ervaring - juist voor hen die de tweede wereldoorlog hebben overleefd. Voor hen hadden we zakjes soda die vochtig werden gemaakt en waardoorheen geademd kon worden.”

Aanvankelijk waren in het verpleeghuis twee kamers waar de patienten naar toe werden gereden in geval van luchtalarm. Het zijn er inmiddels drie: een voor patienten in rolstoelen en twee voor de bedlegerigen. Een aangrijpend gezicht? Italiaander: “Je hebt nauwelijks tijd voor gevoelens, het gaat er om dat iedereen in veiligheid is en er geen paniek uitbreekt. Daar was ook geen sprake van. Ook niet bij het verzorgend personeel. Wel woede maar vooral gelatenheid.”

De nacht voor de tweede Iraakse raketaanval was het in het verpleeghuis een constant heen en weer hollen van de zalen naar de afgeloten kamers vanwege de luchtalarmen. “Je weet nooit of het menens wordt of dat het een vals alarm is dus je moet op alles voorbereid zijn. Het was een ontzettend onrustige nacht. Toen na de aanval, zaterdag 's ochtends vroeg, het sein veilig werd gegeven hebben we de patienten eerst eten gegeven en toen naar bed gebracht.”

Een dag later ging Italiaander naar Tel Aviv om polshoogte te nemen. Met zijn gasmasker onder handbereik. “Het was er doodstil. Praktisch geen verkeer en nauwelijks mensen op straat, nog geen vijf procent van wat er normaal loopt.”

    • Anneke Visser