Hoger bankpersoneel eist 4, 5 pct. loon erbij

UTRECHT, 23 JAN. De vakbond VHP voor hoger personeel bij banken en verzekeringsbedrijven zal in de komende onderhandelingen over een collectieve arbeidsovereenkomst voor het bankbedrijf (115.000 werknemers) 4, 5 procent loonsverhoging eisen. De bond ziet niets in verdere collectieve arbeidsduurverkorting.

De VHP streeft voorts naar verlaging van de vut-leeftijd naar 60 jaar (nu 60, 8 jaar). Ook bij het bereiken van veertig dienstjaren moet het mogelijk zijn vervroegd uit te treden, aldus de bond. Werknemers moeten volgens het hoger personeel de mogelijkheid krijgen om onderdelen van het arbeidsvoorwaardenpakket tegen elkaar uit te ruilen. Zo zou het recht op arbeidsduurverkorting geruild moeten kunnen worden tegen bijvoorbeeld een hoger salaris of een lagere vut-leeftijd. “A la carte-elementen”, noemt de VHP dat.

Met het standpunt over arbeidsduurverkorting staat de VHP lijnrecht tegenover de Dienstenbond FNV. Die wil in de komende CAO afspraken maken over invoering van de vierdaagse werkweek op termijn. In ruil daarvoor heeft de FNV-bond de looneis beperkt tot een vergoeding voor de gestegen kosten (circa 2, 8 procent).

Als er met de bankwerkgevers geen zaken over een vierdaagse werkweek en andere werkgelegenheidsverlangens kunnen worden gedaan, komt de FNV-bond met een looneis van maximaal 6 procent. De Bond houdt er ernstig rekening mee dat het hierop uitdraait, omdat behalve de bankwerkgevers en de VHP ook de betrokken CNV-bond niet zwaar tilt aan korter werken. Toch wil de FNV-bond een “serieuze poging” wagen. Desnoods komen er alleen maar afspraken uit de bus over invoering van een vierdaagse voor individuele werknemers of in bepaalde bedrijfsonderdelen. Daarvan zou dan “een olievlekwerking” kunnen uitgaan, aldus de Dienstenbond FNV.

De onderhandelingen voor de nieuwe cao in het bankbedrijf beginnen in maart. (ANP)