'Zwarte baretten': een vrijgevochten elite-eenheid

MOSKOU, 22 jan. - Vijf doden en tien gewonden wegens een bedreigend telefoontje en seksisme. De 'zwarte baretten' hebben zich zondagavond in Riga gewroken.

In hun witte Volga's kwamen de 20 tot 26 mannen zondagavond aanrijden bij het Letse departement van binnenlandse zaken. Binnen zaten twaalf gewone politiemannen de wacht te houden. Ze schoten aanvankelijk nog terug.

Met hun overmeestering en de bezetting van drie verdiepingen van het gebouw namen de de 'zwarte baretten' echter geen genoegen. Vanuit het gebouw begonnen ze de mensen in het Esplanade-park te bedreigen: “Hee, varken, kom eens dichterbij als je durft, zal ik je wat laten proeven'. Aan de andere kant van het park openden ze het vuur vanuit een hotel. Premier Ivars Godmanis, die daar toevallig verbleef, wist door een achterdeur te ontkomen. President Anatoli Gorbunovs besloot vervolgens voor de zekerheid ook maar op een geheim adres onder te duiken. Niemand wist wat de 'zwarte baretten' nog meer in hun draaiboek hadden staan.

Volgens kolonel Viktor Alksnis, een Moskou-getrouwe Letse communist en een van de apologeten van de nakende machtgreep in de Sovjet-Unie, hebben de Letse nationalisten dit allemaal aan zichzelf te wijten. De 'zwarte baretten' waren in actie gekomen omdat hun vriendinnen bedreigd en zelfs aangerand worden door aanhangers van het Volksfront, wist hij.

De commando's hadden het bovendien al aangekondigd. De nationalistische regering “probeert ons het imago van een duistere kracht te geven”, zo zei kapitein Tsjeslav Mlinisk zaterdag in een ongekend brutaal interview met het onafhankelijke persbureau Postfactum. “Hoewel we, als we echt iets zouden willen ondernemen, wel serieuzere dingen zouden kunnen doen. Ik hoop dat we niet gedwongen zullen worden onze mogelijkheden te tonen”.

De 'zwarte baretten' bestaan nu ruim drie jaar. De zogenaamde 'politie-eenheden voor bijzondere doeleinden' (OMON) werden in november 1987 door het Sovjet-ministerie van binnenlandse zaken per decreet als rellen-brigade ingesteld. De manschappen werden gerecruteerd onder Afganistan-veteranen en parachutisten, twee categorieen militairen met een specifiek soort ressentiment en een even aparte opvatting over heroisch geweld.

In de zomer van 1988 - de perestrojka was in haar optimistische fase aanbeland - begonnen de 'zwarte baretten' zich voor het eerst te manifesteren: bij anti-communistische demonstraties in Moskou. Zeshonderd keer zijn ze sindsdien in de hoofdstad gesignaleerd. Dat leek allemaal heel harteloos maar ook zeer efficient te gaan.

Medio 1989 waren er zo OMON-troepen in de twintig grootste steden van de Sovjet-Unie gevormd. De enige republiek waar ze niet bestaan is Estland. Maar daar zou, volgens premier Edgar Savisaar, de KGB hun taak wel eens op zich kunnen nemen. Hun omvang bleef geheim. In Moskou zelf zijn er 1500 'zwarte baretten'. Op grond daarvan gaat radio-Vrijheid uit van een totale omvang van 25.000 tot 35.000 man. Ze zijn uitgerust met moderne wapens, hetgeen van de gewone diender allerminst gezegd kan worden.

De crux van hun positie zit dezer dagen echter niet alleen in hun mentaliteit, training en bewapening maar ook in hun formele positie. De 'zwarte baretten' hebben steeds twee bazen gehad: het Sovjet-ministerie van binnenlandse zaken (MVD) in Moskou en de republikeinse departementen van binnenlandse zaken. Het eerste betaalt en de tweede geven officieel de opdrachten. Dat is in meer landen zo.

Maar toen de meeste van de vijftien Sovjet-republieken zich 'onafhankelijk' verklaarden, kwamen de troepen van OMON in een gezagsvacuum terecht. In de Baltische landen ging de politie mee met het lokale bestuur. Een enkele 'zwarte baret' in Litouwen volgde, maar de meerderheid niet. Op het ministerie van binnenlandse zaken in Moskou werd in september vorig jaar derhalve besloten dat de OMON nu ook operationeel geheel onder de centrale macht zouden gaan vallen. Een beslissing die zelfs buiten de toenmalige minister Vadim Bakatin, die juist opteerde voor gedecentraliseerde politie, zou zijn genomen. Kennelijk waren toen op de achtergrond anderen al de baas.

In dezelfde maand dat op het departement in Moskou het formele besluit werd genomen, liet de commandant in Riga aan de Letse minister van binnenlandse zaken Albert Vaznis (een man die zelf overigens ook graag met een pistool tussen z'n broekband achter zijn bureau zit) alvast weten dat diens orders niet meer zouden worden opgevolgd.

Vanaf dat moment was het raak in Riga. Onmiddellijk werd het Huis van de Pers door de 'zwarte baretten' bezet. Na een telefoontje uit Moskou gingen ze weg, om een half uur later weer doodgemoedereerd terug te komen. Begin deze maand deden ze het weer. Nu bleven ze. Alfred Rubiks, leider van de Letse communistische partij, had hen toen de opdracht gegeven om het “bezit” van de partij te beschermen.

Volgens het ministerie van binnenlandse zaken van Letland hebben de 'zwarte baretten' zich in die maanden sinds september niet alleen aan deze vorm van politieke insubordinatie schuldig gemaakt. Ze zouden ook ordinaire misdaden op hun geweten hebben. De 'zwarte baretten' gingen daartoe zelfs in zaken. Om hun inkomen van 260 roebel wat op te vijzelen - niemand weet trouwens wie dat geld betaalt nu het Letse departement van binnenlandse zaken geen greep meer op de OMON heeft - hadden ze dit najaar in samenwerking met de communistische partij een eigen 'cooperatieve' onderneming opgericht: Viking, een soort particuliere beveiligheidsdienst die zijn opdrachten binnenhaalde bij de Russen in Letland die zich bedreigd voelen. Het werd echter te dol. Viking werd weer opgeheven. Straatgeweld, mishandeling, afpersing, dat zijn de trefwoorden in het dossier waarmee het Letse openbaar ministerie vandaag in Moskou is gearriveerd en die de officiele communique's over vermeend wangedrag van de Letse burgers, die aanleiding zouden hebben gegeven tot het ingrijpen, moeten weerspreken.

Het raadsel wie er achter de 'zwarte baretten' schuilt gaat, is er niet mee opgelost. “Ik weet het niet. Ik denk dat ze hun geld van de communistische partij krijgen”, aldus minister Vaznis van binnenlandse zaken. En die kan het wellicht weten omdat hij tot niet zo lang geleden zelf nog communist zei te zijn.

Van dit gebrek aan legaliteit en bestuurlijke verantwoordelijkheid liggen de mannen van de OMON zelf uiteraard niet wakker. Ze koesteren deze geheimzinnigheid. Kapitein Mlinisk zei het in het interview met Postfactum zo: “Veel mensen zijn ongerust over de aanwezigheid van een eenheid die, als een Vliegende Hollander, uit het niets kan opduiken, een missie kan volbrengen en dan weer net zo onverwacht verdwijnt als ze is gekomen.”.

Sovjet-minister van binnenlandse zaken Boris Pugo heeft in een gesprek met Vaznis gistermiddag niettemin toegezegd dat hij de 'zwarte baretten' de barakken weer zal injagen. In Riga werd daarover 's avonds reeds gehoond. “Ze hebben hun werk gedaan, ze kunnen nu gaan”. Maar of de commando's zelf er ook zo over denken?”We zijn niet te koop en ook niet te verslaan”, weet kolonel Mlinisk.