Chemotherapie bij borstkanker mag geen automatisme worden

Als borstkanker in een vroeg stadium bij een klein en niet uitgezaaid gezwel operatief behandeld wordt, zijn de vooruitzichten goed: na vijf jaar is ruim 96 procent van deze patienten nog in leven en dat is even veel als bij een vergelijkbare groep gezonde vrouwen.

Blijkbaar is een operatieve verwijdering van het gezwel afdoende. Toch behandelt men deze patienten tegenwoordig na de operatie vaak met chemotherapeutische geneesmiddelen. Zo stelde het Amerikaanse National Cancer Institute in 1988 dat chemotherapie een belangrijke invloed kan hebben op het verloop van niet uitgezaaide borstkanker. Het instituut stelt dat met deze aanpak onopgemerkte, microscopisch kleine, metastasen opgeruimd worden.

In de 'New England Journal of Medicine' van 17 januari staan de resultaten van een Amerikaanse analyse, waarin nagegaan is of die chemotherapie wel echt nut heeft. De onderzoekers hebben een model ontwikkeld, waarin ze de gegevens verwerkt hebben uit allerlei onderzoeken naar het gebruik van chemotherapie bij niet uitgezaaide borstkanker. Daaruit blijkt dat relatief jonge vrouwen (rond de 45 jaar) bij nabehandeling met chemotherapeutische geneesmiddelen gemiddeld elf maanden langer leven dan zonder die middelen. Bij patienten rond de 60 jaar is die winst acht maanden. De onderzoekers tekenen hier bij aan dat de patienten een aantal van die maanden zo ernstige ziek zijn door de bijwerkingen van de giftige chemotherapeutica, dat er eigenlijk nauwelijks van leven kan worden gesproken. Als je die tijd aftrekt, blijft er nog maar een maand of vijf over. De Amerikaanse onderzoeksgroep concludeert dus dat het profijt voor veel vrouwen te gering is om chemotherapie tot een gerechtvaardigde keuze te kunnen bestempelen.

Als patienten met de moeilijke beslissing over wel of geen chemotherapie geconfronteerd worden, zullen ze zelf vaak kiezen om liever iets te doen, dan lijdzaam af te wachten. Uit enquetes blijkt dat patienten hun eigen genezingskansen sterk overschatten, zelfs al weten ze goed dat het nut van een behandeling klein is. Artsen zijn er vaak toe geneigd om iedere nieuwe behandelingsmethode over te nemen, zelfs al is de waarde daarvan nog niet goed bewezen. Dit leidt volgens de nu gepubliceerde analyse bij borstkanker nogal eens tot overmedicatie. 'Baat het niet, het schaadt ook niet' is voor chemotherapeutica zeker niet van toepassing; daarvoor zijn de bijwerkingen te ernstig.

De onderzoekers pleiten er daarom voor om meer onderzoek te doen naar het nut van chemotherapeutica bij vrouwen die in elk geval een duidelijk verhoogd risico op uitzaaiing hebben. Dat zijn bijvoorbeeld patienten met tumoren die snel groeien of die groot zijn. Het is namelijk voorstelbaar dat een gunstig effect van chemotherapie bij dergelijke subgroepen op dit moment als het ware ondergesneeuwd raakt, omdat alle patienten op dezelfde wijze worden behandeld. Het is heel goed mogelijk dat chemotherapie bij deze patienten het leven wel duidelijk verlengt.

    • Bart Meijer van Putten