Wethouder vreest affaire bij AVR niet

ROTTERDAM, 23 jan. - De Rotterdamse wethouder drs. P. Hoogendoorn (gemeentebedrijven) “vreest absoluut niet” dat hij in politieke problemen zal raken door de jongste affaire bij de nv Afvalverwerking Rijnmond, waarvan hij president-commissaris is.

Hij zei dit vanmorgen op een ingelaste persconferentie, voorafgaande aan een informele bijeenkomst met raadsleden.

Hoogendoorn reageerde hiermee op berichten over de betrokkenheid van de AVR bij praktijken van de Boxtelse 'afvalkoning' Van H., die vorige week werd gearresteerd. Van H. wordt ervan verdacht reststoffen uit verbranding bij de AVR illegaal in Belgie en Noord-Frankrijk te hebben gestort. In 1987 was Hoogendoorn door eigen ambtenaren gewaarschuwd voor clandestiene activiteiten van Van H. Dat was voor de wethouder noch voor de AVR-directie reden de zakelijke relatie de ondernemer uit Boxtel te beeindigen.

Hoogendoorn zei vanmorgen dat hij in 1987 heeft overwogen contacten als die met Van H. te verbreken: “Ik heb gedacht aan een algemene richtlijn om geen zaken te doen met firma's die in de belangstelling van justitie staan of waarover geruchten de ronde doen. Maar dat is volstrekt onhaalbaar. Dan zouden wij als overheid met de verwerking van afval moeten stoppen. Dan zou het helemaal door de particuliere sector moeten gebeuren.”

Hoogendoorn voegde eraan toe dat hij destijds “algemene waakzaamheid” heeft afgekondigd in de contacten met afnemers van reststoffen. De wethouder bestreed daarom dat hij onzorgvuldig zou hebben gehandeld.

De raadkamer van de rechtbank in Den Bosch zou vanmiddag beslissen op een verzoek van het openbaar ministerie om de voorlopige hechtenis van Van H. met dertig dagen te verlengen.