Sfeer in Antwerpse wijk is rustig, maar gespannen; 'Ongerustheid hoort bij de joden'

ANTWERPEN, 23 jan. - Bij het Centraal Station in Antwerpen of, zoals ze hier zeggen, de Middenstaatsie ligt de wijk waar veel joden wonen.

Daar zijn de winkels waar diamanten en goud worden verkocht en daar is ook de Diamantbeurs. De buurt zou in opperste staat van paraatheid zijn, omdat Saddam Hussein heeft gedreigd met terroristische aanvallen. Eergisteren was er een bommelding die vals bleek te zijn, maar die de gemoederen ten zeerste beroerde.

Zondag. Op een hoek bij een gebouw in de steigers staan twee politiebusjes. Zo nu en dan rijden er politiepatrouilles door de straten. Op de stoep spelen joodse kinderen, veelal met kunstig geborduurde keppeltjes op de hoofdjes, ongedwongen. Orthodoxe joden, herkenbaar aan hun zwarte hoeden, zwarte getailleerde jassen en pluizige baarden, bepalen het straatbeeld zonder het te overheersen. Maar wegens hun uitdossing zijn ze wel het slachtoffer als er vragen gesteld moeten worden.

Ze spoeden zich in gezwinde pas voort. Men ziet vaders en moeders met kinderwagens, die hun zondagmiddagwandeling gaan maken. Het woord 'angst' hoort men hier niemand uitspreken; 'ongerust', dat wel. “Op school”, zo zegt een vader die is omgeven door een schare kinderen, “zijn wel extra veiligheidsmaatregelen getroffen”. Televisiecamera's houden een oogje in het zeil. De autoriteiten hebben de ouders verzocht hun kinderen op te halen en niet alleen over straat te laten gaan, maar op zondag lijkt dat niet te gelden. Her en der staan pakjes vuilnis, die men als buitenstaander er liever niet zou zien, maar iedereen loopt er met een gerust gemoed langs.

In het 26 verdiepingen tellende kantorencomplex Antwerp Tower aan de Keyserlei, die de wijk van de joden begrenst, zijn uit veiligheidsoverwegingen sinds vorige week woensdag de codes voor de liften en de garages veranderd. In de hal zitten gewapende beveiligingsmensen. Nog maar een deur geeft toegang tot het complex. Er huizen in de torenflat nogal wat bedrijven uit de Verenigde Staten en het Verre Oosten. Een aantal bedrijven is in handen van joden.

In de Diamantbeurs worden onbekende gezichten sneller aan de 'beveiliging' doorgegeven. In de straten in de wijk worden fout geparkeerde auto's vrijwel onmiddellijk weggehaald. “We staan op scherp”, zoals een politiefunctionaris zegt.

In een straat die evenwijdig loopt aan de spoorweg is een slijterij annex tabaks- en krantenzaak gevestigd. De winkel wordt beheerd door een oudere joodse man, die met zijn hoed op in een agenda zit te bladeren. “Ik ben blij dat Israel tot nog toe niet heeft teruggeslagen. Ze moeten zich maar rustig houden.”

Een straat verder ligt een van de synagogen die de wijk rijk is. Daar ontplofte twee jaar geleden een bom. Achter matglas ziet men de hoofden met de hoeden op bewegen als in een schimmenspel. Er komen mensen naar buiten. “We zijn”, zegt een jood, “bezorgd om de familie die we in Israel hebben.” Verder wil hij niet veel kwijt.

“De mensen zijn”, zegt Louis Davids, hoofdredacteur van het Belgisch Israelitisch Weekblad en eveneens woonachtig in de wijk, “een beetje achterdochtig. Ze laten zeker niet het achterste van hun tong zien.”

Donderdag, toen de oorlog uitbrak, reed Davids, een 62-jarige in Hongarije geboren jood die sinds hij 8 maanden oud was in de wijk woont, in de vroege ochtend met zijn auto door de straten. “Er brandde op veel plaatsen licht: een teken dat naar de televisie werd gekeken”, zo schreef hij in zijn weekblad. “Op het ogenblik dat we deze regels schrijven (donderdag 18 januari om twaalf uur) schijnt alles erop te wijzen dat aan Irak een verpletterende nederlaag wordt toegediend.”

In zijn huiskamer zegt Davids, gekleed in een fluwelen peignoir en met een keppeltje op het achterhoofd: “Dat kwam door de triomfalistische berichten van de eerste dag. Maar hoewel men zich wellicht verkeken heeft op Saddams slagkracht, zal de oorlog toch niet lang duren. De ganse wereld tegen Irak: dat kan hij niet volhouden. Voor de zomer moet het in ieder geval over zijn, want dan valt er in de woestijn niet meer te vechten. Ik heb goede hoop dat er daarna een oplossing komt, maar Saddam Hussein moet weg, anders blijft hij een gevaar.”

De sfeer in de wijk omschrijft Davids als rustig, doch gespannen. “De aankomst in Israel van de eerste Amerikaanse Patriot-raketten, die de Iraakse Scud-raketten kunnen onderscheppen, heeft de hemel een beetje opgeklaard. Maar je kunt nooit zeker zijn. Bijna elke jood hier heeft familie in Israel, dus is de onrust begrijpelijk, maar van de andere kant: ongerustheid, die hoort nu eenmaal bij de joodse gemeenschap.”

In Antwerpen wonen naar schatting 20.000 joden. Sinds eind vorige eeuw vormen ze een georganiseerde gemeenschap. Een groot aantal zit in de diamanthandel. Zo ook een 43-jarige man, die ik zondagavond in zijn flat in de Consciencestraat ontmoet. De televisie staat aan. Met zijn vrouw en twee kinderen kijkt hij er gespannen naar, maar het geluid staat af. Totdat even na acht uur een CNN-verslaggever uit Saoedi-Arabie meldt dat er uit Irak raketten onderweg zijn. Dan zegt de vrouw: “Mensen kijken naar deze beelden als was het een spannende film, maar het is de realiteit.” De 13-jarige zoon, voor wie men deze week een bar-mitzvafeest (het moment waarop jongens religieus volwassen worden) in Israel had georganiseerd, maar dat nu ergens in Antwerpen zal worden gehouden, eet rustig door aan zijn druiven.

“Vanaf donderdag”, zegt de vader, “heb ik tientallen keren met Israel gebeld, want zowel ik als mijn vrouw hebben daar onze familie. Het moreel daar is niet slecht, maar de meeste Israeliers hebben dan ook al vier of vijf oorlogen meegemaakt.” Zijn bed heeft hij de afgelopen nachten maar een paar uur gezien. Soms wisselen man en vrouw elkaar af om via de t.v. op de hoogte te blijven.

Hij is het er niet mee eens dat Israel tot nog toe geen vergeldingsmaatregelen heeft genomen tegen de raketaanvallen van Irak. “Ze moeten wel terugslaan, want in het onstabiele Midden-Oosten is Israel het enige land dat zich kan verdedigen.”

Bang voor terroristische aanvallen is geen van de vier. “Daar denken we op dit moment niet aan. Maar Saddam Hussein zal het zeker doen. Het zullen - zoals altijd - acties van lafheid en van wanhoop zijn, die altijd onschuldigen treffen.”

    • Max Paumen