Deportatie joden uit psychiatrische inrichting herdacht

APELDOORN, 23 jan. - Bij het vorig jaar onthulde monument in het Prinsenpark in Apeldoorn werd gisteren voor het eerst officieel de deportatie herdacht van 1.500 joodse patienten en personeelsleden van de psychiatrische inrichting Het Apeldoornsche Bosch.

Het organiserend comite was zich er tevoren van bewust dat het herdenken van joodse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog nu extra beladen zou zijn, gelet op de Golfoorlog, maar vond dat geen reden om de herdenking af te gelasten.

W. Nauta, lid van het organiserend comite, haalde in haar openingswoord de woorden van de burgemeester van Tel Aviv aan, die temidden van de puinhopen na een Iraakse raketinslag had gezegd: “We moeten doorgaan met leven, proberen van het leven te genieten.” De tientallen politie-agenten, aanwezig met het oog op mogelijke terreuraanslagen, waren het enige teken dat er meer aan de hand was dan een herdenking.

Rabbijn J. S. Jacobs, werkzaam bij het huidige joodse psychiatrische ziekenhuis het Sinai-centrum, was na afloop een van de weinigen die toegaven dat hun gedachten tijdens de herdenking meer waren bij de huidige situatie dan bij het verleden. “Het jodendom herdenkt in principe nooit, tenzij er een les in zit voor de toekomst. Deze herdenking is door de verschrikkelijke actualiteit zo echt, dat nu eigenlijk alleen het heden telt.”

Het Apeldoornsche Bosch werd in 1909 geopend als instelling van de Vereeniging Centraal-Israelietisch Krankzinnigengesticht in Nederland. Het groeide uit tot een grote, moderne psychiatrische inrichting. In de oorlog bevonden zich in Het Apeldoornsche Bosch de meeste joodse verpleegden in Nederland.

In 1942 moest het joodse personeel op last van de Duitse autoriteiten worden ontslagen, maar van personeelstekort was geen sprake. Met name joodse arbeidskrachten uit Amsterdam kwamen graag naar Apeldoorn omdat ze zich daar veilig waanden. In de nacht van 21 op 22 januari 1943 werd de kliniek echter ontruimd. Vijftig personeelsleden en 1.200 patienten werden gedeporteerd naar Auschwitz, het overige personeel via Westerbork naar andere kampen. Apeldoorn was hiermee 'Judenrein' gemaakt. Uit Auschwitz kwam niemand terug, van het overige personeel overleefden waarschijnlijk veertien mensen de kampen.

Na de oorlog kwam de zorg voor joodse psychiatrische patienten weer langzaam op gang. Het vroegere gebouw van het Apeldoornsche Bosch was te groot voor de gedecimeerde joodse gemeenschap. In 1960 werd in Amersfoort een aanvankelijk kleine inrichting voor joodse psychiatrische patienten geopend, het huidige Sinai-centrum. Het heeft nu 200 patienten. Daarnaast zijn er ongeveer 1.000 patienten van alle leeftijden die een beroep doen op de Joodse Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg in Amsterdam.

In de de eerste helft van vorig jaar had 47 procent van de aangemelde patienten te maken met post-traumatische ervaringen. Bijna negentig procent daarvan bleek oorlogsslachtoffer van de eerste of tweede generatie te zijn. Volgens rabbijn Jacobs zal door de Golfoorlog opnieuw een grote groep joden een beroep moeten doen op de geestelijk gezondheidszorg. “Bij de rabbijnen en maatschappelijk werkers loopt het zeker na de aanval van vannacht storm. Ik voorzie dat door de angst en onzekerheid die onder de joden leeft, de joodse geestelijke gezondheidszorg haar nut eens te meer zal bewijzen.”