Rode Kruis: piloten mogen geen menselijk schild zijn; Toestemming voor bezoek gevangenen nog niet verstrekt

GENEVE, 22 jan. - De Iraakse regering overtreedt de Geneefse conventie voor de bescherming van krijgsgevangenen als het dreigement wordt uitgevoerd om gevangengenomen geallieerde piloten als menselijk schild te gebruiken.

Het Internationale Comite van het Rode Kruis (ICRC), dat toeziet op naleving van de vier Geneefse conventies, laat daarover geen twijfel bestaan.

Londen, Rome en Washington hebben het ICRC benaderd voor de Britse, Italiaanse en Amerikaanse piloten, totaal twintig naar verluidt, die in Bagdad worden vastgehouden. Sommige van hen zijn geblinddoekt door de straten van Bagdad geparadeerd en hebben, klaarblijkelijk onder dwang, verklaringen afgelegd voor Iraakse tv-camera's. Deze behandeling is overduidelijk in strijd met de Geneefse conventies, zegt woordvoerster Francoisoise Derron in het Geneefse hoofdkwartivan het ICRC.

Het ICRC kan over aantallen, namen en nationaliteiten geen nadere gegevens verschaffen. Het is gebonden aan geheimhouding. De particuliere Zwitserse organisatie blijft strikt neutraal in een gewapend conflict. Wel tikt zij regeringen op de vingers zodra een schending van de conventies wordt gemeld, maar veel meer dan een overtreder daarop wijzen, kan het ICRC niet. Morele overredingskracht is het enige instrument.

Francoisoise Derron: “Tot dusver hebben we geen toestemming gekregde krijgsgevangenen in Irak te bezoeken. Wel zijn we door de regering op de hoogte gesteld van hun aanwezigheid.”

De procedure is gewoonlijk dat binnen een week het ICRC wordt ingelicht, waarna de krijgsgevangenen ten hoogste een week later in een kampement moeten zijn ondergebracht buiten de gevechtszone. Pas dan kan de bezoekregeling van het ICRC ingaan. Na gedetailleerde registratie kan het ICRC aantallen bekendmaken.

Drie van de vier conventies dateren van 1864, zij het in embryonale vorm. Tijdens een internationale conferentie, belegd door de Zwitserse regering, tekenden destijds twaalf landen een verdrag voor de bescherming van gewonde of zieke soldaten en van krijgsgevangenen, bij een gewapend conflict. Die conventies werden in 1949 aangepast aan moderne oorlogvoering.

De eerste twee beschermen soldaten wanneer zij gewond raken of als schipbreukeling in handen vallen van de tegenpartij. De derde relateert aan de behandeling van krijgsgevangenen. Een vierde werd eraan toegevoegd voor de bescherming van de burgerbevolking. Deze dient om de burgerbevolking te beschermen tegen misbruik van macht door een buitenlandse agressor, maar behoedt hen niet voor een ongecontroleerd gebruik van wapens.

Daaraan zijn in 1977 twee protocollen toegevoegd, die veelomvattend bescherming bieden aan de burgerbevolking. Deze protocollen zijn opmerkelijk genoeg slechts getekend door eenderde van de 163 landen die partij zijn bij de vier verdragen. Van de landen betrokken bij het conflict in de Golf hebben alleen Jordanie, Koeweit, Saoedi-Arabie en Syrie het eerste protocol getekend en geratificeerd. Egypte, Groot-Brittannie en de VS hebben tot dusver alleen getekend, maar niet geratificeerd. Strikt genomen is het geallieerde bombardement van atoomonderzoekcentra nabij Bagdad ermee in strijd. Protocol I bepaalt onder andere dat installaties die gevaarlijke krachten bevatten, namelijk dammen, dijken en nucleaire centrales, geen doelwit mogen zijn.

Irak heeft officieel geen van de vier conventies getekend of bekrachtigd, maar het land geldt wel als partij bij de verdragen omdat Bagdad in 1956 formeel is “toegetreden tot de conventies”. Dat komt op hetzelfde neer, hoewel sommige juristen hier een nuancering maken.

Irak is hoe dan ook gebonden aan de vier conventies en de zeven gedelegeerden van het ICRC in Bagdad herinneren daar de autoriteiten dagelijks aan. Eenmaal per dag zoeken zij moeizaam contact met de regering. De communicatie per telefoon is zwaar gestoord. Ook het contact met de Rode Halve Maan, waarmee het ICRC nauw samenwerkt, verloopt moeilijk.

Zo bestaat nog steeds onduidelijkheid over het aantal doden en gewonden. Daarover komen tegenstrijdige berichten binnen. Wel is zeker dat er behoefte bestaat aan medicijnen en hulpgoederen, maar hoeveel precies blijft onduidelijk.

Gistermorgen is een tweede Rode-Kruisvliegtuig met medicijnen, tenten en dekens vertrokken uit Geneve met bestemming Teheran. Zaterdag is al een toestel vol hulpgoederen naar Bahrein in de Golf gevlogen. Vandaag en morgen volgen vliegtuigen met bestemming Amman en Damascus. Daar zet het Rode Kruis kampen op voor de vluchtelingen, die tot dusver met een aantal van enkele honderden per dag Irak en Koeweit verlaten.

Het Rode Kruis broedt nog op de mogelijkheden voor transport van hulpgoederen naar Bagdad. Door de lucht is dat uiteraard onmogelijk wegens de voortdurende geallieerde luchtaanvallen.