Wallage: grotere basisscholen nodig in merendeel gemeenten

DEN HAAG, 23 jan. - Basisscholen in ongeveer 670 van de 700 gemeenten moeten in de nabije toekomst om opheffing te voorkomen meer leerlingen tellen dan nu nog vereist is.

Dit blijkt uit de lijst van normen per gemeente die staatssecretaris Wallage (onderwijs) gisteren heeft gepubliceerd bij zijn plannen tot schaalvergroting in het basisonderwijs. Delen van deze plannen werden al eerder bekend.

Doordat het aantal kleine scholen groeit wordt het basisonderwijs steeds duurder, schrijft Wallage in een brief aan de Tweede Kamer. Om voortdurende bezuinigingen te vermijden wil hij de trend tot schaalverkleining ombuigen. Van de suggestie dat grote scholen per definitie beter zijn, vorig jaar door een adviesgroep van de staatssecretaris gedaan, nam Wallage gisteren uitdrukkelijk afstand.

Wallage wil de opheffingsnormen voor kleine scholen - het minimum aantal leerlingen dat een school moet tellen - relateren aan de 'leerlingdichtheid' van een gemeente. Dat is de verhouding tussen oppervlakte en aantal leerlingen. Een hoge leerlingdichtheid brengt een hoge opheffingsnorm met zich mee.

De staatssecretaris wil met deze aanpak het platteland bij de *

aalvergroting ontzien, zoals afgesproken in het regeerakkoord. Uit de gisteren gepubliceerde lijst blijkt echter dat ook in veel plattelandsgebieden de opheffingsnorm flink zal stijgen. Zo gaat deze in het Noord-Limburgse Meerlo-Wanssum omhoog van ten minste 50 leerlingen naar ten minste 102 en in het Oost-Friese Dantumadeel van 50 naar 120. Rozenburg krijgt een hogere opheffingsnorm (220) dan Rotterdam (214). Wallage kondigde gisteren aan dat in nader overleg met de betrokken onderwijsorganisaties bijstellingen mogelijk zijn.

De opbrengt van de fusie-operatie - na tien jaar tussen de 350 en 450 miljoen gulden - zal opnieuw in het basisonderwijs worden geinvesteerd, om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. Wallage wil proberen deze herinvestering voor tien jaar bij wet vast te leggen. Na tien jaar zouden de opbrengsten vrijkomen voor andere doelen. Wallage verwacht dat na vijf jaar ongeveer de helft van de geschatte opbrengst beschikbaar zal zijn.

Hij wil verder besturen van uitgestrekte gemeenten de mogelijkheid geven lagere normen te hanteren voor scholen in dunner bevolkte gedeelten. Daar moet dan wel eenzelfde verhoging van de normen in dichter bevolkte delen tegenover staan. Dit kan betekenen dat een gemeentebestuur straks moet kiezen tussen bijvoorbeeld sluiting van een katholieke school in het centrum en het openhouden van een protestantse school aan de rand van de gemeente.

De reacties op de plannen van Wallage lopen uiteen van afkeurend tot gematigd positief. De PvdA heeft “grote twijfels” over de onrust die de schaalvergroting bij ten minste de helft van de 8.300 basisscholen zal veroorzaken. Om verdere schaalverkleining tegen te gaan, wil PvdA'er De Cloe voorlopig een adempauze inlassen in de stichting van scholen door de normen hiervoor flink te verhogen.

Het CDA noemt de opheffingsnormen die Wallage hanteert 'te arbitrair'. De partij is niet gerust op de gevolgen van het plan voor het bijzonder onderwijs. Zij betwijfelt ook of schaalvergroting wel zoveel geld oplevert als de staatssecretaris zegt. De VVD is blij met de verschillende normen voor stedelijke en niet-stedelijke gebieden, maar vreest dat de uitwerking van de normen met name in de forensengemeenten tot veel problemen zal leiden. Daar verdubbelt in veel gevallen de opheffingsnorm.

De onderwijsbonden wijzen de voorgestelde beperking van het financiele voordeel van kleine scholen af. De protestants-christelijke PCO vreest dat de beoogde kwaliteitsverbetering te veel onder druk zal komen te staan door de onrust die de fusies zullen veroorzaken.