Robert Hubner heeft nog nooit normaal verloren; Timman na vrije val aan begin van het pad omhoog

ROTTERDAM, 22 jan. - Nog maar net is de tweekamp om het wereldkampioenschap schaken tussen Kasparov en Karpov voorbij, maar de reeks wedstrijden die de volgende uitdager moet aanwijzen is al een jaar aan de gang.

Het is een lange weg naar het wereldkampioenschap, want het duurt nog drie jaar voordat Kasparov zijn titel opnieuw moet verdedigen. Vorig jaar werden de zonetoernooien en het interzonale toernooi gespeeld. Nu zijn er, behalve Kasparov en Karpov, nog veertien wereldkampioenskandidaten over, onder wie Jan Timman. Deze week beginnen de zeven kandidatenmatches, op vijf verschillende plaatsen. Timman speelt in Sarajevo tegen de Duitser Robert Hubner. Hun eerste partij wordt donderdag gespeeld. Karpov hoeft nog niet aan te treden. Op grond van zijn prestaties in de vorige cyclus mag hij zich straks bij de zeven winnaars in de kwartfinales aansluiten.

Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad voordat de organisatie van de matches in orde was. Door alle moeilijkheden onderweg is de verhouding tussen de wereldschaakbond (FIDE) en de bond van grootmeesters (GMA) weer eens verslechterd en de spelers hebben heel wat onzekerheid en ergernis beleefd. Een paar maanden geleden leek het nog alsof alle matches tegelijk in Jakarta zouden worden gespeeld. Een mooi succes voor Fide-voorzitter Campomanes, dat hij ze daar had kunnen onderbrengen. Een goed argument in de campagne voor zijn herverkiezing. Hij werd in november, tijdens de Olympiade in het Joegoslavische Novi Sad, inderdaad met grote meerderheid herkozen. Onmiddellijk daarna bekende Campomanes dat het helaas niet door zou gaan in Jakarta. Hij wist het allang, maar hij had het wijselijk verzwegen.

Omdat de wereldschaakbond zich machteloos had getoond probeerde nu de GMA de matches onder te brengen. Bij sommige was dat makkelijk. Short-Speelman kon natuurlijk in Londen georganiseerd worden. De Joegoslaaf Nikolic, die tegen de Rus Gelfand uit moest komen, zorgde er zelf voor dat zijn match in Sarajevo gehouden kon worden. Anand (India) - Drejev (Sovjet-Unie) ging naar Madras en Joedasjin-Ivantsjoek (beiden Sovjet Unie) zou in Riga gespeeld worden. Een woordvoerder van de Fide, zeer verrast door mijn medeling dat er geschoten was in Riga ( “U bent in de war met Litouwen” ), meldde vanmorgen dat het gewoon door zou gaan. Voor Kortsjnoi (Zwitserland) - Sax (Hongarije) en Dolmatov-Joesoepov (beiden Sovjet-Unie) werd bij het Hoogovenstoernooi in Wijk aan Zee onderdak gevonden. Met enige moeite. De mensen van de Hoogovens voelden er weinig voor om twee kandidatenmatches te organiseren als tegelijkertijd Timman elders zou spelen en alle aandacht van de publiciteit op zou eisen. Hun ergste vrees is uitgekomen. Nadat pogingen om Timman-Hubner in februari in Amsterdam, Hilversum of Eindhoven te houden waren mislukt, besloten Timman en Hubner om tegelijk met Nikolic en Gelfand in Sarajevo te spelen.

Als de tweekamp tussen Timman en Hubner een jaar geleden was gehouden zou Timman zwaar favoriet zijn geweest. Hij stond toen derde op de wereldranglijst, Hubner was niet eens bij de eerste twintig. Nu is het anders. Het afgelopen jaar is niet goed voor Timman geweest. Hij verloor met vier punten verschil van Karpov. In het Interpolistoernooi en op de Olympiade speelde hij matig, in de match tegen Seirawan slecht. Alleen het toernooi in Praag ging goed, maar dat was een korte wedstrijd in gemoedelijke vriendschappelijke sfeer. Op de wereldranglijst, die twee keer per jaar wordt opgesteld, daalde hij, eerst naar de vijfde plaats, kort geleden naar de zestiende plaats.

Die laatste val lijkt het meest dramatisch, maar Timman bleek er anders over te denken, toen ik er naar vroeg. Van drie naar vijf, dat was het ergste geweest. Vijf of zestien maakte hem niet zoveel uit, want het was allebei niet wat hij wilde. Terug naar de derde plaats, dat was zijn doel. Hij had hard gewerkt de laatste maanden om straks het smalle pad omhoog weer op te kunnen gaan. Timman zei dat hij het moeilijk had gevonden om met volle inzet te spelen, zolang de match tussen Kasparov en Karpov aan de gang was. Steeds had hij het idee gehad dat hij daar zelf had kunnen zitten en dat de toernooien die hij ondertussen speelde maar een mager substituut waren.

Het harde werk is deze keer in eenzaamheid verricht, want Timman heeft geen secondanten meer. Na de tweekamp tegen Karpov was hij heel ontevreden over zijn secondantenteam. Hort kwam niet opdagen, Andersson viel door persoonlijke omstandigheden overdag voortdurend in slaap en Sax was ook niet in zijn beste vorm. Meteen na afloop liet Timman weten dat hij het de volgende keer in zijn eentje zou proberen. De knechten zelf schijnt de samenwerking beter te zijn bevallen, want Andersson is nu secondant van Sax bij zijn match tegen Kortsjnoj.

Dr. Robert Hubner, papyroloog (iemand die studie maakt van oude tekstrollen) aan de universiteit van Keulen voordat hij besloot om beroepsschaker te worden, behoort al meer dan twintig jaar tot de wereldtop. In Nederland heeft hij tientallen toernooien gespeeld. Hij is 42 jaar oud, drie jaar ouder dan Timman. In zijn lange loopbaan heeft hij nog nooit op een normale manier een kandidatenmatch verloren. De eerste keer speelde hij in 1970 in Sevilla tegen Petrosjan. Toen Petrosjan na zes remises de zevende partij won, reisde Hubner af vanwege het lawaai in de speelzaal. Petrosjan had er geen last van, die zette zijn gehoorapparaat af.

In 1979 was Hubner weer wereldkampioenskandidaat. Hij won van Adorjan en Portisch. In de finale, in Merano, moest hij tegen Kortsjnoj. Toen het 4, 5-3, 5 voor Kortsjnoj stond, bij twee afgebroken partijen, vertrok Hubner. De spanningen waren hem te groot geworden. Tenslotte speelde hij in 1983 een kandidatenmatch tegen Smyslov. Toen het gelijk eindigde moest in de Oostenrijkse casinostad Velden een rouletteballetje beslissen wie naar de volgende ronde ging. Het was Smyslov. Hubner was al afgereisd, vervuld van weerzin om een zo frivool slot. Alle schaakliefhebbers hopen dat het Timman zal lukken om hem nu tot het eind in Sarajevo te houden.

Een eigenzinnig man, Robert Hubner. Hij heeft wel eens een partij na een zet opgegeven, omdat de bemoeizucht van de wedstrijdleider hem niet beviel. Geregeld publiceert hij partijanalyses die uit tien bladzijden symbolentaal bestaan, zonder een woord ter verduidelijking. Vanwege hun te grote diepzinnigheid worden ze door bijna niemand gelezen. Hubner weet het en het kan hem niet schelen, het gaat hem om de waarheid, niet om de opvoeding van de minder begaafde schaker. Hij zegt en schrijft vaak dat hij een afschuwelijke domkop is, maar het is wel zeker dat hij de rest van de mensheid voor nog veel dommer houdt. Timman dacht dat ook Hubner geen secondant mee zou nemen naar Sarajevo. Hij is er de man niet naar om op het werk van anderen te vertrouwen. Wel heeft hij de afgelopen tijd twee weken samengewerkt met Joesoepov.

De laatste jaren is Hubner wat teruggevallen, maar in 1990 ging het weer heel goed. Op de Olympiade in Novi Sad haalde hij, als je de kracht van de tegenstanders meerekent, het beste resultaat van alle deelnemers. Op de wereldranglijst staat hij nu twee plaatsen onder Timman, een onbetekenend verschil. Er is geteld dat ze in het verleden 33 partijen met elkaar gespeeld hebben en dat de stand 8-6 voor Timman is, bij 19 remises. De eerste was in een jeugdtoernooi in Den Haag in 1967. Hubner won die partij. De laatste was op de Olympiade in Novi Sad, een korte remise. Ze hebben weinig geheimen meer voor elkaar. Het zal er om spannen. Er worden in eerste instantie acht partijen gespeeld. Als het dan 4-4 staat moeten partijen met een uur bedenktijd per speler de beslissing brengen.