Meeste rederijen varen nog gewoon door het Suezkanaal

ROTTERDAM, 23 JAN. Grote rederijen zoals Nedlloyd en Sea Land varen voorlopig nog via het Suezkanaal van Europa naar bestemmingen in het Verre-Oosten en de Golfregio.

Ook Shell Tankers zegt dat het vervoer naar havens in Saoedi-Arabie en Oman voorlopig gewoon doorgaat, maar kan “uit veiligheidsoverwegingen” niet zeggen of en zo ja hoeveel van zijn schepen zich op dit moment in risicogebieden bevinden. Ook de Amsterdamse rederij Spliethoff, die 45 conventionele ladingschepen heeft, ziet voorlopig geen reden het Suezkanaal te mijden. In 1990 voeren ongeveer 350 Nederlandse schepen door het Suezkanaal.

A. van Langeveld, directeur van Nedlloyd Lijnen, heeft niet de indruk dat rederijen massaal het Suezkanaal mijden. Volgens de Koninklijke Nederlandse Reders Vereniging (KNRV) hebben tot nu toe vijf containerrederijen besloten niet meer door het Suezkanaal te varen, waaronder de Taiwanese K. Lines, Singapore Orient Overseas Container Lines en Compagnie Maritime uit Frankrijk.

Evenals Van Langeveld heeft een woordvoerder van de Amsterdamse rederij Spliethoff geen aanwijzingen dat het wereldwijde aanbod van vracht als direct gevolg van de Golfcrisis is afgenomen. “Hoewel er beslist minder aanbod voor risicobestemmingen in het Golfgebied is, was wereldwijd de markt ook voor het uitbreken van de Golfcrisis al zo'n tien procent lager dan in 1989. Dit is na 2 augustus en sinds vorige week niet slechter geworden”, aldus Spliethoff.

De verzekeringspremies voor risico-gebieden in het Golfgebied zijn sterk gestegen tot ruim vijf procent van de waarde van het schip. Maar voor Nedlloyd, dat in een internationaal consortium diensten op het Verre Oosten uitvoert en ongeveer een keer per week met een eigen schip door het Suez kanaal vaart, gelden in ieder geval tot 26 januari nog dezelfde verzekeringspremies als voor 2 augustus, toen Irak Koeweit annexeerde. Van Langeveld kon niet zeggen of dit ook voor andere rederijen opgaat. Verzekeringspremies worden in oorlogssituaties van geval tot geval vastgesteld. Afgelopen zaterdag heeft Nedlloyd wel van haar verzekeraars de mededeling gekregen dat vanaf zaterdag de situatie wordt herzien en de premies omhoog kunnen gaan. Spliethoff heeft hetzelfde bericht ontvangen.

Nedlloyd ziet nog geen aanleiding zijn schepen via Kaap de Goede Hoop of het Panamakanaal naar het Verre Oosten te laten varen, een scenario dat wel klaar ligt als het Suezkanaal dicht zou gaan. Dan zou voor een reis naar bij voorbeeld Singapore circa zestien dagen meer moeten worden uitgetrokken. Dat zou onder andere extra brandstof- en bemanningskosten betekenen. Maar Van Langeveld kan nu nog niet overzien welke financiele gevolgen zo'n omleiding voor zijn bedrijf zou hebben.

Volgens Van Langeveld is het Golfgebied voor de rederijen voorlopig minder gevaarlijk dan tijdens de oorlog tussen Irak en Iran. Toen bestond daar de dreiging van mijnen. In scheepvaartkringen ging men er gisteren zelfs vanuit dat het varen in de Golf tot circa de zuidgrens van Koeweit nog “verantwoord” is. Meldingen van mijnen zouden op vergissingen berusten. “Betrokkenheid van Israel bij de Golfoorlog kan die situatie veranderen. We bekijken de situatie natuurlijk van dag tot dag”, nuanceert Van Langeveld.

Toch hebben de Nederlandse reders in overleg met de zeeliedenbond FWZ bijna de hele Perzische Golf tot oorlogsgebied verklaard. Dit houdt in dat zeelieden alleen vrijwillig naar het gebied kunnen worden gestuurd en bovendien een oorlogstoeslag van honderd procent op de gage wordt betaald. Maar voor Nedlloyd Lijnen heeft dit geen gevolgen omdat zijn schepen daar niet komen.

Behalve een onbekend aantal tankers van Shell en het bergingsvaartuig van het Rotterdamse bedrijf Smit Internationale, dat onder commando is geplaatst van de Amerikaanse marine, zijn er volgens de KNRV op het ogenblik geen Nederlandse schepen in de Golf.