Scenario

De generaal, een van die generaals die zo kalm en vriendelijk op de televisie optreden dat ze ons een geheel nieuw idee geven over wat generaals zijn, geen opgewonden ijzervreters nu, maar wijze vaderfiguren, slechts met de grootste tegenzin bereid het zwaard op te nemen, hoofdschuddend over de dwaasheid van het menselijk bedrijf, en dan nog, hun hoogste doel blijft altijd om te voorkomen dat ook maar een druppel onschuldig bloed onnodig vergoten wordt, de generaal dan, die meer de indruk maakte van een zorgzaam medicus, zei nadenkend: “Tja, het is wel een gebied waar je de wereld in brand kunt steken.”

Zondag stond in het Algemeen Dagblad een artikel waaruit kon worden opgemaakt wat hij bedoeld zou kunnen hebben. Het ging over wat er zou kunnen gebeuren als de leider van Irak zijn dreigement uit zou voeren om de olievelden van Koeweit in brand te steken. Verschillende deskundigen werden geciteerd. Paul Crutzen, de man die de term 'nucleaire winter' heeft geintroduceerd, zei dat de gevolgen vergelijkbaar zouden zijn met die van een atoomoorlog. Grote delen van de aarde zouden verduisterd worden. De temperatuur zou gemiddeld tien graden dalen. “Buiten is het donker en niemand durft de deur uit.” Tijdelijk ongemak echter, in ernst niet te vergelijken met de gevolgen op lange termijn. Na ongeveer een jaar zou de brand geblust zijn en dan zou blijken dat zestig procent van de ozonlaag verdwenen was. Over de gevolgen daarvan kan iedereen zijn fantasie de vrije loop laten. Het artikel had de kop: Wanhoopsdaad Saddam kan milieu ernstig schaden. Normaal een alarmerende kop, nu eerder knus vertrouwenwekkend, alsof het gevaar werd teruggebracht tot de proporties van het mestoverschot.

Een stuk in New Scientist, waar ook door het Algemeen Dagblad naar verwezen werd, bracht nog enkele huiveringwekkende bijzonderheden. De Amerikanen en hun bondgenoten dachten dat de 300 olievelden in Koeweit met explosieven ondermijnd waren en in geval van oorlog tot ontploffing zouden worden gebracht. Een oliedeskundige zei dat al een gedeeltelijke verstoring van de natte moesson, heel goed denkbaar als gevolg van de grote brand, op het Indiase subcontinent meer slachtoffers zou kunnen eisen dan de bevolking van Irak, Koeweit en Saoedi-Arabie tesamen. Er werden ook deskundigen geciteerd die het zonniger inzagen, maar van Hofland heb ik gisteren geleerd dat het somberste scenario vaak het beste is.

Het artikel in New Scientist was al verschenen toen het Nederlandse Kamerdebat over de oorlog werd gevoerd. Verwonderlijk dat Groen Links het niet aanhaalde. Het zou de regeringscoalitie lelijk in verlegenheid hebben kunnen brengen. Rechtsorde, vitale belangen, trouw bondgenootschap, goed, maar hoe hoog schat de minister-president de kans op de apocalyps?

Eigenlijk is het niet zo verwonderlijk dat er zo niet gesproken werd, want het zou de collegiale sfeer in de Kamer al te wreed verstoord hebben. Mevrouw Beckers was al heel trots dat ze niet was ingegaan op het verzoek om mee te doen aan een gezamenlijk standpunt van alle fracties. Er was zware druk op haar uitgeoefend. Ze had standgehouden. Voorlezen uit de New Scientist zou geen constructieve bijdrage aan het debat zijn geweest. Het zou eerder geschikt zijn om het debat te doen beeindigen en de Kamerleden wenend en jammerend het hoofd tegen de muur te laten slaan.

De Telegraaf schreef zondag dat alleen krakers, overjarige hippies en naieve goedwillenden tegen de oorlog waren. Bij de eerste twee groepen hoor ik niet. Bij de derde ook niet, geloof ik, al weet je dat nooit van jezelf. Ik denk dat de Telegraaf die laatste groep eigenlijk anders had willen noemen, maar niet goed durfde. Lafaards.

In Engeland durven ze zoals altijd veel meer. Daar wordt in de kwaliteitsbladen geschreven over de raketten van de rechtvaardigheid en over slappelingen die terugdeinzen als ze het wit van de ogen van Saddam zien. De hoofdartikelenschrijver van de Sunday Telegraph had het anderhalve week geleden over de twee edelste en meest veredelende activiteiten van de mens: seks en oorlog. Geen grapje. Afgelopen zondag schreef hij dat het heerlijk was om in deze tijd te leven, omdat de minder bedeelde volken weer voor enige tientallen jaren zouden weten wie er de baas was.

Misschien ooit als een grapje begonnen, schokkende rechtse meningen om de linkse intellectuelen te plagen, tong in de wang, reactionaire Engelse landman spelen, heimelijk denkend dat je een soort Evelyn Waugh bent. Maar dit soort meningen worden niet ongestraft aangenomen, op den duur gaat je brein er naar staan en kan je over brandende wereldproblemen alleen nog maar denken op het niveau van kinderen, die gasmaskers uit karton knippen en vrolijk stokken in de tuin zetten, pas op hier staat mijn Patriot.

Bespottelijke Telegraaf, bizarre Engelsen. Toch is het niet makkelijk om een standpunt te vinden dat beter bij de moderne tijd past. Ik zou willen schrijven dat de Amerikanen tegen hun verwachting en tegen hun zin de oorlog zijn binnengeblunderd, maar ik schrijf het niet, want ik kan niet aanwijzen waar de blunder precies begaan is. Zonder de bereidheid om in het uiterste geval oorlog te voeren kan een grote mogendheid geen buitenlandse politiek voeren, dat moet ik toegeven, al wil ik liever niet. Dan ligt er een weg waarop alle kleine stapjes voorwaarts even logisch lijken. Op een gegeven moment kan niet meer omgekeerd worden, als men tenminste niet bereid is om bij ieder volgend wereldconflict ongeloofwaardig en machteloos terzijde te staan. Dan opeens wordt door een hoog aangeschreven man van wetenschap een ramp van de orde van een nucleaire winter als een plausibel scenario opgevoerd. Dat kan toch niet de bedoeling zijn geweest, lang geleden toen er tot een handelsembargo werd besloten. Nee, maar de Iraakse ambassadeur in Parijs zei een paar dagen geleden nog op de televisie dat ze de oliebrand aangekondigd hadden en dat ze het uit zouden voeren. Onverwacht kan het voor niemand komen. Kan er in de moderne wereld nog een redelijke buitenlandse politiek gevoerd worden? Geen Amerikaanse president kan het zich permitteren om de vraag met nee te beantwoorden.

Ik ga naar de schaakmatch van Timman kijken. Onderduiken in een overzichtelijk bord van 64 velden. Hopelijk geen televisie in het hotel.

    • Hans Ree