Oorlog is voor Japan ver-van-mijn-bed-show

TOKIO, 23 JAN. Voor Japanners is de oorlog in de Golf zelfs nu, na een week, nog steeds een ver-van-mijn-bed-show. Voor Japan komt de dreiging in de eerste plaats van de Verenigde Staten, die een diplomatieke aanval doen op Japan z'n geld.

Verder wordt de Golfoorlog vooral gezien als de oorzaak van veel praktische ongemakken. Het grootste is onbetwist de onzekerheid over de toekomst van de olieprijzen. Japan is voor 100 procent van zijn olietoevoer afhankelijk van import, en ruim twee derde daarvan komt uit het Golfgebied. Van strenge energiebesparende maatregelen is nog geen enkele sprake. Het crisiscentrum van het MITI (het ministerie voor internationale handel en industrie) laat het vooralsnog bij een verzoek om de thermostaat niet boven de twintig graden te draaien. Wel houdt MITI scherp in de gaten of er niet ten onrechte van de crisis gebruik wordt gemaakt om de prijzen op te schroeven.

Het meest lijden Japans grote handelshuizen. Niet alleen zijn zij de grootste olie-importeurs, vaak hebben ze belangen ter plaatse doordat ze de aanleg van raffinaderijen en infrastrukturele projecten financieren. Hoewel voor deze projecten een overheidsgarantie geldt die 67 procent van de kosten dekt, zijn de handelshuizen Itoh en Mitsubishi, die petro-chemische joint ventures in Saoedi-Arabie hebben, bang dat door de extreme situatie de overheidsgarantie zal wegvallen.

Ook hebben de negen grootste handelshuizen tesamen leningen uitstaan aan Irak en Koeweit ter waarde van 438 miljard yen (6 miljard gulden). De handelshuizen vrezen nu dat ze hun stroppenpot zullen moeten aanvullen tot boven het gegarandeerde bedrag.

Ook aan de exportkant lijden de handelshuizen, die ook hier als agent optreden, schade. De export naar het Midden-Oosten (drie procent van Japans totale export) ligt nu helemaal stil, ofwel wegens gebrek aan mogelijkheden om te verschepen, ofwel omdat de banken weigeren te financieren. De duurder wordende verzekeringen voor vervoer door het Suez-kanaal, zolang het nog open is, bezorgen de handelshuizen nu al kopzorgen.

Japans internationaal georienteerde firma's zien hun activiteiten ingeperkt door het toegenomen risico van reizen. Vrijwel alle bedrijven hebben hun buitenlandse zakenreizen voorlopig uitgesteld, waardoor een groot aantal transacties op de lange baan geschoven moet worden.

Ook buitenlandse zakenlieden zeggen op grote schaal hun reizen naar Japan af, waardoor de gerenommeerde hotels in Tokio hun clientele voor de komende maand met de helft of meer zien slinken.

Verder hebben de benzine- en de tabaksindustrie goede reden tot zorg. De 13 miljard dollar die Japan in het totaal heeft toegezegd voor de militaire inspanning in de Golf en voor steun aan de landen in de regio zal vermoedelijk worden gefinancierd met hogere accijnzen.

Ook Japanse bedrijven in de Verenigde Staten worden op kosten gejaagd door de Golfoorlog. Nissan, Sony en Toyota hebben Amerikaanse werknemers, die als reservist naar de Golf worden gestuurd, behoud van hun salaris gedurende een jaar beloofd. Japanse bedrijven doen namelijk sinds twee jaar collectief pogingen om een gunstige indruk te maken en eventuele Amerikaanse kritiek, redelijk of onredelijk, voor te zijn en te ondermijnen, een tactiek die te vergelijken is met het principe van de Patriot-raket. Het blijft natuurlijk gek, te betalen voor een man die je kwijt bent. Voor zulk soort moeilijke dilemma's komen ze in Japan, dat zijn leger thuis houdt, in ieder geval niet te staan.

    • Elbrich Fennema