Deals met criminelen

Het eisen van een lagere straf tegen verdachten in ruil voor informatie over andere personen of feiten, is in de Amerikaanse rechtspraktijk een alledaags verschijnsel en wordt wel plea bargaining genoemd.

Goed beschouwd is het voor justitie een ideaal middel om andere, vaak grotere, vissen te vangen.

Deze techniek is tot op heden in ons land door het Openbaar Ministerie hoogst zelden toegepast. Het OM zegt huiverig te zijn voor dergelijke deals, omdat haar geloofwaardigheid ten opzichte van de rechter daarmee op het spel zou komen te staan. Een verdachte die met een dergelijke deal benaderd wordt heeft ook alle reden om huiverig te zijn. Wie garandeert immers deze verdachte, welke straf de officier van justitie aanvankelijk daadwerkelijk had willen eisen?

Een officier van justitie die aanbiedt voor een bepaald delict ter zitting niet de maximale op dat delict gestelde straf te eisen, zal de verdachte veelal een fopspeen voorhouden. Het komt immers weinig voor dat het wettelijke maximum van een bepaald delict voor dat delict wordt geeist. Bovendien is de rechter op geen enkele wijze gebonden aan een dergelijke deal.

Het is niet ondenkbaar, dat de straf hoger zal uitvallen dan de eis en dat dit fenomeen alleen maar zal toenemen bij een ruimer gebruik van de 'plea bargain'.

Op zichzelf is er geen wettelijk beletsel voor het OM om het met verdachten op een akkoordje te gooien. In de gevallen waarin dit in de toekomst zal gebeuren, dient als aanvullende richtlijn te gelden, dat dit altijd met tussenkomst van een advocaat zal gebeuren. Deze kan dan met de client tot de afweging komen, of het bod aantrekkelijk is en welke risico's eraan verbonden zijn.