Annie M. G. Schmidts komedie 'En ik dan? ' blijkt van alle tijden

Voorstelling: En ik dan? van Annie M. G. Schmidt. Spelers: Henny Orri, Carol van Herwijnen, Dick van den Toorn, Ingeborg Elzevier en Ryan van den Akker. Decor: Herman van Elteren. Regie: Berend Boudewijn. Gezien: 23-1 in Nieuwe de la Mar-theater, Amsterdam. Aldaar t-m 3-2, daarna elders.

Er is er maar een in Nederland, die van twee koude blinde vinken in de ijskast een running gag kan maken - en dat is Annie M. G. Schmidt. Hoe ze het doet, weet ik niet. Ik zie alleen dat het juist die intens Nederlandse woorden en situaties zijn, waarmee ze de sterkste komische effecten bereikt. Middenin een heftige woordenwisseling vol Grote Gedachten laat ze iemand vragen waar de Kitte-Kat is, bij wijze van troost na een dramatische wending laat ze een ander zeggen dat er ergens nog wel een broodje ros te vinden moet zijn. Steeds duiken in al haar werk die doodgewoonheden op waarmee ze onderuit haalt wat tevoren nog zo verheven leek te zijn.

En ik dan? , haar toneelstuk uit 1968 dat gisteravond in een nieuwe versie in premiere ging, was volgens sommigen verouderd. Het is waar dat de handeling is gesitueerd in een morele-herbewapening-achtige instelling, die een dam wil opwerpen tegen de verloedering van het normbesef, maar bestaat er 23 jaar later niet nog steeds zoiets als de stichting Rainbow? Het is eveneens waar dat het stuk deels is gebaseerd op de stelling dat moderne literatuur gelijk staat aan het doorbreken van seksuele taboes. Annie Schmidt heeft die passages nu echter aangepast; ze voegde er onder meer de opmerking aan toe, dat zoveel seks in een boek tegenwoordig eigenlijk alweer ouderwets is. De huidige tijd zou misschien niet meer inspireren tot zo'n context, dat klopt. Maar het is een rare Nederlandse gewoonte misprijzend te doen over reprises van vroegere successen. Verder is aan het stuk niets gedateerds te herkennen.

De centrale figuur in En ik dan? is een kordate moeder, niet geheel vrij van stoutigheid, die zich uitgeeft voor een ander en een baan aanneemt op het kantoor waar haar zoon in de boeken heeft zitten knoeien. Ze hoopt te kunnen ingrijpen om zijn huid te redden. Destijds werd die rol gespeeld door Mary Dresselhuys, nu door Henny Orri - met een staalkaart aan stemmingen, grote schrikogen boven de leesbril en fraai laconiek als ze haar leugens verdedigt.

Tegenover haar staat Carol van Herwijnen als de directeur van de stichting Nieuw Positief, een lichtelijk zalvende, dominee-achtige man (die volgens de tekst uit Driebergen komt, want in dat soort perfecte details excelleert Annie Schmidt). Hij suggereert veel frustraties achter het opgeblazen hoofd en schept een van de glansnummers van de avond, als hij uit erotische gene de benen over elkaar slaat. Hun beider demasque is een staaltje komedie spelen op hoog niveau.

Dat geldt trouwens ook voor de andere drie, die in de regie van Berend Boudewijn zorgvuldig de balans bewaren. Net niet opgelegd kluchtig, net geloofwaardig genoeg om het virtuoos geconstrueerde bouwsel intact te houden. Zelfs de gedienstige typiste van Ingeborg Elzevier, met haar verdorde glimlach en haar mallotige loopje, is perfect in toom gehouden. Stuk en voorstelling sluiten als een bus - een onweerstaanbaar eerbetoon aan de beste komedieschrijfster van het land.