'Begeleiding door Open Universiteit moet beter'

ROTTERDAM, 23 jan. - De Open Universiteit moet haar studenten beter gaan begeleiden en zich daarom bezinnen op het functioneren van haar 18 studiecentra in het land.

Daardoor zullen studenten mogelijk vaker dan nu besluiten een volledig studieprogramma te volgen.

Tot deze conclusie komt de visitatiecommissie onder leiding van de voorzitter van de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek dr. J. Borgman die de afgelopen maanden de Open Universiteit heeft doorgelicht. Volgens de commissie heeft de Open Universiteit zich in de eerste zes jaar van haar bestaan een eigen plaats verworven in het hoger onderwijs en devolwasseneneducatie.

Op dit moment halen naar verwachting maar enkele honderden van de 15.000 studenten die jaarlijks beginnen met een studie na negen tot vijftien jaar het einddiploma. Niettemin is de Open Universiteit volgens de visitatiecommissie een succes en levert zij een “kwalitatief en kwantitatief indrukwekkende prestatie”.

De Open Universiteit bedient in voldoende mate de 'tweede-kanser', studenten die op latere leeftijd alsnog hoger onderwijs willen volgen en vaak niet over de vooropleiding beschikken die de reguliere universiteiten en hogescholen eisen. Het aantal studenten dat al een hogere opleiding achter de rug heeft groeit echter sterk, zo constateert de visitatiecommissie. Deze groep gebruikt de Open Universiteit vooral voor bij- en herscholing.

De didactische kwaliteit van de cursussen ontmoet veel waardering bij de studenten, aldus de commissie. Met haar aanpak heeft de Open Universiteit 'in de roos geschoten'. Er wordt veel expertise in gestoken, al kost het vaak wel moeite die met vakinhoudelijke deskundigheid te integreren. Maar volgens de commissie rendeert deze inspanning wel.