Oppositie van Egypte trekt ten strijde tegen president Mubarak

KAIRO, 22 jan. - De oppositiekraint Al Sha'ab, spreekbuis van de Arbeiderspartij die zich met de Moslim Broeders heeft verbonden, kwam vanochtend met een vette kop op de voorpagina: “Moslims, Egyptenaren, Uw broeders worden vernietigd. Staat op, O broeders! ... “

Hoofdredacteur Adel Hussein had al een paar dagen geleden aangekondigd dat “alle islamitische en nationalistische stromingen” in het land contact met elkaar hadden opgenomen en een gemeenschappelijk front zullen vormen. Hij verwachtte dat er binnenkort grootscheepse demonstraties zullen plaatshebben als president Mubarak niet snel de Egyptische troepen uit Saoedi-Arabie terugtrekt.

Nu is Adel Hussein een wat opgewonden man, een bekeerling tot het moslim-fundamentalisme. Al sinds augustus verkettert hij de internationale coalitie tegen president Saddam Hussein van Irak als “een samenzwering tegen de Islamitische Natie”. Maar het is opvallend dat thans alle oppositiepartijen van Egypte, met uitzondering van de neo-liberale Wafd-partij, die de regeringspolitiek tegenover Irak door dik en dun steunt, zich voor een onmiddellijk en onvoorwaardelijk einde van de Golfoorlog uitspreken, zonder dat de Iraakse troepen zich uit Koeweit hebben teruggetrokken. Het Egyptische Artsensyndicaat, dat in feite al door de Moslims Broeders is overgenomen, kwam gisteren ook met een felle verklaring tegen de regering uit.

Alle oppositiegroepen eisen in steeds fellere bewoordingen dat Egypte zijn nauwe samenwerking met de VS beeindigt. Na de Moslim Broeders, die hun quasi-neutrale politiek tegenover Irak en Koeweit twee dagen geleden wijzigden, hebben thans hun linkse en rechtse tegenstanders in vrijwel dezelfde bewoordingen “de barbaarse bombardementen op Irak” aangeklaagd. Die zouden aantonen “dat het doel van de anti-Saddam-coalitie niet is om militaire installaties te treffen, maar om alle civiele installaties te vernietigen en het Iraakse broedervolk uit te roeien”.

Volgens de Unionistische Patriottische Nationaal Progressieve Vereniging (UPNPV), die haar bizarre naam ontleent aan een uiterst moeizame samenwerking tussen communisten van diverse pluimage en Nasseristen met zeer uiteenlopende visies, wordt Irak dagelijks blootgesteld aan bombardementen die een veel verwoestender kracht hebben dan de Amerikaanse kernbom op Hirosjima.

Gisteren herinnerde de partij, die wat betreft de Koeweit-kwestie diep verdeeld is, de regering aan “Egypte's historische rol in de regio” en aan de verklaarde doelen van de regering om haar troepen alleen maar naar de Golf te sturen “teneinde Saoedi-Arabie te verdedigen tegen welke buitenlandse agressie ook”. Volgens de partij mogen Egyptische troepen onder geen beding deelnemen aan enige militaire actie tegen de Iraakse troepen, hetzij in Irak, hetzij in Koeweit. President Mubarak zou moeten denken aan de vroegere rol van Egypte “als pionier in de strijd tegen het kolonialisme, de buitenlandse aanwezigheid in de Arabische Natie en het zionisme”.

De UPNPV speelt aan de oppervlakte van de Egyptische politiek geen enkele rol. Maar zij heeft wel degelijk invloed omdat veel intellectuelen door (een deel van) haar ideeen sterk zijn beinvloed. Zij zijn er heilig van overtuigd dat de Golfoorlog niet wordt uitgevochten om Koeweit te bevrijden. Zij klagen 'de zogenaamde democratie' in Egypte aan, die het niet nodig vond om het parlement te raadplegen voordat de Egyptische troepen naar Saoedi-Arabie werden gestuurd. Zij klagen ook de officiele media aan, “die het volk de waarheid onthouden en die het onvoldoende van de feiten op de hoogte stellen”.

Gisterochtend meldde het blad Masr al-Fatah, het blad van de onlangs heropgerichte nationaal-fascistische partij Jong Egypte: “Irak is standvastig en de oorlog breidt zich uit. Irak heeft nog steeds de beschikking over zesduizend Scud-raketten. De wereld is verbaasd over de echte kracht van het Iraakse leger. De Amerikaanse media liegen. Bush is in paniek en het Westen heroverweegt zijn politiek. Voor de tweede keer sinds 1948 hebben Iraakse raketten het hart van Israel getroffen. Miljoenen Arabieren en moslims melden zich als vrijwilligers om tegen de Amerikanen te vechten.”

De overheid maakt zich diepe zorgen over dit soort berichtgeving, die gebaseerd is op een paar feiten en bijzonder veel verbeelding. De regeringskranten en de radio en televisie hebben dan ook opdracht gekregen om van hun kant een zo zonnig mogelijk beeld van de oorlog te schetsen en zo min mogelijk aandacht te wijden aan de Israelische verliezen tengevolge van de Iraakse raketbeschietingen.

De laatste twee weken zijn volgens Al Ahram 8.000 mensen in Opper-Egypte gearresteerd, waar de Moslim-extremisten buitengewoon actief zijn. Tijdens deze acties zouden 1500 wapens zijn opgespoord, waaronder 420 automatische geweren en 120 mitrailleurs. Van regeringszijde zegt men sussend dat Opper-Egypte wat traditioneler is en dat er daarom veel mafia-achtige toestanden heersen, “zoals bij jullie in Zuid-Europa”. Maar ook in Kairo reden de laatste weken getraliede bussen rond, waarin bebaarde mannen zaten, die verwensingen uitschreeuwden en “God is groot” riepen, terwijl ze aan de tralies rammelden.

Journalisten van de regerings-getrouwe kranten zeggen dat alleen een snel einde van de Golfoorlog de aanzwellende golf van kritiek van de oppositie kanstuiten. Zij maken zich duidelijk ongerust. De adjunct-hoofdredacteur van Al Ahram, Salama Ahmed Salama, zei gisteren: “Onze taak is om uit te leggen, uit te leggen, uit te leggen, dat de oorlog gerechtvaardigd is. Iets anders kunnen wij niet doen.” Een van zijn vrouwelijke medewerkers, Hedayat Abdel Nabi, liet zich vanochtend in heel wat fellere bewoordingen uit. “Morgen publiceer ik een stuk in mijn krant waarin ik zal aantonen dat al dat soort schandelijke verhalen van de oppositie op niets slaan. In dit land hebben diverse Arabische geheime diensten miljoenen dollars rondgestrooid om dit soort onwaarheden te verkondigen. De regering zou er een einde aan moeten maken. We zitten in een oorlog. En in een oorlog kun je je niet dat soort leugens permitteren.”

    • Michael Stein