De Stroperige Staat (4)

Het was te verwachten: het kabinet heeft zo veel nachtelijke uurtjes aan het scherm gekluisterd gezeten en spannende telefoontjes aangepakt dat het serieuze bezuinigingswerk er overdag een beetje bij is ingeschoten. De Tussenbalans balanceert op de rand van de vergadertafel.

De ministers waren voor kerstmis juist opgehouden de president van de Nederlandsche Bank voor herfstlijder uit te maken. De eerste ballonnetjes waren opgelaten en door het ground-to-air geschut van de gevestigde belangen neergehaald. Kortom, de stemming kwam er aardig in. Nederland zou er twee weken na Nieuwjaar geheel anders uit zien, waarschuwde De Leiding. Niet rijker, maar wel gezonder. Tot de huidige stilte intrad.

Niemand gaat natuurlijk met Mient-Jan de straat op om te roepen waar de bezuinigingen blijven. Het land wacht bovendien al een paar jaar op spijkers met koppen. Het CDA-VVD-kabinet hield eind 1988 op met regeren, al viel het pas maanden later. Na de verkiezingen van september 1989 stelde minister-president Lubbers voor de problemen 'werkende weg' aan te pakken. Wacht maar op de Paasbrief 1990. Die zou preciseren wat het regeerakkoord van de nieuwe coalitie tactvol in het midden had gelaten.

Die Paasbrief is nooit gekomen. De oppositie is bevriend of in verwarring. De Begroting 1991 zou in september het kader ineens goed aangeven. Zelden werd in een begroting zo blauwogig toegegeven dat de tafel overhaast was afgeruimd voor Prinsjesdag: de miljarden kruimels die onder het kleed waren geveegd zouden in januari bij een speciale Mid term review fundamenteel onder ogen worden gezien. Gelukkig is de naam van het spel inmiddels gewoon 'Tussenbalans', maar fundamenteel moet het nog worden.

Alles is betrekkelijk, maar het gaat om een noodzakelijk geachte bezuiniging van zeventien miljard op de collectieve sector tot 1994. Daarbij inbegrepen maatregelen tegen het explosief toenemende beroep op vooral de Ziektewet en de WAO. Formeel zijn dat verzekeringen, die dus niet op de begroting van de staat drukken, maar de burger moet werkende weg evengoed het geld opbrengen.

De werkelijkheid in gezond vergrijzend Nederland is dat een op de zes werkenden niet kan werken. De Ziektewet kost 10 miljard gulden in 1991. De meer dan 800.000 arbeidsongeschikten vergen 21 miljard gulden. Via een regeling waarin men bij invoering 200.000 klanten verwachtte en die nu op weg is naar het miljoen. Vandaar dat Lubbers zijn politieke lot aan het tegenhouden van die blamage heeft verbonden. Wie beperkingen voor de WAO suggereert - de premier incluis - stuit tot nog toe echter op een solide taboe.

De minister van sociale zaken in de eerste twee kabinetten-Lubbers, J. de Koning, is intussen tot de overtuiging gekomen dat Nederland deze weelde niet langer kan dragen. Dat het financieringstekort (meer dan driehonderd miljard) en het beslag van de collectieve lasten op het nationaal inkomen onaanvaardbaar groot zijn geworden staat voor hem vast. Opmerkelijker is dat hij ook bereid is concrete maatregelen te noemen die tot voor kort onnoembaar waren.

Nederlanders zijn aan erg veel zekerheid gewend geraakt, zegt De Koning, “pech bestaat niet meer”. Heel aardig zolang het is op te brengen, verre te verkiezen boven de nachtwakerstaat, maar er is iets scheef gegroeid. Dat komt volgens hem vooral omdat regelingen, die waren ontworpen om mensen in bepaalde behoeften tegemoet te komen, zijn verworden tot onwrikbare rechten. “De club van rechthebbenden blijkt in de praktijk vaak veel groter dan de club van behoeftigen”.

De Koning: “We kunnen nu niet meer met vage maatregelen komen. Er moet daar bezuinigd worden waar de stijgingen het grootst zijn geweest, dat zijn de overdrachtsuitgaven. Het meest kans van slagen hebben nieuwe, objectieve criteria. Het ambtelijk apparaat kan niet de persoonlijke behoeften van ieder individu peilen. Als formeel de omstandigheden gelijk zijn dwingt de rechter ook tot gelijke behandeling.

“Om een voorbeeld te noemen, het zou goed zijn geen huursubsidie meer te geven aan mensen onder de 30 of 35 jaar, zolang je maar een hardheidsclausule hebt voor noodgevallen. Dat zou een nuttige sanering geven en symboolwaarde hebben. Jongeren profiteren van een aantal financiele garanties die veel geld kosten en die zij minder nodig hebben. Het is beter dat zij vroeg leren op eigen benen te staan in plaats van op die van de gemeenschap.”

In ruimere zin ziet de oud-bewindsman meer vaste rechten op kosten van de samenleving die eraan toe zijn hun vanzelfsprekendheid te verliezen: “Het recht op mobiliteit bijvoorbeeld: waarom is het vanzelfsprekend dat de staat tweederde van tram en bus bijbetaalt en vijftig procent van ieder treinkaartje? Verhogen van de maximale klassegrootte in het onderwijs met vier kinderen zou miljarden opleveren, maar nu gaan onderwijskrachten al massaal de WAO in ... De cultuur is veranderd. En neem de bejaardenverzorging, een groot goed, maar in veel landen wordt het minder als een onaantastbaar recht beschouwd dat het inkomen van de kinderen buiten schot blijft.”

Het zwaarste geschut richt de oud-minister van sociale zaken op de WAO. Premieverschillen voor bedrijven met veel of weinig WAO-klanten acht hij haalbaar en aanstaande. Maar er moet meer. “Een derde van de WAO-trekkers is afgekeurd op grond van psychische klachten. Een aanzienlijk deel daarvan is jonger dan 35 jaar. Artsen hebben de neiging nieuwe kandidaten ook dat recht te geven. Het is lastig om iemand zijn stress te ontzeggen. Je zou voor de WAO een minimumleeftijd kunnen overwegen. Ik denk bovendien dat je met een grof middel de (vooral in de grote steden weggevallen) sociale controle kan vervangen: door het aantal (gedeeltelijk) afgekeurden aan een budget te binden. Dat dwingt artsen en ambtenaren te kiezen, niet tussen goed en kwaad, ziek of niet-ziek, maar tussen erg en minder erg. Dat bestaat al bij de 'bijzondere bijstand'. Waar het om gaat is dat je de gegroeide anonimiteit van verstrekken en ontvangen bij veel van die regelingen doorbreekt, opdat zij in hun uitwerking weer sober en billijk worden.”

Het is een pijnlijk pakket. Tijdens de eerste kabinetten-Lubbers was de tijd er kennelijk nog niet rijp voor. Een door Lubbers geopperde maatregel noemt De Koning ook nu nog niet: het uit de WAO weren van mensen die niet op het werk, maar thuis, op straat of voetballend hun geschiktheid te arbeiden verliezen. Beperken tot het beroepsrisico heeft iets willekeurigs, maar is gebruikelijk in veel andere landen. In iedere variant bespaart het plan miljarden op de WAO.