Helft van alle deelnemers aan cursus haakt af; Omscholen leraar vaak moeilijk

WOERDEN, 23 jan. - Een complete MAVO-school had zich bij H. den Besten gemeld. Of hij als 'omscholingscoordinator' de leraren aan een onderwijsbevoegdheid in de economie kon helpen. Een ander vak waar tegenwoordig behoefte aan bestaat mocht ook - als het maar aan nieuw werk hielp. De meeste leraren verwachtten dat ze lesuren of zelfs hun hele baan zouden verliezen na de gedwongen fusie met een scholengemeenschap in de buurt.

Den Besten had de verwachtingen van deze “katten in het nauw” meteen maar getemperd. Ze waren nu bij het LIOS, het Landelijk Intermediair Onderwijs Scholing te Woerden. Niet bij een van die commerciele instellingen die in glanzende folders de werkloze lerares Engels een wiskundeknobbel beloven zodat ze meteen verder kan in de informatiekunde.

Bij het LIOS weten ze wel beter. Omscholing mag tegenwoordig dan alom gelden als magische weg waarlangs tekorten en overschotten op de arbeidsmarkt elkaar kunnen vinden. Die weg is echter bochtig en glad; het gaat met kleine stapjes vooruit, met vallen en opstaan, zo meldde Den Besten vaderlijk de MAVO-school.

Sinds 1989 schoolt het LIOS docenten uit het middelbaar beroepsonderwijs en voortgezet onderwijs om die door fusies en inkrimpingen werkloos zijn of dat dreigen te worden. Ze verwacht nieuw werk van de basisvorming - de nieuwe opzet van het voortgezet onderwijs - waarbij vele scholen moeten fuseren en nieuwe vakken op het lesrooster komen, zoals techniek.

Het LIOS, waarin sociale partners en overheid samenwerken, zet zich af tegen de hooggespannen verwachtingen waar commerciele instellingen in grossieren. Een van die projecten waarbij leraren werden omgeschoold tot beroepen in het bedrijfsleven geldt inmiddels als een mislukking. De uitval tijdens de lange cursussen was hoog, het aantal deelnemers dat er geen baan mee kreeg zo mogelijk nog hoger. Den Besten prijst het LIOS gelukkig dat het geen commercieel bureau is “dat nu eenmaal succes moet verkopen.”

Een niet-commerciele status blijkt echter evenmin succes te garanderen. Van de 200 deelnemers die tot nu toe via het LIOS een omscholingscursus bij een lerarenopleiding volgden, haakte de helft af. Een deel hiervan gaf er de voorkeur aan op hun eigen school bij ziekte een collega te vervangen. Een ander gedeelte verkeek zich op de zware eisen van de omscholingscursus. Van de resterende honderd die de cursussen wel afmaakten, heeft het merendeel nog geen baan gevonden.

Betere selectie is volgens Den Besten een deel van het antwoord op deze problemen. De deelnemer heeft volgens hem de meeste kans van slagen als de prive-omstandigheden gunstig zijn, het nieuwe vak in de buurt van het oude blijft, en de omscholing niet te lang duurt.

Wie enige tijd werkloos is, heeft volgens Den Besten ook niet meteen de discipline die nodig is voor de scholing. Daarom biedt het LIOS orientatiecursussen waar de wachtgelder wordt “uitgedeukt om weer op de arbeidsmarkt te functioneren”. Ook de huiselijke omstandigheden van de deelnemers kunnen verschil maken. “Als er vijf kinderen op de achtergrond krijsen bij iemand die belt om een scholingscursus, ben ik zeer sceptisch”, aldus Den Besten.

De mogelijkheden om verder te bouwen op vakken waar nu een overschot heerst, zijn niet al te groot, zo blijkt uit het overzicht van het LIOS. Voor taaldocenten zijn er nog de toeristische beroepsopleidingen, maar veel eerstegraads leraren beschouwen dat als een degradatie. Hun oude functie in het voortgezet onderwijs betaalde beter dan een baan in het beroepsonderwijs. Omscholing tot leraar Duits, waaraan steeds meer behoefte is, heeft dit nadeel niet.

Leraren geschiedenis en aardrijkskunde komen vooral bij algemene economie terecht. Bedrijfseconomie is echter weer een brug te ver. Bovendien lopen cursussen in die richting hetzelfde risico als bestaande lerarenopleidingen op dit gebied: het merendeel van de afgestudeerden gaat liever als 'trainer' het beter betalende bedrijfsleven in.

Voor het dichten van het gat tussen overschotten en tekorten op de arbeidsmarkt leent het omscholingsprogramma van het LIOS zich nauwelijks. Er zijn maar enkele deelnemers voor omscholing in beruchte 'tekortvakken' als natuur- en scheikunde. “Het zijn kennelijk moeilijker vakken dan wiskunde, waar omscholing wel lukt.”

Een andere manier om de uitval te beperken is de garantie dat aan het einde van de rit een baan wacht. Den Besten: “Zo'n worst heb je nodig, want de vrouw vraagt om aandacht, de kinderen willen weten waar pappie blijft en de voetbal op tv gaat ook steeds meer lonken”.

Het LIOS kan een baan echter niet garanderen, evenmin als al die andere opleidingen. De stichting stuurt de schooldirecteur van de deelnemer wel een soort intentieverklaring dat 'al het mogelijke zal worden ondernomen om een benoeming in een vacature te realiseren'. Den Besten erkent dat ook hij daarmee het risico loopt verwachtingen te wekken die niet kunnen worden waargemaakt.

Ook voegt de intentieverklaring niet veel toe aan de verplichting die minister Ritzen de schoolbesturen wil opleggen om bij voorrang wachtgelders in dienst te nemen. De meeste deelnemers van het LIOS hebben wachtgeld. Den Besten meent echter dat de intentieverklaring wel de betrokkenheid vergroot van de schoolleiders bij de inschakeling van meer werkloze leraren. Een wettelijke verplichting alleen helpt volgens hem niet; hij vermoedt dat veel directies zullen proberen onder de regeling van Ritzen uit te komen.

    • Kees Versteegh