Censor VS heeft geleerd van Vietnam; Media voelen zich verslagen door controle Pentagon op nieuwsgaring

WASHINGTON, 24 jan. - De live-berichten uit Saoedi-Arabie wekken de indruk dat voor het eerst het verloop van een oorlog in de huiskamer direct is te volgen.

Niets is minder waar. Terwijl televisieverslaggevers van hoteldaken de telkens terugkerende strijd tussen de Iraakse Scud-raket en de Amerikaanse Patriot volgen speelt de werkelijke oorlog zich grotendeels buiten het publieke oog af.

De pers is bij deze oorlog meer aan banden gelegd dan bij de Tweede Wereldoorlog en uit de berichtgeving valt moeilijk op te maken wat er werkelijk aan de hand is. De Amerikanen raken ongerust omdat ze gewend zijn meteen de score op de televisie te horen.

Niet alleen vallen alle berichten onder de zogenoemde veiligheidsinspectie van de militaire censor, journalisten worden ook in kuddes, zogenoemde pools, rondgeleid onder leiding van een persofficier. Niemand mag buiten deze groepen om nieuws vergaren. Alle geinterviewde militairen worden zorgvuldig voorbereid door de persofficier. Spontane ondervragingen zijn niet mogelijk. De pools worden samengesteld uit de 700 journalisten die bij de militaire bases in Saoedi-Arabie zijn geaccrediteerd. De regels waaraan geaccrediteerden moeten voldoen zijn deels geheim omdat de vijand anders zou weten wat er uit berichten is weggelaten.

De eindprodukten van de pool worden bekeken door een militaire censor. Verslagen mogen geen bijzonderheden van “gevechtsschade of grote persoonlijke verliezen” geven. Als de journalisten het oneens zijn met de censor kunnen ze in hoger beroep gaan bij het militaire persbureau in Dhahran, Saoedi-Arabie. Daarop is weer hoger beroep mogelijk bij de woordvoerder van het Pentagon in Washington.

De meerderheid van journalisten die thuis zijn gebleven moeten hun berichtgeving uit de pool-rapporten of uit het film- of geluidsmateriaal samenstellen. Het ontbreekt in de verslagen uit Saoedi-Arabie dan ook aan diepte of levendige details. De eigen verslaggeving van de thuisblijvers beperkt zich vaak tot het volgen van de militair weinig relevante raketaanvallen op Dhahran zelf of tot het aanhoren van dagelijkse 'briefings' van officieren in een perszaaltje. Die briefings worden ook vaak meteen uitgezonden door CNN.

In de Vietnamtijd was de oorlogsverslaggeving aan weinig regels gebonden. Correspondenten konden op eigen houtje de jungle intrekken, meeliftend met Amerikaanse militaire voertuigen. Er waren regels, naleving daarvan werd niet vooraf gecontroleerd. Journalisten konden achteraf hun accreditatie kwijtraken. Dat is gedurende de hele Vietnamoorlog met slechts zes verslaggevers gebeurd.

De huidige generatie hoge officieren, onder wie de generaals Powell en Schwarzkopf, hebben in de Vietnamoorlog gevochten. Uit het verliezen van die oorlog hebben ze de les getrokken dat de pers meer aan banden moest worden gelegd: de berichten zouden het thuisfront hebben gedemoraliseerd. “Het Pentagon heeft de laatste slag van de Vietnamoorlog gewonnen. Die is uitgevochten op het zand van Saoedi-Arabie en de verslagen vijand zijn wij, de nieuwsmedia”, schreef adjunct-directeur Ron Nessen van de televisiemaatschappij NBC, voormalig woordvoerder van president Ford.

De Amerikaanse regering heeft journalisten herhaaldelijk gewaarschuwd niet in Bagdad te blijven, en dat was niet alleen wegens bezorgdheid om hun veiligheid maar ook omdat daar de oorlog buiten het Pentagon om kon worden verslagen. Veel militairen begrijpen niet dat dezelfde journalist zowel de Iraakse minister van buitenlandse zaken Tareq Aziz als zijn Amerikaanse collega James Baker kon interviewen.

In de Vietnamtijd had het Pentagon niet te maken met televisiejournalisten die alles rechtstreeks via de satelliet doorstraalden. Er lag altijd enige tijd tussen het vastleggen van de gebeurtenis en de verzending van het verhaal.

In Saoedi-Arabie had onder andere de televisiemaatschappij CNN om een directe satellietverbinding vanuit het strijdtoneel gevraagd, maar dat hebben de militaire voorlichters meteen geweigerd. De Irakezen kijken graag naar CNN en zouden het zo als een inlichtingennetwerk kunnen gebruiken.

Uit Washington komt vaak meer nieuws van het front dan uit de Golf zelf. Journalisten in het Pentagon worden niet geremd door censuur en kunnen van hun contacten in het grote ministerie soms pikante informatie horen over de gebeurtenissen aan het front. Toch geven ze niet alles vrij wat ze horen, want er is wel sprake van enige zelfcensuur in de oorlog, zo bekende laatst een Pentagon-correspondent van de televisiemaatschappij ABC. Maar die is zeer gering vergeleken met de beperkingen aan het front. Er zijn wel veel officiele beperkingen. Er wordt bijvoorbeeld pas geruime tijd na dato bevestigd dat een geallieerd vliegtuig is neergestort of neergeschoten. Anders zouden de Irakezen onmiddellijk gaan zoeken naar overlevende piloten.

    • Maarten Huygen