Werkelijkheid is gekker dan film; Vergroting van zichtbaarheid en onzichtbaarheid gaan gelijk op

Journalistiek is het overbrengen van informatie, film is het overbrengen van illusies. Ondanks de groeiende censuur lijkt de kern van het verhaal van de Golfoorlog tamelijk goed te volgen: de oorlog is nog niet gewonnen. Wat de filmbeelden betreft: is het niet maar beter ook dat de beelden van deze 'video-oorlog' worden gecensureerd? Want hoe lang zouden de televisiekijkers het uithouden om ernaar te kijken?

In de Verenigde Staten is de verkoop van televisietoestellen sinds het uitbreken van de oorlog drastisch gestegen, de verhuur van video-films dramatisch gedaald. De Amerikaanse regering, sadder but wiser sinds Vietnam en de Challenger, heeft de familieleden van de soldaten in de Golf dringend aangeraden niet 24 uur per dag voor de tv te blijven zitten. Want wat op bijna elk beslissend moment in de krijgsgeschiedenis is onderstreept - 'De kracht van de wapens is niet brute kracht maar geestelijke kracht' - geldt in het huidige technologietijdperk ook voor de kijker die thuis naar de bijna abstract geworden luchtaanvallen, deze non-stop live videoclips, zou kijken als ze integraal werden uitgezonden. De kijker zou waarschijnlijk het gevoel voor de realiteit verliezen, eerst in de vorm van verliefdheid, dan als trance, ten slotte als angstpsychose, precies zoals de frontsoldaten dat al aan den lijve ondervinden sinds oorlogen zijn veranderd in 'lichtoorlogen' waarin wat zichtbaar is op het scherm belangrijker is dan wat buiten te zien is. Oorlog en cinema, het is bijna hetzelfde geworden.

De hertog van Wellington zei eens dat hij zijn hele leven had besteed aan het raden wat er aan de andere kant van de heuvel was. De ontwikkeling was hiermee ingezet naar de huidige militaire situatie waarin dankzij satelliet, laser en computer verloren is wat zichtbaar is. In 1904 werden in de Russisch-Japanse oorlog voor het eerst zoeklichten opgesteld. Deze projector op de heuvels bij Port Arthur maakte van het slagveld een filmset. Het enige verschil tussen 1904 en 1991 is de technische mogelijkheid de voorstelling overal ter wereld live in de huiskamer te brengen. De Golfoorlog en de CNN-beelden ervan vormen het voorlopige eindpunt van de harmonie tussen fotografie, film en oorlog, van de versmelting van de functies oog en wapen.

De uitvinders van de fotografie, Niepce en Daguerre, hadden geen militaire bedoelingen. Sinds de luchtcamera's uit de Krimoorlog en de Amerikaanse burgeroorlog werden alle instrumenten ter verbetering van de perceptie interessant voor de militairen. De fotografie werd, net als de film, de radio, de sonar en de radar, door de militairen verder ontwikkeld in het streven alle vijandelijke bewegingen en reserves te kunnen waarnemen. Televisie en video zijn het resultaat van de permanente kruisbestuiving tussen civiele en militaire technologie.

Oorlog is cinema, want cameramensen en militairen hebben hetzelfde ideaal: door verlichting alles te onthullen. Omdat ze min of meer hetzelfde beroep hebben - zien is schieten - is het niet verwonderlijk dat veel Hollywood-filmers van na 1918 in de oorlog hadden gevochten. De strijd om het beeld, het treffendste 'shot', werd slechts op een andere lokatie gevoerd. De filmtrucs worden soms regelrecht ontleend aan militaire technieken. De camera waarmee 'Star Wars' is opgenomen, was een afgeleide van een pilot training system. Exemplarisch voor de verstrengeling van luchtvaart, defensiecontracten en film was de persoon van Howard Hughes. Hij produceerde niet alleen allerhande geavanceerd vliegend wapenspul, maar regisseerde in 1930, ook een film ('Hell's Angels') over de bemanning van een bommenwerper in de Eerste Wereldoorlog.

Dankzij firma's als Eastman Kodak en mensen als Hughes en CNN-baas Ted Turner, is de huidige non-stop cinema-oorlog in principe rechtstreeks thuis te volgen. Nu is de mens door de achtbaan en videohal al wel gewend geraakt aan het idee van dood als show. Maar de kans is groot dat hij, als de tv-beelden van een hemzelf wezenlijk bedreigende oorlog ongecensureerd doorgegeven zouden worden, dezelfde paniekaanvallen zou krijgen als de Fransen die eind vorige eeuw de eerste beelden zagen van Lumieres 'bewegingsdemonstratie' van de rijdende trein die de zaal in leek te denderen. Want voorstelling en werkelijkheid vallen inmiddels bijna samen, zoals de Israeliers al hebben ervaren.

Sommige piloten in de Golf vertelden dat ze tijdens hun missie moeite hadden gehad hun positieven bij elkaar te houden. Dat probleem bestond in '14 - '18 al. De pionier-piloten voelden zich sowieso al bijna engelachtig verheven boven het laag bij de grondse slachtwerk. Maar ook daar vielen de soldaten, met behulp van periscopen en geluidsdetectoren die uit de loopgraven omhoog staken, al meer de abstracte ruimte aan dan de onzichtbare vijanden in de loopgraven even verderop. Zo waren zij de eerste toeschouwers een non-stop pyrotechnisch sprookje waarvan de magische aard al werd herkend door schrijvers als Apollinaire en Ernst Junger. Frontsoldaat Junger in 1922 in zijn boek 'In Stahlgewittern': “Ik voelde me volledig vreemd aan mijn eigen persoon, alsof ik naar mij zelf keek door een verrekijker. (... ) Het landschap was transparant als glas Het vermogen logisch te denken en het evenwichtsgevoel leken verlamd”.

Volgens de Fransman Paul Virilio, auteur van 'Guerre et cinema', viel de cinema al snel in de categorie van wapens omdat verblinding en verbeelding elementen van macht bleken te zijn. Het was volgens hem daarom geen toeval dat nazi-minister van propaganda, Joseph Goebbels, de beeldvorming even belangrijk achtte als de militaire operatie zelf. Hij was geobsedeerd door het superieure Technicolor 'voorstellingsvermogen' van de Amerikanen, en deed er alles aan dit met de hulp van Agfacolor te overtreffen.

Zo werd op het nazi-partijcongres in Neurenberg in 1935 een huzarenstukje geleverd op het gebied van het creeren van een kunstmatig universum. Albert Speer gebruikte 150 militaire zoeklichten om zijn feeerieke rechthoek te vormen in de nacht. Binnen deze muren van licht ontvouwde zich het ritueel van het congres. Later schreef Speer: “Het was een sprookjesachtig decor, dat deed denken aan de glazen kastelen van de dichters uit de middeleeuwen. Ik heb nu een raar gevoel als ik bedenk dat mijn succesvolste architectonische creatie een fantasmagorie was, een onwerkelijke luchtspiegeling”. Het werd een holografische voorbode van de oorlog. Dezelfde Speer schreef over het bombardement op Berlijn op 22 november 1942: “De raid bood een spektakel dat niet meer uit het geheugen te wissen is. De 'kerstbomen' verlichtten plotseling de hemel. Dan kwam de explosie wier glans overspoeld werd door de rook van de branden. Overal eindeloze zoeklichten die de nacht afspeurden en dan begon het duel met een vliegtuig dat in het potlood van licht gevangen was en trachtte te ontsnappen. Soms werd ie geraakt en veranderde hij een paar ogenblikken lang in een brandende toorts. Het was een overweldigend visioen van de apocalyps”.

Drie jaar later, op 6 augustus 1945, was deze apocalyps een feit, zij het, figuurlijk gesproken, nog op 'kleinbeeldformaat'. Het was de ingrijpendste foto die ooit is gemaakt. De atoombom die op zo'n 500 meter hoogte boven Hiroshima afging, produceerde een nucleaire flits die een-vijftienmiljoenste seconde duurde. De helderheid penetreerde de gebouwen tot in de kelders, liet afdrukken achter op de stenen muren, de patronen op de kimono's werden in het vlees van de slachtoffers getatoeeerd. Met het kernwapen werd de hele wereld in potentie militair zoeklicht en donkere kamer tegelijk. Hiroshima was de ultieme uitwerking van de opmerking van fotopionier Niepce, dat fotografie eenvoudigweg een methode was van graveren met licht.

Dat ongecensureerde, gelijktijdig uitgezonden oorlogsbeelden littekens zouden graveren in de psyche van de kijker, en dat hij het een en ander zou moeten wegslikken om het kijken te kunnen volhouden is niet moeilijk in te zien. De eerste tranquillizers werden gegeven aan de piloten van de Luftwaffe. Drugs werden de plaag van de verkenningspiloten in Vietnam. Vanaf het begin leden de piloten aan hallucinaties, aan een soort slagveld-delirium dat het onderscheid tussen werkelijkheid en fictie deed vervagen. Misschien was de video-verslaafde Howard Hughes ook wat dit betreft al wel een voorbode. Hughes eindigde, volslagen paranoia in een kamer, voor de zoveelste keer kijkend naar dezelfde film over een onderzeeer onder het poolijs.

De militaire reactie op de huidige 'zien is vernietigen'-fase van de oorlogvoering is het onzichtbaar proberen te maken van het aanvallend en verdedigend materieel. De vergroting van de zichtbaarheid en onzichtbaarheid gaan gelijk op. De televisie, die nog steeds alles zichtbaar wil maken, loopt wat dit betreft nog achter. Wat de Amerikaanse regering zich afvraagt is dit: zal de tv-kijker niet uiteindelijk reageren als Hughes: verslaafd of paranoia, roepend om 'meer' of 'hou op'. Behalve een draai aan de knop is er, afgezien van bidden, geen vluchtweg meer.

Misschien is het geen toeval dat Nietzsche, Lumiere en Freud ongeveer tezelfdertijd leefden, en met hun uitvindingen voor de juiste 'sequence' zorgden: God is dood, de film, de psychoanalyse. In de eeuwen daarvoor was de schittering van de zon door de glas-in-loodramen van de kathedraal voor de gelovigen ook een show, maar dan wel een 'goddelijke show' die aanspoorde tot denken over het oneindige en de Almachtige. Nu de satellieten met hun kunstogen naar beneden kijken, is de blik naar de hemel niet langer een aanzet tot bescheiden makende metafysische gedachtenspinsels, maar een tot overmoedig egocentrisme. De telescopie en de endoscopie maken, zoals de filosoof Peter Sloterdijk het vorig jaar uitdrukte, de mensen tot “burgers van een bewolkte, zichzelf fotograferende ster - bewoners van een merkwaardig trefpunt tussen bewustzijn en universum”. Sloterdijk toonde zich toen - de Muur was net gevallen - tamelijk lyrisch over het wegvallen van alle grenzen en de komst van het 'aardburgerlijke tijdperk van de totale immigratie', ook al zag hij tijdens deze overgangsfase nog wel 'enige psychologische crises' op de mensen afkomen. Het lijkt inderdaad moeilijk lang te toeven op zo'n trefpunt. “Is het rijk der voorstellingen gerevolutioneerd, dan houdt de werkelijkheid het niet uit”, zei Hegel ooit. Het omgekeerde blijft echter ook nog al te waar: de werkelijkheid is gekker dan de film. De abstracte video-beelden van de luchtoorlog in de Golf worden al verdrongen door de bloederige taferelen op de grond. De tv-kijker zal naast 'geestelijke kracht' ook weer, net als tijdens de Vietnam-oorlog, behoefte krijgen aan een sterke maag.