Wartburg nog deze week uit de produktie

BERLIJN, 22 JAN. De produktie van de Wartburg, een Oostduitse tweetakt-auto, zal nog deze week worden beeindigd. Dat heeft de Treuhand, de trust die de voormalige Oostduitse staatsbedrijven beheert, gisteren meegedeeld.

Weliswaar wordt de gehele produktie van het bedrijf in Eisenach, waar de Wartburg wordt geproduceerd, verkocht, maar de prijs van 10.000 D-mark dekt niet de produktiekosten, kosten die niet kunnen worden teruggebracht. De Treuhand twijfelt bovendien aan de solvabiliteit van de afnemers van de Wartburg in andere Oosteuropese landen.

In het licht van deze situatie, aldus de Treuhand, is voortzetting van de produktie niet langer verantwoord. De directie van het bedrijf had eerder een saneringsconcept ingediend, waarbij de Treuhand tot eind dit jaar 200 miljoen D-mark subsidie zou verstrekken tot de beeindiging van de produktie in december van dit jaar. Per geproduceerde auto was dat neergekomen op een subsidie van 7.000 D-mark.

De Treuhand ziet geen heil in verdergaande subsidie, daar de Wartburg in ieder geval ten dode lijkt opgeschreven. Voorhanden zijnde gelden, aldus de Treuhand, kunnen dan beter worden besteed aan infrastructurele maatregelen voor nieuwe industrie in Eisenach. Zesduizend arbeiders in Eisenach gaan met ingang van 1 februari met 100 procent arbeidstijdverkorting. Ook gedupeerd zijn ongeveer 10.000 werknemers in de toeleveringsbedrijven voor de Wartburg-fabrieken. In 1992, zo zijn de plannen, wordt in Eisenach begonnen met de produktie van Opels.

Nog dit jaar wordt voor 2.160 werknemers van Wartburg en voor werknemers bij de toeleveringsbedriijven een omscholingsprogramma in gang gezet. De Treuhand denkt aan de infrastructuur in Eisenach 20 miljoen D-mark te zullen uitgeven. De bedoeling daarachter is met name ook te voorkomen, dat geschoolde arbeiders uit Eisenach massaal hun heil in de industriegebieden van West-Duitsland zoeken. Ook BMW en Bosch hebben, aldus de Treuhand, plannen voor investeringen Eisenach, gelegen in de deelstaat Thuringen.

    • Raymond van den Boogaard