Europees parlement op bres voor inspraak werknemers

STRAATSBURG, 23 JAN. De vorming van een Europese vennootschap zonder regeling van de medezeggenschap voor werknemers is ondenkbaar. Dit zei Europees commissaris M. Bangemann gisteren in het Europees parlement in Staatsburg.

Bangemann zei dat de Commissie tegemoet zal komen aan de uitdrukkelijke wens van het parlement de oprichting van een Europese vennootschap te koppelen aan een regeling over de zeggenschap. Binnen het parlement hebben drie belangrijke politieke stromingen (sociaal-democraten, christen-democraten en conservatieven) hierover overeenstemming bereikt.

Bangemann deelde de kritiek van het parlement dat de Europese eenwording tot dusver te veel in het teken van de economische integratie heeft gestaan en dat het 'sociale gezicht' van Europa nog nauwelijks uit de verf is gekomen. “Het is waanzin te denken dat sociale vooruitgang de economische doelmatigheid zou belemmeren”, aldus de commissaris.

Over een aparte rechtsvorm voor Europese ondernemingen wordt binnen de Europese Gemeenschap al decennia gepraat. De besprekingen liepen telkens stuk op nationale tegenstellingen. Niettemin bestaat er in het Europese besdrijfsleven grote behoefte aan een juridisch kader dat aansluit bij de schaalvergroting op de interne Europese markt.

Onderdeel van het bereikte compromis is dat de vorming van een Europese vennootschap (voorlopig) niet wordt verplicht. Bedrijven die grensoverschrijdend opereren houden de mogelijkheid de rechtsvorm te kiezen die het land van (hoofd)vestiging voorschrijft. Onmiddellijke gevolgen heeft het compromis nog niet, omdat de voorstellen nog niet definitief zijn en uiteindelijk door de Europese ministerraad moeten worden vastgesteld. Naar verwachting gaan hier nog wel enkele jaren overheen. Bangemann toonde zich evenwel optimistisch. “Ik voorzie nauwelijks nog politieke problemen. Wel zijn er tal van technische moeilijkheden, maar die zijn er om te overwinnen. “

Het parlement wil bedrijven die een Europese vennootschap oprichten voor de regeling van de zeggenschap (informatie, consultatie, controle) van werknemers de keuze geven uit drie varianten. Daarin wordt aansluiting gezocht bij de bestaande verschillen tussen de twaalf lidstaten. Het verst gaat de Duitse variant, waarin de werknemers invloed hebben op de samenstelling van (een deel van) de raden van bestuur en commissarissen. In het tweede model wordt de medezeggenschap geregeld via een vertegenwoordigend orgaan, vergelijkbaar met onze ondernemingsraad. In de derde variant wordt de zeggenschap geregeld in een contract na onderhandelingen tussen werkgever en werknemers. Dit sluit meer aan bij de in Groot-Brittannie en Zuideuropese landen gegroeide praktijk. Voorkomen moet worden, aldus het parlement, dat vorming van een Europese vennootschap leidt tot uitholling van verworven medezeggenschap.

Commissaris Bangemann zei gisteren dat het voor ondernemingen fiscaal administratief attractief moet worden gemaakt te kiezen voor de Europese vennootschapsvorm, maar dat dit er niet toe mag leiden dat bedrijven die dat niet willen worden gediscrimineerd.