Dr. N. van Dam, ambassadeur te Bagdad: 'Saddam is buitengewoon intelligent'

Aan de Iraakse invasie van Koeweit op 2 augustus ging een woordenstrijd tussen de twee buurlanden vooraf over olie. Irak beschouwde de hoge olieproduktie van Koeweit als een oorlogsdaad tegen de Iraakse economie. Dr. N. van Dam, arabist en sinds 1988 ambassadeur van Nederland te Bagdad: “Als Koeweit zich aan zijn OPEC-quotum had gehouden, dan zou Irak geen voorwendsel hebben gekregen om Koeweit te bezetten en dan was nu deze hele crisis er niet geweest.”

BREDA, 24 jan. - “Ik denk niet dat president Saddam Hussein heeft gedacht deze oorlog te kunnen winnen. Maar wellicht gaat hij ervan uit dat hij - ook bij een militaire nederlaag - zijn regime toch in stand kan houden. Om dan op de lange termijn politieke winst te boeken.”

Nederlands ambassadeur in Bagdad, dr. N. van Dam, verbleef te Ulvenhout bij Breda, toen de Verenigde Staten en hun bondgenoten donderdag in alle vroegte hun eerste aanvallen lanceerden op doelen in Irak en Koeweit. Na vijf zeer vermoeiende maanden in Bagdad en een slepende gijzelaarsaffaire was Van Dam eind december voor een vakantie van twee weken naar Zwitserland vertrokken, met de bedoeling op 11 januari weer terug te zijn op zijn post.

Maar het hoefde niet meer. Na het falen van de missie van VN-secretaris-generaal Perez de Cuellar besloot Nederland alle diplomatieke vertegenwoordigers naar huis te halen. Van Dam - arabist en politicoloog, kenner van het Midden-Oosten en sinds 1988 ambassadeur te Irak - moest in eigen land afwachten hoe het ultimatum van de VN afliep en de oorlog losbarstte.

Over de aanleiding tot het conflict, over president Saddam Hussein en over de Iraakse ambities geeft Van Dam zijn geinformeerde visie. Van prognoses en speculatieve inschattingen onthoudt hij zich ambtshalve.

“Ik had er heel sterk rekening mee gehouden dat de Iraakse president op het allerlaatste moment nog een beweging zou maken. Om het front tegen hem in vertwijfeling te brengen, of om de discussie weer op gang te brengen tussen voor- en tegenstanders van gewapend ingrijpen. Maar toch verraste zijn hardnekkige opstelling me niet echt. Sinds 2 augustus heb ik nooit enig teken gezien dat Irak bereid was zich uit Koeweit terug te trekken. En nadat het Iraakse bewind zijn aanspraken op de Shatt el-Arab ten gunste van Iran had opgegeven, werd het nog veel moeilijker om intern te rechtvaardigen ook Koeweit op te geven.

“Zeker, er waren geruchten dat Irak zich wel zou willen terugtrekken met behoud van bepaalde eilandjes of delen van olievelden. Maar die werden geventileerd via de PLO; vanuit Iraakse bron heb ik van zulke bereidheid nooit enig teken gezien, integendeel. Koeweit was voor eeuwig Iraaks, en daarmee uit.”

Heeft de Amerikaanse reactie op de annexatie van Koeweit Saddam Hussein niet in zijn houding gesterkt?

“Ik geloof niet dat Irak zich eerder had teruggetrokken als men zich aardiger of vriendelijker had opgesteld. Vaak heb ik in de regio gehoord: zet ons nou niet onder druk, want dan worden we nog alleen maar meer obstinaat. Maar als je dan diezelfde partij niet onder druk zet, gebeurt er ook niets. Het Iraakse regime heeft zich natuurlijk enorm misrekend in de reactie van de hele wereld op de bezetting en annexatie van Koeweit.”

Was de vrijlating van de gijzelaars vanuit de Iraakse optiek gezien ook een misrekening?

“De Irakezen betwijfelden achteraf inderdaad of ze met de vrijlating van de gijzelaars het juiste besluit hadden genomen. De Iraakse vice-minister van buitenlandse zaken liet dat in een gesprek met de ambassadeurs van de twaalf EG-landen, in december, duidelijk blijken.

“Saddam Hussein heeft de gijzelaars naar mijn idee vrijgelaten, omdat hij meende dat ze hun voornaamste rol hadden vervuld. Ze hadden de discussie op gang gebracht over wel of geen oorlog, ze hadden de aandacht afgeleid van Koeweit en verdeeldheid gezaaid in het internationale kamp dat tegenover Irak stond. Een paar maanden had dat gewerkt. Maar toen begon die hele gijzeling zich tegen het Iraakse bewind te keren. Bagdad kreeg toen het gevoel meer last dan nut van de gijzelaars te hebben.”

Maar de afgelopen week heeft Saddam Hussein zijn 'gasten' wellicht node gemist, vooral als menselijke schilden.

“Niet alleen als menselijke schilden. Als je gijzelaars hebt, zijn hun familieleden - heel begrijpelijk en heel terecht - natuurlijk uitermate ongerust over wat hun zal overkomen. Als die gijzelaars er omstreeks 15 januari nog hadden gezeten, dan zouden de familieleden hemel en aarde hebben bewogen om een militaire confrontatie te voorkomen. Want het is nu eenmaal zo - dat heb ik bij deze crisis meer dan eens ervaren - dat alles heel anders wordt als mensen ergens persoonlijk bij betrokken zijn. En democratieen zijn daar natuurlijk gevoelig voor.

“Wij hebben de gijzelaarskwestie altijd volstrekt onacceptabel gevonden om over te onderhandelen. Ik geloof nog steeds dat dat het juiste beleid was. Landen die water bij de wijn hebben gedaan, kunnen daar nog wel eens spijt van krijgen.”

Wat voor soort man is Saddam Hussein?

“Ik heb de president slechts een keer, bij de begrafenis van de minister van defensie die bij een ongeluk was omgekomen, ontmoet. Diplomaten die hun geloofsbrieven komen aanbieden, ontvangt hij niet. Wel heb ik hem heel nauwkeurig gevolgd via alles wat hij in het openbaar heeft gedaan. Het Iraakse bewind is het bewind van de president. Hij is de oppermachtige persoon, en aan zijn persoonlijkheid besteden de media in Irak uitermate veel aandacht. Je kunt echt spreken van een persoonlijkheidscultus. Voorafgaand aan het nieuws op de televisie is doorgaans een programma met uitspraken van Saddam, erna worden meestal liederen over hem gezongen.

“Als je iemand vele uren per week op de televisie kunt gadeslaan, kunt zien hoe hij in het openbaar een gesprek voert met officieren of partijleden, of hoe hij op bezoek gaat bij families, dan kom je toch iets over zo iemand te weten. Hij is een heel krachtige persoonlijkheid, en zeker ook een charismatische persoonlijkheid. Ik zou zijn optreden niet als demagogisch willen kenschetsen. Daarbij zie ik toch meer iemand voor me die in een heel groot stadion staat en redevoeringen houdt en met vlaggen enzovoorts, maar dat is zijn stijl niet. Wel kun je gerust stellen dat hij verbaal uiterst capabel is. Hij kan heel lang uiterst consistente betogen houden. Hij is een buitengewoon intelligente man. Ik denk dat velen in de huidige situatie zouden wensen dat hij zijn intelligentie wat anders zou aanwenden.”

Lijdt hij aan grootheidswaanzin?

“Je loopt altijd het gevaar dat je je gevoel voor realiteit verliest als er zo'n enorme persoonlijkheidscultus is en de mensen om je heen geen afwijkende meningen meer durven te geven. Op belediging van de president staat in Irak de doodstraf.”

Hebben de spanningen van de afgelopen maanden hem zodanig aangegrepen dat hij geestelijk aftakelt?

“Nee, dat zou ik beslist niet willen zeggen.”

Wat vindt u van de historische aanspraken van Irak op Koeweit?

“Het huidige Iraakse Ba'ath-regime maakte tot vlak voor de invasie op 2 augustus geen aanspraak op het hele grondgebied van het emiraat, hooguit op bepaalde delen. Eerdere regimes, inclusief de monarchie, deden wel aanspraak gelden op Koeweit, maar het Ba'ath-regime - dat sedert 1968 aan de macht was - heeft dat nooit openlijk gedaan. Er waren zelfs allerlei tekenen die op het tegendeel wezen.

“Begin vorig jaar heeft Irak een niet-aanvalsverdrag aan Koeweit aangeboden en een verdrag dat voorzag in niet-inmenging in wederzijdse interne aangelegenheden. Zoiets bied je toch niet aan een land aan dat je helemaal claimt?

“Verder was er sprake van een meningsverschil over hoe de grens moest lopen. Dat heb je toch ook niet met een land waarvan je vindt dat het je helemaal toebehoort?

“En ten slotte beschreef de Iraakse president de Arabische wereld nog in de tweede helft van 1989 als 'tweeentwintig tenten die werden overkoepeld door een grote tent', de pan-arabische tent. Hij zei dat de verschillende weefselstructuren van die tweeentwintig tenten onder die ene grote tent gerespecteerd moesten worden. Met andere woorden: een van die tweeentwintig tenten, Koeweit, werd op dat moment door Irak gerespecteerd.”

Wanneer merkte u voor het eerst dat Bagdad aanspraak maakte op geheel Koeweit?

“Het eerste teken zag ik in de krant Al-Jumhuriya. Daarin werd een Ottomaanse kaart gepubliceerd waarin Koeweit onderdeel vormde van de provincie van Basra. Dat was ergens tussen 2 en 8 augustus, toen de 'terugkeer van Koeweit in de Iraakse moederschoot' werd geformaliseerd.

“De Ba'ath-partij vindt eigenlijk dat alle grenzen binnen de Arabische wereld kunstmatig zijn en uiteindelijk ook moeten verdwijnen. Irak zegt: grenzen tussen Arabieren zijn kunstmatig. Maar aan de andere kant, als het over een bepaalde administratieve indeling van het Ottomaanse Rijk gaat die het regime toevallig gunstig uitkomt, dan zijn grenzen plotseling wel 'natuurlijk'. Voor 2 augustus heeft dit Ba'ath-regime nooit enige aanspraak gemaakt op geheel Koeweit.”

Wat zijn de achtergronden van die omslag?

“De aanspraken op Koeweit werden ingegeven door economische motieven. Irak kwam relatief sterk uit de strijd met Iran tevoorschijn. Het was een regionale grootmacht in de regio geworden. Echter, het had een belangrijke zwakke plek, de economie.

“Die economie is helemaal afhankelijk van de olieprijzen. Gedurende de oorlog had Irak een enorme schuld opgebouwd. Vlak voor de huidige crisis had Irak met vrijwel alle landen in de wereld problemen over de afbetaling van zijn schulden. Schattingen lopen uiteen van zestig tot tachtig miljard dollar, waarvan een deel aan de Arabische Golfstaten.

“Tijdens de oorlog met Iran wenste het regime in eigen land de indruk te wekken dat het economisch niet werd aangetast. Op krediet werden consumptiegoederen steeds aangevuld. Bagdad heeft de bevolking zo min mogelijk in materiele zin de oorlog willen laten voelen.

“Maar als het na acht jaar oorlog vrede wordt, verwacht een bevolking toch dat er verbeteringen komen. Dat was gezien de economische situatie en de enorme schuldenlast echter niet mogelijk. Je kunt nog zo rijk zijn, als je zoveel hebt geleend dat de rente en je dagelijkse lopende kosten hoger zijn dan wat je er jaarlijks bij krijgt, dan zit je vast. Nu waren een jaar geleden de prognoses dat in de jaren negentig de prijs van olie zou stijgen tot 20 a 30 dollar per vat. Irak heeft zich bij het maken van zijn toekomstplannen gebaseerd op die prognoses. Maar het liep allemaal anders.

“Een van de redenen waarom dat anders liep, was dat diverse OPEC-staten meer olie produceerden dan was overeengekomen, waardoor de prijzen laag bleven. Twee van die staten waren Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten. Irak heeft die landen voor de huidige crises keer op keer opgeroepen om minder olie te produceren, en zo de prijs hoog te houden. Irak zei: iedere keer dat de olieprijs een dollar per vat daalt, verdienen wij per jaar een miljard dollar minder.”

Maar de meningsverschillen over prijs- en produktieniveau zijn binnen de OPEC toch niets nieuws?

“Natuurlijk gaat dat gemarchandeer met afspraken al jaren zo, maar de Irakezen meenden nu dat Koeweit hen opzettelijk dwars zat. Koeweit heeft zoveel investeringen in het buitenland dat het belang heeft bij een lage olieprijs. Maar Irak vond dat Koeweit ook verplichtingen had aan zijn buurland, omdat Irak Koeweit beschermd zou hebben tijdens de oorlog met Iran.

“In een speech op 19 juli zei Saddam Hussein dat de opstelling van Koeweit als een economische oorlogsvoering werd beschouwd. Toen is er nog een bijeenkomst in Jeddah geweest, waar overeengekomen is dat Koeweit zich alsnog aan zijn afspraken zou houden. Maar kort daarop heeft een Koeweitse minister gezegd dat het nog maar helemaal de vraag was of Koeweit dat ook op langere termijn zou doen.

“Mijn stelling is steeds geweest: als Koeweit zich gewoon aan het OPEC-quotum had gehouden, dan zou Irak geen voorwendsel hebben gekregen om Koeweit te bezetten, en dan was nu deze hele crisis er niet geweest.”

Dus u heeft wel begrip voor Irak.

“Nee, geen begrip. Ik zeg alleen dat het vanuit Iraaks standpunt zo werd gezien. En de Koeweitse overproduktie droeg inderdaad bij tot ondermijning van hun economie. Alleen, Koeweit was niet het enige land dat zich daaraan schuldig maakte.”

De vergelijking is wel gemaakt dat Irak Koeweit binnenviel zoals een misdadiger een bank berooft om met de buit een andere misdaad te kunnen bekostigen, in dit geval een aanval op Israel.

“Ik denk dat je het Iraakse beleid in deze in breder verband moet zien. Irak wilde zich militair sterk maken, ook tegen Israel. Maar dat kon het niet doen zolang het economisch verzwakt bleef. Door de rijkdom van Koeweit te incorporeren zou Irak daarmee zijn strijdkrachten verder kunnen ontwikkelen. Maar als Irak geen schulden had gehad, zou het ook zonder Koeweit binnen de regio redelijk welvarend kunnen zijn.”

En gevaarlijk.

Ja. Een van de enorme beperkingen voor de Irakezen om invloed te hebben in de regio, was dat ze hun militaire macht niet konden combineren met economische macht.''

Is het dan niet zeer begrijpelijk dat de leiders van Koeweit dachten: het enige dat we tegen zo'n groot en militair sterk land kunnen doen, is hun economische groei afremmen?

“Dat was precies waar de Irakezen hen van verdachten. En ze verdachten hen er ook van dat dat werd ingegeven door de Amerikanen. Het Iraakse regime is er nog al eens van overtuigd dat er komplotten tegen hen worden gesmeed.”

Maar wat is nu eigenlijk Iraks redenering? Aan de ene kant is Koeweit de tak aan de boom, aan de andere kant valt daarover te praten als Israel de bezette gebieden maar zou ontruimen. Hoe belangrijk is Koeweit nu eigenlijk voor Bagdad?

“Je kunt het bewind in Irak zien als een Arabisch nationalistisch regime. En als zij kunnen bewerkstelligen dat er een vergelijk komt in het Arabisch-Israelische conflict, dan is dat voor hun politiek veel belangrijker dan het bezit van Koeweit. Als dat conflict is opgelost hebben zij, vanuit hun optiek, ook veel minder zo'n grote militaire macht nodig. Want zij voelen zich door Israel bedreigd. Saddam Hussein heeft in maart op een bijenkomst van de Arab Cooperation Council in Amman gezegd dat nu de Sovjet-Unie als grootmacht is weggevallen, de Arabieren voor zichzelf moeten opkomen, en hun krachten moeten bundelen tegen de VS en Israel.”

U noemde hierboven de dood van de Iraakse minister van defensie een ongeluk. Maar was dat echt een ongeluk, of is hij uit de weg geruimd?

“Volgens mij was dat een ongeluk tijdens een zandstorm. Iemand van onze ambassade was toevallig in die regio en die heeft die storm ook kunnen constateren. Er hebben allerlei geruchten de ronde gedaan dat het geen ongeluk was en die worden eindeloos herhaald. Maar het blijven geruchten.”

Door wie worden die geruchten steeds herhaald?

“Door journalisten die over Irak schrijven.”

Hoe denkt u over de Westerse berichtgeving over Irak?

“Irak is uiterst moeilijk toegankelijk voor journalisten en informatie komt ook erg moeilijk naar buiten. In de zomer van 1989 bij voorbeeld was er een internationale luchtshow in Bagdad. Een Egyptisch vliegtuig dat daaraan zou meedoen, is toen boven de stad neergeschoten, waarschijnlijk omdat het een aanvliegroute had gekozen die over het presidentiele paleis liep. Het heeft twee tot drie weken geduurd voordat dat bericht in de internationale pers kwam, terwijl toch duizenden mensen het hebben gezien.

“Daarbij komt dat Irak nooit een populair land is geweest in de wereld, ook niet bij journalisten.”

Is dat verbazingwekkend?

“Laat ik me daar maar niet over uitlaten. Ik constateer het gewoon. Sommige landen zijn populair, daar schrijft men graag over. Over andere landen is zo weinig informatie dat men iedere keer maar weer in herhalingen treedt. Zo heeft de pers veel geschreven dat ze niet altijd helemaal kon waarmaken. Onder meer dat het ongeluk van die minister van defensie eigenlijk iets heel anders was.”

Dit verhaal stond eerder in de zondageditie van NRC Handelsblad