Irak vecht zijn oorlog vooral met politieke wapens

ROTTERDAM, 23 jan. - Zoals de Iraakse president Saddam Hussein in de oorlog tegen Iran zijn uiterste best deed de strijd te internationaliseren, zo spant hij zich nu in de oorlog tegen de geallieerde strijdkrachten te arabiseren.

De Iraakse president slaagde in die eerdere oorlog uitstekend in zijn opzet. Uiteindelijk kreeg hij de meeste Westerse mogendheden min of meer onverhuld aan zijn zijde, de Verenigde Staten als belangrijkste, en kon hij een aanvankelijk verloren lijkende strijd in zijn voordeel beslechten. De VS leverden hem, de zelf verklaarde dam tegen de Iraanse fundamentalistisch-shi'itische stormvloed, bijvoorbeeld steun in de vorm van marinebescherming tegen Iraanse aanvallen in de Golf. Verder deden de Amerikanen hun uiterste best een wapenboycot tegen Iran af te dwingen.

Indertijd bereikte Irak zijn doel onder andere met zorgvuldig uitgekiende aanvallen op de scheepvaart in de Golf: de Iraanse vergeldingsacties overtuigden de VS en bondgenoten dat men in deze zo belangrijke olieroute diende in te grijpen aan de zijde van het gematigde, seculiere Irak.

De arabisering van de huidige oorlog probeert Irak te bereiken door civiele doelen in Saoedi-Arabie en met name Israel aan te vallen met Scud-raketten - terreurwapens die veel te onnauwkeurig zijn om voor militaire doeleinden van veel nut te zijn.

Het idee hierachter is in te spelen op al dan niet latente anti-Israelische gevoelens onder de bevolkingen van de Arabische landen die het anti-Iraakse front steunen. Saddam probeert een Israelische tegenactie uit te lokken (een zionistische aanval op een Arabisch broedervolk! Schaart u aan onze zijde!) en, zolang die uitblijft, zijn imago te versterken van de krachtige Leider die nu eens eindelijk de joden aanpakt en voor de vertrapte Arabieren opkomt. De Iraakse leiders hebben zonder twijfel grootse volksbetogingen voor ogen die regeringen dwingen eieren voor hun geld te kiezen en zich achter Saddam Hussein te scharen in zijn heilige oorlog tegen de joodse staat. Als die regeringen, de Egyptische voorop, zich van de anti-Iraakse coalitie zouden afkeren zouden de geallieerden in grote problemen komen.

Variant

In feite is dit een variant op Iraks eerdere inspanningen om de bezetting van Koeweit te koppelen aan de Palestijnse zaak, die wel aansloegen - alleen niet in de landen waarop werd gemikt. En zo is het nog steeds: bij de Egyptenaren, die de zeer slecht behandelde Egyptische gastarbeiders in Irak in het achterhoofd houden, blijven voorlopig de anti-Iraakse gevoelens de anti-Israelische overheersen. In Syrie lijkt de regering van president Assad onverminderd de bevolking onder controle te hebben. Damascus heeft ook niet de gewoonte zich veel aan te trekken van eventuele oppositionele geluiden.

De Scud-aanvallen dienen nog een tweede doel: de burgerbevolking van het getroffen land demoraliseren, zoals in de oorlog tegen Iran het moreel van de Iraanse bevolking met de 'stedenoorlogen' werd ondermijnd. Uiteindelijk heeft het Iraakse dreigement de raketten van een chemische lading te voorzien een belangrijke rol gespeeld bij het Iraanse besluit in juli 1988 het hoofd in de schoot te leggen. Het was immers een concreet dreigement: Irak had tevoren tegen de Koerden en tegen het Iraanse leger getoond er geen enkele moeite mee te hebben om chemische wapens daadwerkelijk te gebruiken. De raketaanvallen op Israel vallen ruwweg in de eerste categorie; die op Saoedi-Arabie in de tweede.

Zelfs zijn krijgsgevangenen heeft Saddam Hussein inmiddels gekoppeld aan de Palestijnen. Hij is bereid, zo heeft hij laten weten, te bekijken of relevante Geneefse conventies bindend zijn (geheel in strijd met die conventies) als ze ook van toepassing worden verklaard op de Palestijnen in door Israel bezet gebied. Het is tevens een nieuw voorbeeld van Iraks pogingen de aandacht van eigen inbreuken op het internationaal recht af te leiden naar andermans activiteit.

Opvallend is dat zowel de bezetting van Koeweit als de kwestie van de krijgsgevangenen niet onmiddellijk aan de Palestijnen werd gekoppeld. In eerste instantie werd de bezetting van Koeweit gemotiveerd als bijstand aan de Koeweitse oppositie tegen haar regering en werden de krijgsgevangenen zonder omwegen als menselijk schild tegen geallieerde aanvallen op Iraakse strategische plaatsen aangeduid. Mogelijk had Bagdad zich wat dat laatste betreft misrekend in de geallieerde reactie, en vormt deze koppeling een tactische terugtrekking.

Ook de islam is een Iraaks wapen in zijn oorlog. De islam, die in eigen land absoluut geen politieke rol mag spelen, wordt internationaal juist als politiek werktuig gebruikt. Voor de moslims in de buitenwereld spreekt Saddam de bloemrijke taal van zijn vroegere doodsvijand imam Khomeiny, meldt hij bombardementsschade in de shi'itische heilige steden Nejaf en Kerbala en probeert hij het Saoedische regime onmogelijk te maken als Hoeder van de voornaamste heilige plaatsen van de islam.

En verder gebeurt er aan Iraakse zijde eigenlijk maar weinig. Met de weersomstandigheden als bondgenoot gaat Saddam de niet te winnen militaire strijd uit de weg en voert hij slechts een politieke oorlog tegen de geallieerden, die weer vastbesloten zijn alleen een militaire strijd te leveren - zie hun aandrang op Israel geen vergeldingsactie tegen de Iraakse aanvallen te ondernemen. De Palestijnse kwestie, de islam, de meer seculiere propaganda (zoals de melding van een voltreffer op een fabriek van zuigelingenmelk of die op het Nationaal museum in Bagdad - waarnemers vragen zich al af waar de aanvallen op de bejaardentehuizen, de kraamklinieken en de kleuterscholen uit de oorlog tegen Iran blijven), en ook dreigementen met terrorisme, die in dezelfde categorie vallen, het zijn de enige wapens waarover Irak beschikt en Saddam zal ze ongetwijfeld ten volle uitspelen. Maar het zijn wel middellange-termijnwapens, en het is zeker dat de geallieerden zullen proberen hem militair uit te schakelen voor zijn politiek gaat werken.