Parlementslid: Saddam mag niets overkomen, hij heeft zuivere idealen; Indonesie terughoudend over de oorlog; 'Geweld niet beste middel om Irak uit Koeweit te krijgen '

JAKARTA, 23 jan. - Indonesie, de belangrijkste bondgenoot van de Verenigde Staten in Zuidoost-Azie en het grootste islamitische land ter wereld, heeft tot nu toe zeer terughoudend gereageerd op de Golfoorlog.

President, regering en parlement hebben opgeroepen tot spoedige beeindiging van de vijandelijkheden. Islamitische voormannen noemen de oorlog tegen Irak uitsluitend in het voordeel van Israel en studentenleiders uiten scherpe kritiek op Washington.

Nadat de politie van Jakarta eind vorige week bij de woning van de Amerikaanse ambassadeur een bom onschadelijk had gemaakt riep de chef-staf van het leger de bevolking op “geen doelloze, emotionele acties te ondernemen”.

Vorige week donderdag, kort nadat de Amerikanen en hun coalitiegenoten het offensief tegen Irak hadden geopend, liet president Soeharto via zijn woordvoerder weten de oorlog “ernstig te betreuren”. De gevechtshandelingen moesten zo snel mogelijk worden gestaakt om onschuldige burgerslachtoffers te voorkomen, verklaarde Soeharto.

Minister van buitenlandse zaken Ali Alatas zei dat zijn regering “diep bedroefd” was over het uitbreken van de oorlog. “Indonesie praat de Iraakse invasie niet goed, maar dat betekent niet dat geweld het beste middel is om de Irakezen uit Koeweit te krijgen”, aldus minister Alatas. Parlementsvoorzitter Kharis Suhud riep op de strijd zo snel mogelijk te beeindigen en de regionale geschillen te beslechten door middel van een internationale conferentie.

De Indonesische publieke opinie is verdeeld, wat tot uitdrukking komt in 's lands pers. Een aantal landelijke dagbladen tracht een evenwicht te bewaren in het gebruik van Iraakse en Amerikaanse bronnen. De Engelstalige krant Indonesian Observer plaatst dezer dagen koppen op de voorpagina die rechtstreeks zijn ontleend aan Iraakse legercommuniques. Twee sterke staaltjes: 'Amerikaanse luchtaanvallen treffen heilige plaatsen' en 'Iraakse luchtmacht nog intact'.

Marionetten

Een parlementslid en voormalig ambassadeur in Bagdad, Imron Rosyadi, haalde de voorpagina van het nationalistische dagblad Merdeka met zijn stelling dat “de rijke Golfstaten marionetten zijn geworden van de Amerikanen” en dat Washington voortaan kan beschikken over militaire bases in het Golfgebied. Als Irak de oorlog verliest, aldus de parlementarier, is er weinig hoop op democratisering van de “feodale regimes” in de regio.

Rosyadi ziet weinig in herstel van de “zelfzuchtige” Koeweitse monarchie. “Als Saddam Hussein iets overkomt”, aldus de ex-diplomaat, “zullen zijn zuivere idealen van een vrij en soeverein Palestina niet worden vergeten”.

Dit uitgesproken pro-Iraakse en anti-Amerikaanse geluid vindt weerklank bij een deel van de islamitische bevolking, maar is zeker niet representatief voor de Indonesische politieke elite. De Indonesische islamieten - ongeveer 160 van de 180 miljoen Indonesiers - vormen de grootste moslimgemeenschap ter wereld. Zij zijn echter geen politieke macht van betekenis. Sinds de onafhankelijkheid is islamitische partijvorming door middel van verboden en door gedwongen fusies aan banden gelegd en houden Indonesische regeringen strikt vast aan een niet-confessionele staatsvorm.

De Pancasila, de nationale ideologie, behelst geloof in een god, maar kiest niet voor een bepaalde religie. Dat alle maatschappelijke organisaties, ook de islamitische, deze staatsfilosofie moeten onderschrijven stuitte in het verleden op verzet van moslim-extremisten. Een meerderheid van de Indonesische moslims belijdt echter een vrije, door hindoe-Javaanse tradities gekleurde variant van de islam, en schikt zich in dit arrangement met de staat.

De politieke macht van de moslims mag dan beperkt zijn, Indonesische politici hebben wel degelijk oog voor de gevoeligheden van het omvangrijke islamitische electoraat. Dat voelt zich nauw betrokken bij de geloofsgenoten in het Midden-Oosten en dit gegeven is van invloed op Jakarta's Midden-Oosten-politiek. Indonesie kiest niet graag partij in conflicten tussen Arabische of islamitische landen. Het stelde zich neutraal op in de oorlog tussen Iran en Irak en sloot zich na de Iraakse invasie van Koeweit slechts aarzelend aan bij de VN-boycot.

Hasan Basri, voorzitter van de Indonesische Raad van Schriftgeleerden, verklaarde dezer dagen dat “een langdurige oorlog alleen in het voordeel is van Israel, de vijand van de Arabieren en alle moslims”. “De oorlog die Washington heeft ontketend in de Perzische Golf zal overal ter wereld de anti-Amerikaanse haat aanwakkeren”, aldus de religieuze leider. Hij riep de Indonesische moslims op kalm te blijven en te bidden voor een spoedig einde van de vijandelijkheden.

Arrogantie

Een uitgesproken felle reactie kwam van de Nationale Studentenbeweging van Indonesie. Het presidium gaf vrijdag een verklaring uit waarin het “Amerikaanse machtsvertoon in de Golf” scherp wordt gekritiseerd en gerept wordt van “arrogantie die typisch is voor een grote mogendheid”. De verklaring vaart ook uit tegen de regering van Saoedi-Arabie die “om de economische belangen van de Amerikanen en een kleine groep Saoedische burgers te dienen een troepenmacht op haar grondgebied heeft toegelaten die de soevereiniteit en vrijheid van alle landen in de Derde wereld bedreigt”.

Sommige ingezonden brieven in landelijke dagbladen suggereren dat Saddam Hussein ook bij Indonesische moslims een gevoelige snaar heeft geraakt door de Golfoorlog voor te stellen als een confrontatie tussen de islam en het Westen. Een enkeling wil zich als vrijwilliger melden om Irak te verdedigen tegen “de agressie der ongelovigen”. Ridwan Saidi, ooit voorzitter van de Islamitische Studentenbond en nu directeur van een islamitische studiestichting, meent echter dat veel Indonesische moslims Saddams beroep op de religie en zijn gebruik van de Palestijnse kwestie wantrouwen. Saidi erkent dat een meerderheid van de Indonesische jongeren “kwaad” is op de Amerikanen en op Saoedi-Arabie, maar is ervan overtuigd dat ze “niet zo heel erg anti-Amerikaans zijn”.