Inzake Economie

Zo links en rechts hoor je rechtschapen medeburgers verontwaardigd beweren dat het de Verenigde Staten er alleen maar om gaat de oliebelangen in het Midden-Oosten veilig te stellen. Schande dus!

Op zo'n bewering zijn verschillende reacties mogelijk. Je kunt je in een politieke discussie begeven over de handhaving van de internationale rechtsorde en de taak die de VS daarbij voor zichzelf ziet weggelegd. Dan komen er tegenvoorbeelden op tafel van situaties waar het niet om olie ging en waar de VS zich minder sterk maakten. Je kunt proberen duidelijk te maken dat het voortbestaan van de staat Israel in het geding is. En voordat je het weet ligt 'het Palestijnse vraagstuk' weer op tafel.

Maar waarom niet gewoon toegegeven dat het inderdaad ook om de olie gaat? Olie is het levenssap van de wereldeconomie. Mag het Westen er alsjeblieft voor zorgen dat de sapstroom uit het Midden-Oosten niet door een onberekenbare gek wordt afgeknepen? Olie dekt nog altijd ongeveer de helft van onze vraag naar primaire energie. Olie is bovendien grondstof voor allerlei chemische produkten. En een kwart van de ruwe-olieproduktie heeft in het Midden-Oosten plaats.

De invloed van de Golfoorlog op de wereldeconomie hangt dan ook sterk af van wat er met de olieproduktie gebeurt. We kunnen dagelijks zien hoe nerveus de olieprijs reageert op positieve en op negatieve berichten uit de Golf. Ten tweede hangt de invloed op de wereld ervan af of het een korte oorlog is of een lange. Ten derde: een oorlog is grootverslinder van materieel. Een stimulans voor de wapenindustrie en zijn toeleveringsbedrijven. Daartegenover staat helaas de vernieting van mensen, gebouwen en natuur in het getroffen gebied. De bedrijvigheid bij de wapenleveranciers krijgt een oppepper, maar de produktiestructuur in het oorogsgebied lijdt veel schade.

Laten we de twee eerstgenoemde mogelijkheden - korte of lange oorlog en wel of niet beschadigde olietoevoer - eens aftasten.

Een korte oorlog waarbij de olieproduktie niet wordt beschadigd en waarbij Irak verliest, heeft een positieve impuls op de wereldeconomie. We zagen het de eerste oorlogsdag toen het allemaal heel goed leek te gaan: de wereld veerde op; eindelijk was de klemmende onzekerheid van maanden oorlogsdreiging weggenomen. Onzekerheid die niet alleen consumenten maar vooral investeerders verlamt. De aandelenkoersen, gevoelige graadmeters van het wereldhumeur, schoten omhoog. Tot zover de korte oorlog.

Het gaat er anders uitzien als de oorlog zich een aantal weken of zelfs maanden voortsleept. Ook als de olie in eerste aanleg ongehinderd naar het Westen blijft stromen, zal de oorlogsdreiging de bestedingslust blussen. De wereld zakt van een milde in een zware recessie. De olie blijft dan wel komen en we hebben ook nog enorme voorraden, maar hij zal zeker duurder worden. Ten eerste omdat oliewinnen in een oorlogsgebied een riskante en dus dure zaak is. Ten tweede omdat de oorlog zelf een flinke plas olie opslurpt. Duurdere olie werkt na een tijdje in de hele economie door en dus gaat het algemeen prijsniveau omhoog. Het resultaat is: toenemende werkloosheid, afnemende inkomens, hogere prijzen.

Tot slot de toestand waarin de olieproduktie in het Midden-Oosten beschadigd wordt. Het doet er dan niet zoveel toe of dat in een korte of een lange oorlog gebeurt. Er is een effect op het milieu en er zijn gevolgen voor de produktie. Een langdurige oliebrand of het wegstromen van grote hoeveelheden ruwe aardolie in zee, betekent de zoveelste aanslag op het al zo geteisterde leefklimaat in de wereld.

Het is moeilijk te overzien wat het netto effect is van een verbranding ineens van massa's olie en de talloze autovrije (zon)dagen die daarop wereldwijd zullen volgen. De gevolgen voor de produktie hangen natuurlijk in de eerste plaats af van de vraag welk deel van de oliebronnen wordt lamgelegd. De tabel laat zien wie de ruwe-olieproducenten zijn. De produktie wordt gemeten in miljoenen vaten (van 159 liter) per dag. De cijfers zijn afgerond; we kijken niet op een vaatje.

De tabel laat zien dat zestien miljoen vaten per dag, dus een kwart van de totale produktie uit het Midden-Oosten komt. Dat valt op het eerste gezicht nogal mee; moeten we daar een oorlog voor voeren? Wat de tabel niet laat zien: de OPEC-landen bezitten tweederde van de bewezen wereldoliereserve. Wat de tabel ook niet laat zien: de olie uit het Midden-Oosten is van een relatief hoge kwaliteit en relatief goedkoop ten opzichte van olie die wordt gewonnen in andere delen van de wereld. Wanneer een belangrijk deel van de olieproduktie in bij voorbeeld Saoedi-Arabie en de Emiraten wegvalt, zijn we op veel duurdere leveranciers aangewezen. Waarbij het nog de vraag is op welke termijn die producenten hun produktiecapacitiet zo hebben uitgebreid dat ze ook aan de extra vraag kunnen voldoen.

Voor wie de internationale rechtsorde en het voortbestaan van Israel nog niet voldoende argumenten zijn: ja, het gaat om die grote voorraden relatief goedkope olie in het Midden-Oosten.

    • Rolf Schöndorff