Piloten hebben stuurknuppel van economie in handen; Goedkope olie trekt wereldeconomie niet vlot

De Golfoorlog bepaalt de emoties op de financiele markten. De jongste raketaanval op Israel heeft een nieuwe bres geslagen in de hoop dat de oorlog snel tot een einde komt. De eerste economische schade van de oorlog valt mee. Dat maakt de structurele problemen in de wereldeconomie er niet minder op.

De zorg voor de nabije toekomst van de wereldeconomie is uitbesteed aan de geallieerde piloten en de elektronische wapensystemen die Irak onder vuur nemen. Van hun doeltreffendheid hangt rechtstreeks af hoe de olieprijzen, de dollar en de rente zich de komende dagen en weken ontwikkelen.

Als de militairen er met hun elektronische oorlogsvoering in slagen de duur van de Golfoorlog te beperken, geven ze de wereldeconomie een hoogst welkom economisch shot in de arm. Niet de Federal fund rate of de Lombartrente, maar de F-111, de Tomahawk, Scud en Patriot zijn bepalend voor de stemming op de financiele markten, die - in weerwil van structurele ontwikkelingen in de wereldeconomie - gevoelig zijn voor de stemming van de dag.

De nieuwe raketaanval op Israel gisteravond heeft een bres geslagen in het vertrouwen op een snelle, succesvolle afloop van de oorlog. Niettemin zijn de resultaten van zeven dagen Golfoorlog - afgezien van alle menselijke ellende - in financieel-economisch opzicht 'bemoedigend'. De vrees bestond dat een oorlog op zichzelf al genoeg was om de wereldeconomie aan het wankelen te brengen; dat blijkt mee te vallen. Zo stelden de ministers van financien van de zeven belangrijkste industrielanden dit weekeinde met ingehouden optimisme vast in New York.

De olieprijs is niet omhoog geschoten, maar tot een lager niveau gedaald dan op de dag waarop Irak zijn buurland Koeweit binnenviel. De dollar heeft niet aan kunstmatige kracht gewonnen en goud kreeg niet eens de tijd zijn rol als toevluchtsoord in crisistijden te spelen. De effectenbeurzen reageerden aanvankelijk euforisch op het begin van operatie Woestijnstorm en hebben vervolgens een voorzichtige koers ingeslagen nu Irak een taaier tegenstander blijkt dan werd gehoopt.

Alan Greenspan - de voorzitter van de Federal reserve board, het stelsel van Amerikaanse centrale banken - is voorlopig tevreden over het economisch effect van de oorlog. “Lagere olieprijzen, dat is positief; lagere rente, dat is positief; en misschien het belangrijkste van alles: mogelijk verdwijnt een grote hoeveelheid onzekerheid die boven de wereldeconomie hangt”, zei hij eind vorige week in een interview met The Wall Street Journal. Greenspan koestert zelfs hoop dat de Amerikaanse recessie in de lente of in het begin van de zomer over haar dieptepunt heen zal zijn. Het tempo van de recessie versnelt nu al niet langer.

Een daling van de olieprijzen helpt de vrees voor hogere inflatie weg te nemen. Minder inflatie maakt op haar beurt de weg vrij voor rentedaling, die vervolgens een impuls geeft aan de stagnerende economie in onder andere de VS.

Vorig jaar viel het begin van de recessie in de VS min of meer samen met de Iraakse inval in Koeweit. Als gevolg van binnenlandse factoren, zoals een zeer hoge rentestand, sloeg de recessie ook toe in andere Angelsaksische landen - Groot-Brittannie, Canada en Australie - en begint deze zich nu op het Europese vasteland, van het zuiden naar het noorden, te verspreiden.

De hele aanloop naar de Golfoorlog heeft deze internationale conjuncturele neergang versterkt, menen financiele deskundigen. Vooral in de VS, maar ook in andere industrielanden, tastte de oorlogsdreiging het vertrouwen van consumenten en ondernemers aan. Zij stelden investeringsbeslissingen en aankopen van duurzame goederen uit. Zolang de oorlog voortduurt, blijft die bestedingsboycot waarschijnlijk van kracht.

Economische somberheid werkt als een zichzelf vervullende voorspelling. Als de oorlog tot paniek leidt of automobilisten in lange rijen moeten wachten bij de benzinestations, trekt dat de economie verder naar beneden. Een succesvol verloop aan het front kan evenwel psychologisch helpen om de stemming te doen omslaan.

De Amerikaanse regering gokt op een oorlog met goed militair nieuws en met een positief effect op de economie, waardoor het vertrouwen van consumenten en investeerders zich zal herstellen.

Ook al zullen de geallieerden de oorlog tot een snel einde brengen, voor de economische problemen in de wereld is dat nog geen onmiddellijke oplossing. “De wereldeconomie is heel zwak op dit moment”, zegt prof. Alan Budd, de hoogste economische adviseur van de Britse Barclays Bank. “De regeringen zullen niet aanvaarden dat de economie nog verder verzwakt wordt.”

Volgens hem zullen de Amerikaanse en Britse regeringen zeer terughoudend zijn om nu nog een strak financieel-economisch beleid voort te zetten. Aan de andere kant kunnen ze ook niet te veel versoepelen.

“Ik denk dat ze zullen doormodderen en hun beleid onveranderd zullen voortzetten”, verwacht Budd. En hij verduidelijkt: een klein beetje renteverhoging om eventuele inflatoire effecten weg te nemen, een klein beetje meer inflatie en een klein beetje minder economische groei.

Pag. 18: .

Oorlogen worden traditioneel als een bestedingsimpuls voor de economie beschouwd. Dat was het geval met de Eerste en Tweede wereldoorlog, met de Korea en de Vietnam-oorlogen. Het is slechts in heel beperkte mate met de Golfoorlog het geval. Volgens het effectenhuis Kidder, Peabody en Co. heeft de inkrimping van de Amerikaanse economie in het vierde kwartaal van 1990 3, 5 procent bedragen, terwijl zonder de extra militaire uitgaven van de federale overheid het bruto nationale produkt met vijf procent zou zijn afgenomen. De militaire uitgaven voor de Golf voordat de gevechten begonnen (dertig miljard dollar) komen overeen met een procent van het Amerikaanse bruto nationale produkt.

Maar van een conjuncturele bestedingsimpuls is geen sprake. “Deze oorlog wordt gevochten met gebruik van bestaande voorraden, waarvan men in verband met het einde van de Koude oorlog toch af wilde”, meent Alan Budd. “De Golfoorlog doet geen beroep op extra grondstoffen.” Hij wijst op de prijsontwikkelingen op de termijnmarkten voor metalen. Die prijzen zijn laag en ze zijn na het begin van de gevechten niet omhoog geschoten.

In tegenstelling tot de situatie bij de Vietnam- of Korea-oorlog worden grondstoffen en produktiecapaciteit niet massaal verschoven ten behoeve van de oorlogsindustrie en evenmin wordt een extra beroep gedaan op de arbeidsmarkt om vacatures te vullen die ontstaan doordat dienstplichtigen naar het front vertrekken. De geallieerde strijdkrachten in de Golf bestaan uit beroepsmilitairen.

De verknalde Patriot of Tomahawk-raketten zullen vervangen worden - de koersen van Raytheon en Martin Marietta, de fabrikanten van Patriots, zijn omhoog geschoten - en General Dynamics kan orders voor de vervanging van neergeschoten vliegtuigen verwachten. Maar de militaire voorraad van de VS is onder president Reagan enorm opgebouwd en de recente verdragen voor wapenbeperking met de Sovjet-Unie maken veel Amerikaanse wapens overbodig. De defensie-industrie verwacht dan ook geen stroom van orders door de Golfoorlog. “Dit conflict zal niet lang genoeg duren om de oorlogsindustrie op volle toeren te laten draaien en zal om die reden geen langdurig inflatoir effect hebben”, meent Robert Brusca, chief economist van het Japanse effectenhuis Nikko in New York.

Het inflatie-effect van de Golfoorlog op het Amerikaanse begrotingstekort zal meevallen. De kosten van de oorlogsinspanning worden op een miljard dollar per dag geraamd. Saoedi-Arabie, Koeweit, Japan en Duitsland financieren een belangrijk deel daarvan. Maar het geld wordt slechts ten dele in de VS besteed. Volgens het Witte Huis betalen andere landen zelfs tachtig procent van de kosten voor de operaties Woestijnstorm.

Saoedi-Arabie betaalt zijn bijdrage uit zijn verhoogde olie-inkomsten van de afgelopen maanden. “Deze oorlog betaalt in zekere zin zichzelf”, zegt Budd.

De opluchting waarmee de financiele markten het begin van de oorlog vorige week verwelkomden, zal vermoedelijk van voorbijgaande aard zijn. Niet alleen vanwege de enorme inspanning om Saddams oorlogsmachine uit te schakelen, maar ook omdat de markten zich weer zullen herinneren dat de economische situatie in de wereld ongunstig is. Na de Golfoorlog bestaan nog altijd de problemen in Oost-Europa en bevindt een aantal Westerse landen zich nog steeds in een recessie.

Ook zonder Saddam Hussein zou 1991 in economisch opzicht een moeilijk jaar zijn geworden. De Amerikaanse recessie voltrekt zich terwijl de federale overheid in de jaren van hoogconjunctuur zijn begrotingstekort tot astronomische bedragen heeft laten oplopen. De totale schuld van particulieren en bedrijfsleven in de VS is nog nooit zo hoog geweest. Het Amerikaanse bankwezen - dat nog zijn wonden likt na de miljardenverliezen op leningen aan Latijns-Amerikaanse militaire dictaturen in de jaren zeventig - krijgt nu de klappen te verwerken van veel te gemakkelijk verstrekte leningen met onroerend goed als onderpand.

De Europese Gemeenschap heeft het internationale handelsklimaat verziekt door met stug volgehouden bescherming van het boerenbelang de onderhandelingen over handelsliberalisatie in het kader van de GATT te laten mislukken. De GATT-ronde wordt in februari wellicht weer vlot getrokken, maar in de industrielanden groeit een stemming van toenemend protectionisme. Failliete banken, verlies aan vertrouwen en handelsbescherming vormden in de jaren dertig de ingredienten voor de grote depressie.

In West-Europa is de opgetogenheid over de economische omwenteling in Oost-Europa omgeslagen in scepsis. De Sovjet-Unie verandert helemaal niet en de hervormingen in Oost-Europa verlopen moeizaam. Vooral Duitsland heeft onder de tegenvallers in Oost-Europa te lijden. Marktdeskundigen voorspellen een terugval van de Duitse conjunctuur.

Voor de Westerse kapitaalmarkten is de stagnatie van de hervormingen volgens de Britse econoom Alan Budd misschien nog niet zo slecht. Nu de absorbtiecapaciteit van de Oosteuropese landen voor investeringen veel geringer blijkt dan was verwacht, hoeft niet zoveel kapitaal vrijgemaakt te worden voor investeringen in Oost-Europa. Dat neemt de rente-opdrijvende druk van de kapitaalmarkten weg en maakt het wereldwijde tekort aan besparingen minder nijpend. De ontwikkelingen in de Sovjet-Unie hebben economisch gezien nauwelijks gevolgen voor de Westerse landen, meent Budd.

In de voorspellingen voor het uitbreken van de Golfoorlog vergrootten de verwachte olieprijsstijgingen de kwetsbaarheid van de internationale economische situatie. Volgens een vuistregel van de OESO, de Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling, gaat een prijsstijging van tien dollar per vat olie ten koste van een procentpunt economische groei of van een procentpunt meer inflatie. De toch al lage groeiverwachtingen van de OESO voor dit jaar - bij een gemiddelde olieprijs van 28 dollar - zouden in scenario's met olieprijzen van vijftig of zelfs zeventig dollar per vat omslaan in een wereldwijde recessie.

Die prijsstijging heeft zich nog niet voorgedaan. Toen vorige week donderdagnacht de Britse en Amerikaanse piloten van hun eerste precisiebombardementen terugkeerden, klapte de olieprijs in elkaar. En daarmee was voorlopig een bedreiging voor de wereldeconomie uitgeschakeld. Maar net zoals het moeilijker blijkt om de oorlogsmachine van Saddam Hussein uit te schakelen, heeft de internationale economie meer nodig dan louter goedkope olie.

    • Roel Janssen Aertjan Grotenhuis