Fusie van spaarbanken van de baan

ROTTERDAM, 23 JAN. De voorgenomen fusie van de Cooperatieve Vereniging van Bondsspaarbanken (COOP) met de SNS-Groep (de SNS Bank in Eindhoven en de Bondsspaarbank Midden- Noord- en Oost-Nederland te Amersfoort) is van de baan.

Verschil van mening tussen de leden van de COOP heeft ertoe geleid dat de vereniging wordt opgeheven.

Klanten van de verschillende spaarbanken zullen van het uiteenvallen van de COOP vooralsnog niets merken, zegt mr. W. F. van Leeuwen, voorzitter van het COOP-bestuur. De banken zetten op de oude voet hun werkzamheden voort en zoeken al dan niet nieuwe fusiepartners. Voor de dertig medewerkers van het COOP-bureau, dat is fasen wordt opgeheven, wordt ander werk gezocht.

De mislukking van de vorig jaar maart aangekondigde spaarbankenfusie vloeit voort uit de behoefte van een aantal COOP-leden hun zelfstandigheid zoveel mogelijk te bewaren. “Een aantal kon zich niet vinden in een opgelegde fusie”, aldus Van Leeuwen. Het fusieplan voorzag in de vorming van een groep die met een balanstotaal van 12 miljard gulden de tweede spaarbankcombinatie in Nederland zou vormen, na de Verenigde Spaarbank (VSB) die een balanstotaal van 15 miljard heeft.

De qua belanstotaal grootste groep COOP-banken (1 miljard gulden) wil toch samengaan met de SNS-Groep. Het betreft de spaarbanken Alblasserdam, Buren, Gorinchem, Haastrecht, Ruinen en Tiel. Als ook de door Van Leeuwen geleide spaarbank Centraal en Oostelijk Nederland toetreedt - onderzoek hiernaar is vrijwel afgerond - ontstaat een combinatie met 2400 medewerkers, 335 kantoren en een balanstotaal van ongeveer 12 miljard gulden.

De spaarbanken Mijdrecht, Gieten, Vlagtwedde, Breukelen, Huissen en De Wijk (met een gezamenlijk belanstotaal van zo'n kwart miljard) overwegen samenwerking met de VSB te Utrecht. Samen tellen ze 3500 medewerkers en 380 vestigingen. De VSB zou hen een grotere vrijheid voor eigen beleid laten dan bij opgaan in de SNS-groep het geval is.

De resterende COOP-leden, met een balanstotaal een half miljard gulden, overwegen regionale combinaties en kleinere samenwerkingsverbanden aan te gaan of hechten eraan zelfstandig te blijven.

De COOP werd in 1980, toen in Nederland nog 250 verschillende spaarbanken ('de spaarbank de S') actief waren, opgericht door een aantal kleine, zelfstandige spaarbanken. Ze zochten onderlinge samenwerking op gebieden als kredietverlening, marketing en automatisering. De aanhoudende concentratie van financiele instellingen, versterkt door de nadering van een uniforme Europese markt, dwong ook veel spaarbanken er het afgelopen decennium toe op te gaan in een groter geheel. Nederland kent nu nog zo'n twintig verschillende spaarbank(groepen).

Volgens COOP-voorzitter Van Leeuwen, beoogd lid van het bestuur van de SNS-Groep, paste de formule van de cooperatieve vereniging niet langer bij de huidige ontwikkelingen. Volgens hem is krachtenbundeling van de spaarbanken noodzakelijk, evenals meer centrale sturing. “Alleen door bundeling van volume kan je een partij van betekenis worden en een aantrekkelijke partner op de Europese markt vormen.”