Witte Huis prijst Israels 'opmerkelijke terughoudendheid'

WASHINGTON, 23 jan. - Het Witte Huis heeft gisteren de “opmerkelijke terughoudendheid” van Israel geprezen na de raketaanval op Tel Aviv.

Meteen na de aanval kwamen minister van buitenlandse zaken James Baker, minister van defensie Dick Cheney en de oppergeneraal van het Pentagon, Colin Powell, naar het Witte Huis.

President Bush en zijn medewerkers maken zich niet langer zorgen over de cohesie van de coalitie met de Arabische landen als Israel vergeldingsmaatregelen tegen Irak zou hebben genomen. Ze verwachten niet dat coalitieleden dan opstappen. Wel bestaat de vrees dat Jordanie in de oorlog wordt betrokken en er een verdere escalatie ontstaat. De persoonlijke diplomatie van Bush heeft geen uitwerking op koning Hussein. Die kondigde zaterdag vlak na een telefoongesprek met Bush aan dat hij geen buitenlandse indringers in zijn luchtruim zou dulden.

President Bush heeft nu een afgezant, voormalig onderminister van defensie Richard Armitage, naar Jordanie gestuurd. Armitage moet in duidelijke bewoordingen zeggen dat koning Hussein zichzelf in de vingers snijdt als hij te veel naar Irak leunt, omdat Amerika uiteindelijk de oorlog gaat winnen.

Volgens een woordvoerder zijn Bush en zijn medewerkers tevreden over het geringe aantal geallieerde slachtoffers tot nu toe, maar de oorlog gaat niet zo snel als gehoopt. De resultaten van de nu al meer dan 10.000 aanvalsvluchten zijn nog niet overweldigend. Door de mist hebben bommenwerpers onverrichterzake, met de bommen nog aan de vleugels, moeten terugkeren. Als gevolg van de bewolking zijn de aanvallen op de elitetroepen van Saddam Hussein, de Republikeinse Garde, nog niet echt gelukt. Er zijn tot nu toe slechts 50 Iraakse tanks vernietigd. En ondanks het bombarderen van toevoerlijnen en olie-opslagplaatsen krijgt de Republikeinse Garde voedsel en brandstof. De troepen zijn door de bombardementen wel immobiel gemaakt, zodat ze niet de Amerikaanse troepen voortijdig kunnen aanvallen.

De steun onder de bevolking voor de oorlog en voor president Bush is nog steeds erg groot. Bush krijgt nog meer dan 80 procent bijval voor de manier waarop hij de Golfcrisis aanpakt. Toch zijn volgens de laatste opiniepeilingen de bijvalspercentages ietsje gezakt sinds de eerste dag van de oorlog.

De kosten van de oorlog voor de Amerikaanse regering zijn nog onbekend. De financiering van de oorlog valt buiten het begrotingsakkoord dat vorig jaar oktober werd gesloten. Volgens Afgevaardigde Schumer zouden de kosten wel eens 100 miljard kunnen bedragen. De voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, Thomas Foley, wilde een extra oorlogsbelasting niet uitsluiten, maar “er zijn geen plannen”.

Afgevaardigde Panetta en zijn collega Schumer hebben een wetsvoorstel ingediend dat maandelijkse rapportage over de kosten van de oorlog en de bijdragen van de bondgenoten voorschrijft. Panetta zei dat hij meer beloften dan betalingen zag van de bondgenoten. “Zonder de gegevens van de rapportage komen we in een vacuum in de begrotingscyclus te verkeren en worden we gedwongen om onze bondgenoten gewoon te vertrouwen, als zij ons geruststellen dat ze een eerlijke bijdrage leveren”, zei Schumer.