Aanval op Israel maakt politici vastberaden

DEN HAAG, 23 jan. - Dinsdagavond. De Tweede-Kamercommissies voor buitenlandse zaken en defensie overleggen voor de tweede keer in vijf dagen met hun ministers over de Golfoorlog.

De veertien Kamerleden in de Zuilenzaal aan de Lange Poten worden omstuwd door journalisten, publiek en een vijftiental specialisten van de ministeries. De stemming is grimmiger geworden sinds vrijdag. De directe bedreiging van Israel heeft als katalysator gewerkt op de vastberadenheid van de politici. Het nieuws over de marteling van piloten heeft dat gevoel verder versterkt.

Dat is nog niet alles. Bezorgdheid over het vooruitzicht van een langere oorlog dan men had gehoopt en de angstige vraag of de Amerikanen zich niet toch op de zaak verkijken, hebben inmiddels plaats gemaakt voor een gevoel van zekerheid. De moeite die de geallieerden moeten doen om Saddam Hussein op de knieen te krijgen, bewijst immers diens enorme militaire kracht. Daarmee is in de ogen van kabinet en Kamer de militaire actie achteraf nog meer gerechtvaardigd.

Minister Van den Broek van buitenlandse zaken wijst erop dat Saddam Hussein door het traineren van de strijd zal blijven proberen de standvastigheid van de coalitie-landen te ondermijnen. Deze verdekte waarschuwing aan het parlement is overbodig: de Nederlandse Patriot-stellingen hadden wat alle fracties behalve Groen Links betreft dit weekeinde met bemanning en al naar Israel gemogen. En Turkije kan op Nederlandse bijstand rekenen als het door Irak wordt aangevallen.

Ook de PvdA, die steeds als het uitbreiding van Nederlandse taken in de Golf betrof de tijd nam voor nadere overwegingen, laat haar reserves vallen. “Als functioneel kan worden bijgedragen aan een concreet gebleken behoefte van partners dan zullen wij daar serieus op ingaan”, zegt het fractielid Melkert in de fraseologie van het Binnenhof. “Het is niet zo dat voor de Partij van de Arbeid de grenzen aan de Nederlandse bijdragen zijn bereikt”, voegt hij daar zelf ter vertaling aan toe. De PvdA zit in de boot van de Golfoorlog en zij heeft besloten mee te roeien. “Op dit moment heeft het geen zin te pleiten voor Westerse onderhandelingsinitiatieven”, stelt Melkert zelfs koeltjes vast. Hij accepteert daarmee de argumentatie van minister Van den Broek dat de pogingen tot openingen voor een gesprek uit Bagdad dienen te komen. En ook dat elke wapenstilstand zonder een grote mate van zekerheid dat deze tot een oplossing van het conflict leidt, alleen maar gevaarlijk is voor de coalitie-strijdkrachten. Saddam krijgt dan immers gelegenheid zijn troepen te hergroeperen en te versterken.

Zelfs naar het strijdgebied gaan nu Nederlandse grondtroepen: een medische eenheid van dertig mannen en vrouwen, gekozen uit 270 vrijwilligers, zal een Brits veldhospitaal in Saoedi-Arabie bemannen, driehonderd kilometer van de grens met Koeweit. Het kernkabinet van zes ministers heeft dat zojuist besloten. De VVD heeft toch haar zin gekregen. De gretigheid waarmee dat besluit wordt toegejuicht door de parlementsleden in de Zuilenzaal toont aan dat het kabinet nog rustig verder kan gaan. In de wandelgangen liggen de plannen voor het opscheppen: Patriots met bemanning naar Saoedi-Arabie als Israel ze niet nodig heeft. F-16's naar het directe operatiegebied.

Het gevoel meer te willen doen is tastbaar aanwezig op het Binnenhof. Het wordt ook gestimuleerd door het feit dat Nederland weliswaar drie schepen in de Golf onder Amerikaans commando heeft, er Nederlandse Patriots aan de Turk-Iraakse grens staan, munitie aan Amerikanen en Britten is gegeven, gasmaskers en gaspakken zijn verstuurd, tientallen medici aanwezig zijn en een blusboot wordt gefinancierd, maar dat dit in de omringende landen allemaal niet buitengewoon opvalt.

De Israelische regering kent de goede Nederlandse bedoelingen, de Turkse ook. Op het State Department en in het Pentagon weet men van de bijdragen. Generaal Schwarzkopf zal deze ook wel vaag in z'n hoofd hebben. Maar in de opsommingen in de Britse, Franse, Amerikaanse, Duitse en andere media doet Nederland voornamelijk statistisch mee en dan ook nog vrijwel uitsluitend bij de schepen. Wie zijn oor te luisteren legt in het parlement weet dat dit wat steekt. Heeft Nederland bijna en passent een “wezenlijke wijziging in zijn buitenlandse politiek doorgevoerd” (een citaat van de PvdA'er Melkert), wordt dat nog nauwelijks opgemerkt ook.

De wat eigengereide activiteiten van minister Van den Broek met de Patriots voor Israel, vrijdagavond- en nacht, die twaalf uur te laat zijn collega Ter Beek van defensie inlichtte, werden hem gisteren dan ook snel vergeven. Niet alleen omdat hij dit schoonheidsfoutje toegaf, maar ook omdat iedereen het een uitstekend idee vond. Vraag aan de PvdA'er Melkert door de VVD'er Weisglas: had u meegedaan als Israel 'ja' had gezegd? Melkert: “Het antwoord op die vraag is 'ja'.”

De zaak met het 'aanbod' van de Patriots aan Israel laat zich slechts moeizaam reconstrueren; betrokkenen hebben de neiging stukjes uit hun toedracht-beschrijvingen weg te laten en perswoordvoerders spreken elkaar tegen. Na afloop van het Golf-overleg van de commissies met de beide ministers vrijdag zou in een kringetje rond Van den Broek het idee zijn opgekomen. Op een of andere manier (hoe? ) moet dat premier Lubbers ter ore zijn gekomen, want toen deze om zeven uur in het wekelijkse tv-interview de vraag kreeg voorgelegd of er ook Patriots naar Israel konden, zei de premier dit “niet uit te sluiten”.

De hele zaak kreeg vervolgens een eigenzinnige dynamiek. Om half acht werd de opmerking van Lubbers uitgezonden. Contacten met Israel hierover waren er toen nog niet geweest; bij BZ was men ook niets van plan. Om een uur of elf echter belde de Israelische ambassadeur met Buitenlandse Zaken, hartelijk dankend namens zijn regering, waarmee hij (naar aanleiding van het tv-gesprek) even contact had opgenomen. Pas daarna kwam BZ in beweging: de hele nacht vond via ambtelijke kanalen overleg met Israel plaats; om zes uur zaterdagmorgen kwam het antwoord: Jeruzalem zou op andere (Amerikaanse) wijze in de Patriot-behoefte voorzien.

De in Coevorden zijn 46ste verjaardag vierende minister Ter Beek wist toen nog steeds van niets. Ook zijn eigen ambtenaren hadden geen contact met hem opgenomen, hoewel ze al op vrijdagavond om negen uur via het ANP een ontkenning op Lubbers' veronderstelling hadden laten verspreiden. De minister van defensie hoorde er pas van nadat zaterdagmorgen omstreeks elf uur de Israelische ambassadeur via de tv-uitzending van de 'gezamenlijkheid' ontroerd het Nederlandse volk bedankte voor het aanbod. Toen, twaalf uur te laat, kreeg Ter Beek zijn collega Van den Broek aan de telefoon.

“Slordig”, zegt Weisglas (VVD), “knullig”, vindt Kohnstamm (D66), “diplomatiek uit de hand gelopen”, oordeelt Melkert (PvdA). Softe kritiek die de bewindsman met een glimlach incasseert en die de grote consensus in de Kamer niet in het minst doorbreekt. Ook de vertwijfelde pogingen van mevrouw Sipkes van Groen Links om nog met een paar lastige vragen wat scheurtjes in het parlementaire eenheidsfront te slaan, mislukken schromelijk. B52-bommenwerpers zijn er toch niet voor precisie-bombardementen, hoeveel slachtoffers onder de burgers zijn er werkelijk, wat is er waar van het bericht dat er, zogenaamd 'als gevolg van technische fouten', bommen op een Koerdisch dorp in het zuidoosten van Turkije zijn gevallen? Antwoorden krijgt ze niet; op dit moment wil de grote parlementaire meerderheid zich door zulke vragen niet van de wijs laten brengen.