De branie van Turgut Ozal slaat niet aan bij de Turken; 'Nog nooit heb ik met zo weinig zo'n grote slag geslagen'

ISTANBUL, 23 jan. - De paniek die gistermiddag korte tijd heerste in de al sterk leeggelopen stad Adana en omstreken, nadat de Amerikanen per ongeluk een Patriot-afweerkraket hadden afgevuurd, die zelfs eigen terugkerende toestellen bedreigde, was in zekere zin symbolisch voor de angstige onzekerheid waarin Turkije de laatste dagen verkeert.

De nabijgelegen vliegbasis Incirlik, die de regering vorige week Amerikanen ter beschikking stelde voor aanvallen op Irak, voedde aanvankelijk een soort branie van de kant van president Turgut Ozal: “Nooit eerder in mijn leven heb ik zo'n winstgevende slag geslagen door zo weinig te geven.” Turkije, zei hij ook, zou uit deze oorlog te voorschijn komen als militair en economisch superieure “supermogendheid”.

Zoals Ozal na de tweede augustus moet hebben geloofd dat de oorlog elk moment kon uitbreken, zo moet hij er vorige week nog van zijn uitgegaan dat die oorlog, eenmaal uitgebroken, slechts enkele dagen zou vergen. Nu het een affaire van wat langere duur lijkt te gaan worden komt hij opnieuw in de problemen.

In het binnenland, waar hij eigenlijk nauwelijks over toegewijde medestanders beschikt, kost het hem moeite de zorgen over een mogelijke totale Turkse betrokkenheid bij de oorlog te blijven wegwuiven. Zal de, in Bonn en Brussel ter discussie gestelde, automatische NAVO-solidariteit Irak voldoende afschrikken om van een raketaanval - waarvoor Adana nu eigenlijk aan de beurt is - af te zien?

Dat de situatie rondom Incirlik, dat al dagen dient als basis vomassale operaties tegen Irak waarover de hele wereld spreekt, nog steeds op de Turkse staatsmedia wordt stilgezwegen wijst op een struisvogelpolitiek die zijn weerga niet kent en die de Turken langzamerhand behoorlijk boos maakt. “Zoiets is zeker in Engeland, maar ook in Israel ondenkbaar.”

Zij valt ook niet te rijmen met de vele maatregelen die voortkomen uit het langzamerhand reele gevaar van een 'echte' oorlog met Irak: de grootscheepse militaire transporten, het oproepen van honderden artsen en verpleegkrachten uit het westen van het land, die zich per trein of bus naar het verre oosten moeten begeven, waarover de kranten wel berichten maar waaraan “officieel” geen aandacht wordt besteed. Grote verbittering heerst in het zuidoosten ook over het achterwege blijven van elementaire maatregelen ter bescherming van de burgerbevolking.

Maar ook ten opzichte van het buitenland wordt Ozals positie er niet makkelijker op. Zijn honderd procent meegaan met de Amerikaanse koers wekt ongerustheid in de Arabische en islamitische wereld, niet alleen bij landen die Saddam Husseins invasie van Koeweit gedoogden of die een min of meer neutrale houding innamen, zoals Libie en Iran - dat eergisteren Alireza Moayeri als verontruste boodschapper zond - maar ook bij landen die deel uitmaken van de 'coalitie' zoals Syrie en zelfs Marokko. En vandaag wordt een andere bondgenoot die vindt dat Ozal zich te veel uitslooft, premier Sharif van Pakistan, in Ankara verwacht.

Ozals onverhulde optie op de positie van 'supermogendheid' moet bij al deze landen de vraag hebben opgeworpen of deze niet zal neerkomen op die van een soort 'superveldwachter' ter handhaving van een Pax Americana in het Midden-Oosten waardoor dan ook de islam dreigt te worden bedwongen. En hoezeer Ozal zich ook beijvert te betogen dat hij niet is geinteresseerd in gebiedsuitbreiding ten koste van Irak - de (nog vijftien jaar) olierijke provincies Mosul en Kirkuk - het is nu eenmaal algemeen bekend dat er in Turkije zulke ambities bestaan, die in een vroeg of laat onvermijdelijk post-Ozaleaans tijdperk wellicht niet meer zullen zijn in te dammen.

Zowel in het binnenland als in het Midden-Oosten moet het Ozal moeilijk vallen te doen vergeten dat hij jarenlang een heel ander soort politiek heeft verdedigd en gevolgd: die van maximale vriendschap en nabuurschap met zoveel mogelijk landen uit de islamitische en Arabische wereld. Dat was op zijn beurt een bewust terugkomen van de gedurende de jaren vijftig gevolgde dienstbaarheid aan Westerse, 'kolonialistische' landen als Frankrijk en Engeland, die zich verzetten tegen de aspiraties van Algerijnen en Egyptenaren.

Tijdens de Golfoorlog tussen Irak en Iran (1980-1988) heeft Ozal een strikte neutraliteitspolitiek in acht genomen die zijn land ook op commercieel gebied geen windeieren heeft gelegd. Ankara lijkt zich nu te verwijderen, niet alleen van Irak maar ook van Iran. Misschien laat Ozal, die strikt commercieel denkt, zich hierbij mede leiden door het verschijnsel dat de Turkse handel met het Midden-Oosten enorm terugloopt, ten gunste van die met het Westen. Maar het zal hem moeite kosten deze koers aan zijn volk te verkopen, zeker nu daar de factor van het oorlogsgevaar bijkomt.

    • Frans van Hasselt